|
Dat abstracte cijferwerk zegt de burger natuurlijk niet veel...
Nochtans is dat de geijkte wetenschappelijke methode om zo'n vraagstuk aan te pakken. Jammer genoeg kunt je de resultaten daarvan niet grafisch illustreren terwijl grafieken juist wel tot de verbeelding spreken.
Daarom hebben we Belgie vergeleken met het meest succesvolle, namelijk Ierland.
In 1985 stond Ierland er slechter voor dan België: uit de hand gelopen begrotingstekorten, zwakke groeiprestaties, een welvaart die slechts 65% bedroeg van de onze en een werkeloosheidcijfer dat met 17% veel hoger lag dan het Belgische met 10%. Beide landen voerden tot 1985 een gelijkaardig Keynesiaans beleid en lieten de overheidsuitgaven ontsporen. Daarbij werd in België in 1983 de psychologische kaap van 50% van het BNP overschreden. Dit ging gepaard met een continue stijging van de belastingsdruk, staatschuld, en niet altijd even productieve overheidsbestedingen. De negatieve spiraal was geboren. Op de grafieken ziet men dat Ierland's overheidsbestedingen tot 1980 ongeveer gelijk tred hielden met de Belgische, en de groeiprestaties van beide landen ook parallel verliepen.
Ierland gooide evenwel in 1985 het roer radicaal om. Het verlaagde drastisch de belastingsdruk, schrapte alle overbodige overheidsuitgaven en verminderde zo in drie jaar tijd het overheidsbeslag met niet minder dan 20%. Ierland gaf zo de start tot een periode van explosieve welvaartsgroei van gemiddeld 5,6% in de periode 1985 tot 2002. Dit is zowat het driedubbele groeiritme van België.
België koos voor een totaal ander beleidstype. België verlaagde de belastingsdruk nauwelijks, maar probeerde met allerlei micro-maatregeltjes om de economie te stimuleren. Zelfs onder gunstigste conjuncturele omstandigheden bleven de overheidsbestedingen hangen boven de 50% van het BNP. Onder dit beleidstype bleef onze groei stagneren rond de 1,9%. In 2003 legde de Belgische overheid nog altijd beslag op 51,4% van het BNP terwijl de Ierse Overheid zijn bestedingen had teruggedrongen tot 35,2% van het BNP.
Daarmee is hete Belgische overheidsbeslag vandaag 46% groter dan het Ierse, en zijn de verschillen in groeiprestaties navenant. Alhoewel de Ierse welvaart in 1970 nauwelijks de helft bedroeg van de onze, is ze vandaag beduidend groter. Als gevolg van de welvaartsgroei beschikt de Ierse overheid vandaag over een zeer ruime beleidsmarge voor allerhande sociale, culturele en milieu-initiatieven omdat de middelen van de overheid nu in absolute waarde groetr geworden zijn dan die an de Belgische.
Maar de Ierse welvaartsgroei laat zich nog het best voelen in de geldbeurs van zijn burgers. De toename van het BNP/hoofd met 167% met daarbovenop een belastingsverlaging met één derde betekent in realiteit een vermenigvuldiging van het besteedbaar inkomen met een factor 3,5 in 17 jaar. Kan U zich voorstellen wat dat betekent?
Die welvaartsexplosie ziet men ook als men Ierland bezoekt; men merkt het ongeëvenaard optimisme. Rond Dublin staat een woud van torenkranen, overal nieuwe huizen, de nieuwste auto's, moderne fabrieken en burelen. Dat ziet men ook in de sanering van volksbuurten, en in de zorg die ze besteden aan het milieu. Het welzijn merkt men ook in de afwezigheid van criminaliteit en aan de onafgesloten autoportieren. Men leest ook geluksgevoel in de ogen van mensen, in het geboortecijfer, en in de welzijns-ranking. Daarin is Ierland nu opgeklommen tot het aangenaamste land ter wereld.
Inderdaad indrukwekkend. Hoe verloopt zo'n ommezwaai naar een productiebeleid in de praktijk ?
In essentie gaat zo’n productie-stimulerend beleid over een substantiële verlaging van de belastingen op arbeid en op winst; m.a.w. een vermindering van de directe belastingen. Dat motiveert de mensen om terug aan de slag te gaan: terug ondernemend te worden, risico te nemen, om een overuur te presteren of om wat langer aan het werk te blijven.
Dat werkt natuurlijk niet met een vage belofte op een minimale belastingsvermindering ergens in de toekomst. zoals in ons land gebruikelijk is. Het moet onmiddellijk en substantiëel voelbaar zijn. Tussen 1985 en 2001 verlaagde Ierland de belastingsdruk op lonen van 37% in 1985 tot 19,3% in 2001, zowat een halvering dus van de belastingsdruk. In België bleef de belastingsdruk op arbeid zelfs licht stijgen: van 46% in 1985 tot 47,9% in 2001. Vandaag is de Belgische belastingsdruk op lonen zowal dus 2,5 maal zo hoog als in Ierland. Verwondert het nog iemand dat niemand nog een overuur wil presteren en de bedrijven hier in steeds sneller tempo weglopen ?
Vooral de drastische verlaging van de vennootschapsbelasting zorgde voor een verbetering van het ondernemingsklimaat. Toen Ierland in 1985 in het dieptepunt van zijn crisis verkeerde bedroeg de belasting op winst er niet minder dan 50%. In 2002 had Ierland die herleid tot 16%. Bij ons was die vermindering marginaal, en duidelijk onvoldoende om enig effect te ressorteren. De recente vermindering van onze vennootschapsbelasting moest zelfs "budgettair neutraal" zijn en werd gecompenseerd door de vermindering van allerlei aftrekken. In feite ging het om een opsmukoperatie van de tarieven die geen enkel effect ressorteert.
Maar een belastingsverlaging... Daar worden toch enkel de rijken beter van ?
Daar ligt juist het grote misverstand bij de afgunstideologen. Onder een productiestimulerend beleid wordt iedereen er beter van, en zeker niet in het minst de arbeider, werkzoekende of de kansarmen. Kijk naar de jobcreatie. Sedert 1985 kon Ierland 31,2% nieuwe jobs creëren. In ons "sociaal" België met zijn talloze steun- en dure tewerkstellingsmaatregeltjes kwamen er amper 7,6% bij en dan nog voor een groot deel bij de overheid.
Leidt een belastingsverlaging dan niet tot de afbouw van de sociale zekerheid ?
Een eerste denkfout is dat belastingsontvangsten dalen als de belastingsdruk verlaagt. Niets is minder waar. Hier speelt het Laffer-effect. Elke tariefverlaging verbreedt de belastingsbasis omdat ontwijking en ontduiking minder interessant worden.
Vlaanderen heeft trouwens al een voorsmaakje van dit Laffer-effect kunnen proeven: sedert het de successierechten verlaagde zijn de belastings-ontvangsten uit erfenissen wezenlijk gestegen.
Merk daarbij op dat lage erfenistarieven niet motiveren om vroeger te sterven. Als men een verlaging doorvoert in de inkomensbelasting krijgt men er wél nog een extra stimulans bovenop: Lage inkomensbelastingen motiveren om wat langer aan de slag te blijven, of een eigen zaak beginnen.
Ierland heeft de effectiviteit van het Laffer-effect bij directe belastingen aangetoond. Zijn belastings- ontvangsten zijn blijven stijgen naarmate de belastingsdruk daalde.
Een tweede denkfout is dat men de dynamiek van de groei onderschat. In % van het BNP bleven de sociale uitgaven in Ierland ongeveer constant, net zoals in België, maar de dynamiek van de groei zorgde ervoor dat de sociale uitgaven in reële termen met 118% stegen tussen 1980 en 1998. In België was dat amper 43%. Zo'n verschil laat zich in de geldbeugel van de mensen maar al te goed voelen ! Ierland heeft aangetoond dat een opportuniteits creerendbeleid in realiteit veel socialer is dan het Keynesiaans alternatief, dat in eerste plaats enkel de consumptie probeert in stand te houden.
Vindt men de Ierse jobcreatie in alle sectoren terug?
Over alle sectoren kon Ierland tussen 1985 en 2002 zo maar eventjes netto 31,2% jobs bij creëren. Bij ons was dat amper 7,6%. De belangrijkste stijging vindt men in de diensten: +106% tegenover +15,8 % bij ons. Maar opmerkelijk is dat zelfs in de industrie er tussen 1980 en 2003 nog 32% jobs bijkwamen. Bij ons was de industriële tewerkstelling in 1999 afgekalfd tot 75% van het niveau van 1980. Sedertdien heeft België zijn cijfers blijkbaar uit schaamte niet meer meegedeeld aan de OESO. In de landbouw vond weliswaar dezelfde evolutie plaats als bij ons: een duidelijke vermindering van de tewerkstelling. Maar in het globaal speelt de landbouwtewerkstelling heden ten dage een geringere rol.
Bij ons geloven velen dat desindustrialisatie een onafwendbaar fenomeen is. Ierland toont aan dat desindustrialisatie geen fataliteit is en dat ook een Europees land zijn industriële tewerkstelling nog kan opdrijven. Zelfs iemand als Professor De Grauwe legt zich bij de desindustrialisatie neer, en sust ons dat dit nauwelijks een probleem vormt omdat het jobverlies in de industrie wel in de dienstensector zal opgevangen worden.
De vraag is natuurlijk aan wie de dienstensector zijn diensten zal slijten. Veel fabrieken zullen architecten niet moeten tekenen, nog weinig fabrieksramen zullen moeten gepoetst, fiscalisten zullen nog weinig bedrijven moeten adviseren en de fiscus zal nog op weinig plaatsen moeten controleren... Diensten verkopen aan werklozen dan of aan het buitenland? Diensten zijn nog loonintensiever dan de industrie, en geloof niet dat wij méér hersencellen hebben dan een gemiddelde Indiër of Chinees.
Maar België zit met die erfzonde van de staatsschuld. Ons beleid is aan handen en voeten gebonden.
Die gigantische staatsschuld is het logisch gevolg van decennialang en vruchteloos Keynesiaans "deficit spending" met als hoogtepunt het desastreus beleid onder PS minister van begroting MATHOT. Natuurlijk was dergelijke schuldopbouw economische waanzin, en een moreel onrecht de komende generaties ermee op te zadelen. We moeten van die schuld af.
De vraag is alleen hoe. Je kan natuurlijk proberen die zo snel mogelijk af te betalen. Als we alle spaarmiddelen aan schuldafbouw besteden zouden we daar met een spaarquote van 14% evenwel 8,85 jaar over doen, maar dan blijft niets over om te investeren. Geen enkele nieuwe machine, geen enkel nieuw huis..... Je zou het ook over 17,7 jaar kunnen spreiden, maar ook dan nog halveer je de investeringen met desastreuze gevolgen voor onze competitiviteit en voor de welvaartsgroei. Op die wijze de staatschuld afbetalen gaat veel te traag, en gaat altijd ten koste van investeringen.
Een andere manier om de verhouding Schulden/BNP af te bouwen is te focussen op de noemer van deze breuk, en niet op de teller. Men moet m.a.w. een serieuze groei nastreven. Dit is net de politiek die Ierland gevolgd heeft.
In 1986 bedroeg de staatschuld in Ierland 111% van het BNP, bijna even erg als België met 124%. De Ierse belastingsverlagingen zorgden er evenwel voor een forse groei van gemiddeld 5,6% tussen 1985 en 2002. België focuste op de teller van de breuk: inleveren om de staatsschuld af te betalen. Die inleveringspolitiek werkte deflatoir zodat de groei stagneerde op 1,9%.
Na 17 jaar maakt dergelijk exponentieel groeiverschil wel een serieus onderscheid: Ierland kon zijn BNP met een factor 2,67 verhogen; België met een factor 1,42. Ierland verhoogde m.a.w. de noemer van de breuk staatsschuld / BNP met die factor 2,67, België met die factor 1,42 zodat Ierland in 2005 zijn schuld herleidt tot 30% BNP. Met grote moeite en ten koste van veel inlevering zal dit bij ons nog altijd 98% van het BNP bedragen.
... Lees verder
|