Besparingen door de overheid zullen de economie niet afremmen, integendeel!
“Als de overheid te weinig geld uitgeeft, dan komt er een recessie”. Dit is de stelling die minister van overheidsbedrijven Paul Magnette vorige week verdedigde in een felle aanval op de Europese Commissie, die ons land strenge besparingen oplegt. Hij krijgt daarbij de steun van niemand minder dan van professor Paul De Grauwe, die het standpunt van de minister verdedigt in dit blad (DS 16/01 : “De Europese Commissie is God niet”.) Maar de minister krijgt ook kritiek, volgens ons terecht. De feiten lijken toch wel aan te geven dat niet besparingen, maar massale overheidsuitgaven en overheidsverspillingen heel wat West-Europese landen de das hebben omgedaan en op de rand van het faillissement hebben geduwd. Griekenland, Spanje, Portugal en Italië zijn niet in de problemen gekomen door besparingen, maar door het tegendeel, nl. door massaal belastinggeld en geleend geld over de balk te gooien. De stellingen van De Grauwe dat te strenge besparingen een recessie zullen uitlokken en dat de de overheden voldoende geld moeten kunnen uitgeven om de economie te stimuleren, is naar onze mening ten zeerste betwistbaar.
Negative-sum game.Dat overheidsuitgaven de economie niet kunnen stimuleren steunt op het feit, dat zulke uitgaven alleen maar kunnen gebeuren met geld aan de privé-economische kringloop te onttrekken, hetzij door belastingen, hetzij door het uitschrijven van staatsleningen. Voorbeeld : Als de overheid 100 miljard uitgeeft, wordt dit geld weggehaald uit de privé-economie en daarna door de overheid terug uitgegeven. Dit is een nul-operatie en kan dus geen stimulans betekenen. Integendeel, het is zelfs geen nul-operatie (geen “zero- sum game”), maar een “negative -sum game”. Het is ondertussen inderdaad aangetoond, dat de overheid de gelden die zij uitgeeft voor circa de helft verspilt. Dit blijkt uit meerdere studies, waaronder de zeer bekende studie van de Europese Centrale Bank (ECB) uit 2003 : “Public Sector Efficiency, an International Comparison”, Working paper 242). Talloze voorbeelden van overheidsverspillingen kennen wij allemaal, zoals o.m. de overtollige overheidsbureaucratie, de schande van het wanbeleid bij de NMBS, het wanbeleid bij de overheidsbank Dexia, de overheidsverzekeringsmaatschappij Ethias, de gemeentelijke holding en destijds bij Sabena. Al deze staatsuitgaven hebben de economie niet gestimuleerd, maar hebben ons land mee ten gronde gericht. Dit is ook eenvoudig te verklaren. De economische groei komt uiteindelijk uit de privé-sector. Alls wat de overheid uitgeeft kost tweemaal zoveel aan belastingsgeld. Dat geld is dan niet meer beschikbaar voor echte economische groei zoals alleen de privé-sector kan opbrengen. De overheid opzichzelf is vooral een dure "overhead"-kost.
In de privé-sector kan men zich zulke verspillingen niet veroorloven. De ondernemers werken met hun spaargeld, dat zij enkel zullen investeren in projecten die zinvol zijn en een economische méérwaarde opleveren. Dit wil zeggen in projecten die welvaart creëren en bijgevolg ook werkgelegenheid, maar dan wel zinvolle werkgelegenheid. Indien zij zich vergissen, zijn ze hun spaargeld kwijt. Daarom is het noodzakelijk, dat er zoveel mogelijk kapitaal in de privé-sector blijft, en enkel het strikt essentiële wordt overgemaakt aan de overheid. De overheid heeft ook geen expertise om zich met de economie te bemoeien. Ambtenaren en politici zijn geen ondernemers. Dat bewijzen de NMBS, Dexia, Ethias, het vroegere Sabena en zovele andere mislukte overheidsinitiatieven. Daarom ook is het subsidiebeleid van de overheid een zuivere verspilling. De Vlaamse overheid wil nu gaan investeren in innovatie. Dit lijkt ons weggegooid belastinggeld. Ambtenaren zijn niet de geschikte personen om te onderzoeken in welke innovatieprojecten moet geïnvesteerd worden en politici nog minder. Politici zullen zich vooral laten leiden door politieke motieven en vriendjespolitiek. Maar dit schept geen economische meerwaarde, maar verstoort de normale marktwerking. Als een ondernemer beschikt over een uitstekend innovatieproject, dan zal hij, zeker in een gezonde economische omgeving, geld kunnen vinden onder vorm van private equity of op de beurs. Het probleem vandaag is niet dat de overheid geen geld uitgeeft, maar dat ze door haar overtollige uitgaven de economie in het slop geholpen heeft.
Als ondernemers daarentegen, wegens de verziekte toestand van de economie geen gunstige investeringsmogelijkheden zien, moet de overheid dan in de schoenen van de ondernemers stappen? Waarom ambtenaren dan wèl zulke investeringskansen zouden zien en de ondernemers niet, is een raadsel. Moet de overheid dan toch maar werkgelegenheid creëren in projecten, die verlieslatend zijn en nog meer belastinggeld weggooien? Men zal dan wel in de statistieken meer werkgelegenheid kunnen inschrijven en de politici zullen tevreden zijn, maar de economie zal wel verder de dieperik ingaan. De echte taak van de overheid is in zulke gevallen de oorzaken van die verziekte toestand opzoeken en wegnemen. Die oorzaken zijn nu gekend : te hoge overheidsuitgaven, met als gevolg een onhoudbaar hoge belastingdruk. De Europese Commissie heeft het dan ook bij het rechte eind.
Belastingen omlaagAls de overheid voldoende bespaart, dan kan de belastingdruk (eindelijk) omlaag (en niet omhoog, zoals De Grauwe denkt) en zal ze ook minder op de kapitaalmarkt moeten ontlenen. Het zijn die twee elementen die de economie tot grote ontplooiing kunnen brengen. Lagere belastingen bezorgen ons een driedubbele hefboom tot welvaartscreatie. Ten eerste: veel laaggeschoolden hebben nu geen toegang tot de arbeidsmarkt omdat de onderneming driemaal het netto loon moet betalen : éénmaal het netto loon aan de werknemer en tweemaal het netto loon aan de overheid als fiscale en sociale afhoudingen. De werknemer moet dan ook de tegenwaarde presteren van driemaal het netto loon. De meeste laaggeschoolden kunnen die limiet niet halen. Ten tweede: lagere belastingdruk kan voor de ondernemingen het concurrentienadeel tegenover het buitenland herstellen. En tenslotte : met een lagere belastingdruk wordt het terug rendabel voor de bedrijven om te investeren. Dit schept zinvolle werkgelegenheid en meer welvaart. Om die belastingverlaging mogelijk te maken is het nodig dat de overheid grondig en doortastend bespaart. Daardoor krijgen wij nog een interessant neveneffect. Met een overheid die te veel leent bekomt men het bekende “crowding out” effect, waarbij de kapitaalmarkt verkrapt en de particulieren investeerders gaat verdringen. Een overheid die daarentegen bespaart maakt ruimte vrij op de kapitaalmarkt voor de privé-sector.
OESO
Bij de OESO vinden wij cijfers, die onze stelling ondersteunen. De landen die sedert 1995 het meest bespaard hebben, zijn precies die landen die thans het minst onder de crisis lijden. Omgekeerd, diegenen die hun overheidsuitgaven hebben laten aangroeien, zitten thans zwaar in de problemen. De Oeso berekende de aangroei of de krimp van de overheidsuitgaven sedert 1995 voor 14 Europese landen, waarbij het jaar 1995 werd gelijkgesteld aan 100. Vier landen hebben sedert 1995 hun uitgaven sterk verminderd. Met 1995=100 bekomen wij in als overheidsuitgaven in 2008 (het begin van de crisis) : Zweden : 79.2 Findland : 80.2 Duitsland 80.4 Nederland 82 Het zijn nu precies die vier landen die het minst onder de crisis te lijden hebben. Daarentegenover staan : Griekenland : 109.6 Portugal : 107.9 Ierland : 104.5 juist die landen, die erg diep in de problemen zijn terechtgekomen.
Ons besluit is duidelijk: besparingen zullen geen recessie creëren. Integendeel zij zijn de noodzakelijke voorwaarde voor de ontplooiing van de economie en voor het beëindigen van de crisis. Dus : deze keer, leve de Europese Commissie.
Willy De Wit
Medewerker bij de economische denktank “Workforall” (www.workforall.org)
