Deflatie scenario hoeft niet
Nu verschillende landen waaronder locomotief Duitsland terug meer groei kennen, lijkt het einde van de economische crisis in zicht. Is dat zo? In de VS heeft men nog geen reden tot juichen maar anderzijds bevestigt Azië steeds meer dat het centrum van de economie in het Oosten komt te liggen. Niettegenstaande men miljarden aan (virtueel) geld in het financiële systeem gepompt heeft lijkt het inflatiespook wel bedwongen. Tenminste zolang die miljarden ongebruikt op de balans van de banken blijven staan. Anderzijds wordt gewaarschuwd, dat we dreigen wakker te worden met een houten kop van deflatie. In De Tijd (14.08.2010) wordt een deflatie -spiraal opgevoerd als een self fulfilling prophecy. Die spiraal begrijpen is ook de sleutel tot het einde van de crisis. Om te beginnen, de spiraal houdt geen steek. Wij proberen hierna enkele hardnekkige mythes van die spiraal te weerleggen.
1. Consumenten kopen minder bij dalende prijzen en sparen liever.
Als consumenten minder kopen dan zal dat vooral zaken betreffen die minder nodig zijn. Consumptie kan wel veel geld doen rollen maar teveel aan consumptie is eerder een teken van slecht besteden van de beschikbare middelen. Eens de basisbehoeftes ingevuld zijn, moeten er keuzes gemaakt worden tussen consumeren en investeren. Sparen is via het bankwezen een vorm van investeren. Investeren levert meerwaarde op, consumptie niet. Bij dalende consumptie is het niet zo erg dat de producenten van consumptie goederen minder moeten produceren. Wat dan wel nodig is, is een verschuiving naar goederen met een grotere investeringscomponent. Infrastructuur, R&D, energie -efficiëntere producten zijn mogelijkheden.
2. Bedrijven zien minder vraag en investeren minder.
Het zou maar al te gek zijn indien de bedrijven zouden blijven produceren aan hetzelfde ritme. Overproductie is nu al dikwijls een probleem omdat de vraag kunstmatig aangewakkerd werd met goedkope kredieten en geldcreatie. Men kan de boterbergen dan nog wel een tijdje in de diepvries stoppen, op een gegeven moment kan men de overtollige boter best gewoon verbranden. Overproductie komt eigenlijk overeen met gederfde investeringen in betere alternatieven. Zolang we teveel aan conventionele wagens produceren, zal er minder reden zijn om alternatieven te ontwikkelen.
3. Bedrijven schrappen in personeel door zwakke vraag.
Met andere woorden, ze passen de kostprijs aan zodat geproduceerde goederen verkoopbaar blijven want aan overproductie heeft niemand iets. De reden dat bedrijven hun personeelsbestand minimaliseren is de totale loonkost. Twee derde ervan (en dat geldt voor de meeste westerse landen) gaat echter niet naar de werknemer maar naar de overheid, een tak van de economie waar overproductie en kostprijs niet in evenwicht gehouden worden door de consument ervan. Het is ook een tak van de economie waar nog nauwelijks geïnvesteerd wordt. Het volstaat naar de RVA cijfers van de laatste 10 jaar te kijken om onmiddellijk te zien dat de stijging van de werkloosheid niet veroorzaakt wordt door een verzwakking van de consumptie door de crisis. De hoge loonkost daarentegen is al decennia een structurele economische handicap.
4. Stijgende werkloosheid geeft minder consumptie.
Alhoewel het evident is dat bij minder inkomen mensen minder gaan consumeren, daarom hoeft de economie als geheel niet minder te groeien. De RVA cijfers zijn ook stelselmatig gestegen in de laatste 10 jaar maar de economie is daarom niet evenredig gaan krimpen, de uitgaven zijn allicht verschoven. De groet dip van de laatste economische crisis zat dan ook niet in de consumptie maar in de vraag naar productie en investeringsgoederen. Het is natuurlijk wel zo dat elke werkloze een potentieel aan economische productie onbenut laat en daarom ook is de beste manier om dat te bewerkstelligen de loonkost te laten dalen zonder het werknemersinkomen te laten dalen.
5. Schuldaflossingen en schuldenlast nemen toe, schuldenaars kunnen niet langer terug betalen en de vraag daalt.
Met andere woorden, de economische groeispiraal is verbroken. Paradoxaal genoeg is dit geen gevolg van dalende prijzen in een deflatoir scenario, wel een gevolg van de kunstmatige inflatoire geldcreatie (veelal door schuldcreatie).
De deflatoire spiraal is duidelijk een erg vereenvoudigde versie van de economische werkelijkheid. Het grootste gevaar bestaat erin dat men er in gelooft. Toch kunnen er nuttige lessen uit getrokken worden al was het maar door de ontkrachting van enkele economische mythes en politiek geïnspireerde denkpistes.
1. Economische groei is het enige doel.
Deze simplistische stellingname verbergt dat de berekening van de economische groei geen rekening houdt met het onderscheid tussen pure consumptie en investeren. Als we morgen allemaal een ton blauwe ballen gaan kopen of onze auto in de prak rijden, dan zal het BNP drastisch stijgen. Van economische meerwaarde is echter geen sprake. Isoleren we al onze huizen waardoor we de helft minder energie verbruiken, dan is de uitgave aan isolatie een investering waarbij de toekomstige besparing middelen zal vrijmaken voor nog andere investeringen.
2. Geldcreatie en lage rente zijn goed voor de economie.
Deze mythe lijkt wel een van de hardnekkigste. Geld is geen grondstof maar niet anders dan een ruilmiddel. Het vertegenwoordigt letterlijk een tegenwaarde in economische goederen. Geld gecreëerd met schuld is niet meer waard dan de hoop dat er ooit economische waarde zal tegenover staan. Met andere woorden, als er investeringen mee gemoeid zijn anders blijft het ijle lucht De rente artificieel laag houden is dan ook verkeerd omdat dit slechte investeringen of overconsumptie in de hand werkt. Hierbij verliest rente zijn signaal functie die de economie in evenwicht houdt.
3. Werkloosheid komt voort uit een dalende vraag.
Alhoewel bij een dalende vraag voor een bepaald product mensen tijdelijk hun baan kunnen verliezen, in een gezonde economie ontstaan elders nieuwe banen. Met een gezonde economie bedoelen we een economie die een optimale besteding van zijn middelen nastreeft en dus niet enkel mikt op consumptie, maar ook op sparen en investeren. Het lange termijn denken is essentieel.
Ook al is de deflatiespiraal een te eenvoudige weergave van de werkelijkheid, een centraal element erin is de besteding van het beschikbare inkomen. Het moge duidelijk zijn dat de recepten van geldcreatie om de consumptie te bevorderen gedoemd waren om te falen. Een veel gezondere manier om de economie te bevorderen is het beschikbare inkomen doen stijgen zodat de consumptie op een gezond peil kan blijven maar ook dat er meer geïnvesteerd, lees gespaard kan worden. Dit kan door de loonkost te verlagen op een manier die grotendeels neutraal verloopt voor werkgevers en werknemers, nl. door de belasting op arbeid drastisch te verlagen. Die handicap van 2/3 van de loonkost weg- werken houdt evenwel in dat de overheid de tering naar de nering zet en zelf het accent verlegd van consumptie naar investeren. De nettolonen zullen stijgen, de bedrijven zullen minder kapitaal behoeven en zullen meer kunnen investeren. De deflatiespiraal leert ons ook hoe in een mum van tijd de recessie tot het verleden kan behoren. De vraag is alleen of de politieke klasse rijp genoeg is om dit scenario te volgen.
Eric Verhulst,
Voorzitter www.workforall.org, een onafhankelijke socio-economische denktank
