logo
Gepubliceerd op WorkForAll (http://www.workforall.org/drupal)

Rudy Aernhoudt legt de vinger op de wonde:

Door eric.verhulst
Aangemaakt 2006-10-03 21:52
A wake-up call. Rudy Aernoudt legt in De Tijd de vinger op de wonde. Onze overheidsinstellingen zijn hopeloos inefficïent en wij subsidieren verlieslatende overheidsbedrijven. Kabinetten worden beter afgeschaft. Hij relativeert ook de transfers naar Wallonië en stelt dat Vlaanderen het relatief iets beter doet, maar toch nog steeds ondermaats presteert wanneer men vergelijkt met andere landen. Laat ons eerlijk zijn. Hij heeft gelijk. De Vlaamse regering wou tien jaar geleden een slanke en efficiënte overheid. In werkelijkheid is er 20 % meer personeel aan de slag. De Keynesiaanse maatregelen moeten ook niet onder doen voor de pseudo gratis-acties van de federale regering. Innovatie-politiek en diensten cheques ten spijt, het blijft rommelen in de marge op kosten van de hardwerkende Vlamingen, Brusselaars en Walen. Fundamentele, structurele veranderingen en vooral een diepgaande mentaliteitsverandering dringen zich op in dit land.

De Tijd publiceert op geregelde tijdstippen een viervoudige opinie van een beslissingsnemer. Hij of zij geeft zijn ongezouten mening over een onderwerp voorgelegd door de redactie, een onderwerp naar eigen keuze en een actueel thema. Het klavertjevier wordt afgesloten met enkele losse hersenspinsels, kort en krachtig.

Deze week is RUDY AERNOUDT aan het woord. De economist en filosoof is van alle kabinetten thuis. Met die ervaring is hij uitstekend geplaatst om eens uit te leggen waarom de overheid in dit land zo inefficiënt blijft. En waarom wil hij als ex-kabinetschef nu zelf de kabinetten weg? Hoe kan je de transfers naar Wallonië anders bekijken en wat scheelt er aan het gratis-verhaal?

-- Opgetekend door Patrick Luysterman

Het zijn de Walen niet
Overlapping van bevoegdheden en gedemotiveerde ambtenaren leiden tot gigantische inefficiënties. We moeten dringend een overheid ontwikkelen die meer doet met minder. Op die manier kan tot 10 miljard euro efficiëntiewinst worden gerealiseerd. Dat is ongeveer tweemaal zo veel als de geschatte transfers van Vlaanderen naar Wallonië. Ons probleem ligt niet zozeer bij de Walen maar bij de enorme overheidsinefficïëntie in het hele land, stelt RUDY AERNOUDT.
Onderzoek van Harvard toonde aan dat er een duidelijke correlatie bestaat tussen de professionaliteit van de overheid en de economische ontwikkeling van een regio. Een efficiënte overheid is een overheid die de juiste dingen doet en ze juist doet. De Belgische overheden slagen in geen van beide opdrachten.

De efficiëntie van onze administratie ligt 35 procent lager dan het gemiddelde van 23 onderzochte landen. Een van de meest schrijnende voorbeelden is de efficiëntie van het belastingsysteem. Op de 117 door het World Economic Forum geanalyseerde landen kwam België op de 115de plaats. Terwijl we voor het niveau van de belastingen duidelijk aan de top van de Europese rankings vertoeven, bevinden we ons qua efficiëntie helemaal onderaan. Misschien hangen deze twee rankings wel samen.

De Belgische overheid haalt een inputefficiëntie van 66 procent. Met andere woorden, we 'presteren' een verspilling van middelen van 34 procent ten opzichte van de beter presterende landen. Het gemiddelde van de onderzochte landen was 79 procent, wat ons nog altijd 13 procentpunt beneden het gemiddelde brengt. Omgerekend op de impact van de overheden in de economie, geschat op 47 procent van de economie, komen we aan een verspilling van om en bij de 10 miljard als we tevreden zijn te streven naar de gemiddelde waarden. Dat is ongeveer tweemaal zo groot als de geschatte transfers van Vlaanderen naar Wallonië.

Vooral inzake de efficiëntie van de administratie en de economische performantie scoren we bijzonder slecht. Veel Vlamingen duiden vermoedelijk de Walen aan als de zondebok en de oorzaak van deze inefficiëntie. 40 procent van de actieve Walen werkt immers bij de overheid en de publieke bedrijven, tegenover 'slechts' 28 procent van de Vlamingen. Onderzoek aan de KULeuven berekende evenwel dat de Vlaamse inputefficiëntie 69 procent bedraagt, of 3 procentpunt boven het Belgische gemiddelde. Dat impliceert dat de Vlaamse administratie iets performanter is dan de Waalse maar zich nog steeds 10 procentpunt onder het gemiddelde bevindt en een verspilling noteert van 31 procent ten opzichte van beter presterende administraties zoals die van Luxemburg of Ierland.

Efficiëntie in de privésector heeft te maken met vier factoren: motivatie, competentie, duidelijke bevoegdheidsafbakening en loon en respect voor geleverde prestaties. En precies op die vier punten knelt het schoentje. In België is 18,2 procent van de werkende bevolking aan de slag bij de administratie, terwijl voor de meeste Europese landen dat cijfer schommelt tussen 11 en 13 procent. Maar een groot aantal van deze mensen is niet of weinig geschoold en heeft niet voldoende competenties. Dat komt omdat de overheidspolitiek inzake aanwervingen wordt bezoedeld door een sociale politiek.

Gebrek aan respect
De komende tien jaar bereikt heel wat overheidspersoneel de pensioenleeftijd. Natuurlijke afvloei gekoppeld aan een beperkte aanwerving van competente ambtenaren zou de overheid kunnen doen afslanken en zo de efficiëntie ervan opdrijven. Dat moet dan wel gepaard gaan met een accuraat screenen van de personeelsbehoeften en een sterke professionele mobiliteit bij de verschillende overheden. De overheidsadministraties kunnen dus niet langer gebruikt worden als een alternatief voor tewerkstellingsbeleid. Ze moeten 'ontvetten', minstens tot op het niveau van het Europese gemiddelde.

De politiek geladen kabinetten interfereren in de werking van de administratie, wat de demotivatie van de ambtenaren versterkt. De nieuwe politieke cultuur is veraf: administraties ontvangen nog steeds instructies om dossiers goed te keuren, wat dan weer de bevoegdheidsafbakening op de helling plaatst. Het getuigt van gebrek aan respect voor de analyse van de ambtenaar. Zijn imago in de buitenwereld is dan ook navenant.

Schaf de kabinetten af
In haast alle landen regeren ministers zonder kabinetten. Vlaanderen kan en moet bewijzen dat het dat ook kan. Er doet zich nu een unieke kans voor.
Ondanks de intenties van de Copernicushervorming, die voorzag in een afschaffing van de kabinetten, is het aantal kabinetsleden van de federale ministers in 15 jaar verdubbeld. Terwijl de kabinetten in 1989 30 miljoen euro kostten, liep het kostenplaatje in 2004 op tot 50 miljoen. Het aantal politiek adviseurs steeg van 13,8 naar 28 per minister. De Copernicushervorming moest een stille dood sterven want ze liet niet genoeg ruimte voor politieke benoemingen.

Ook de tien Vlaamse ministers beschikken over een hofhouding van meer dan 500 kabinetsleden, 30 meer dan de vorige regering. Van hen mogen er meer dan 50 de titel van kabinetschef of adjunct-kabinetschef dragen. Ambtenaren met de juiste kleur worden tijdelijk in het kabinet ondergebracht - wat opnieuw de administraties verzwakt - met een kabinetspremie boven op hun salaris. Als het kabinet opgeheven wordt, hebben ze recht op een retourticket en een ontluizingsverlof.

Anderen krijgen dan weer een kabinetsfunctie aangeboden in ruil voor 'bewezen diensten'. Die diensten zijn meestal verbonden aan een politieke daad die verband houdt met voorbije (of toekomstige) verkiezingen. Ook voor hen wordt een stoel warm gehouden voor na de val van het kabinet. Het nieuwe kabinet begint overigens meestal zonder personeel, dossiers of materieel, en moet opnieuw alles opbouwen, met belastinggeld.

Vlaanderen heeft een unieke kans om aan de overheidsinefficiëntie iets te doen. Het 'beter bestuurlijk beleid' dat sinds 1 april 2006 van kracht is, deelt de administratie in in 13 beleidsdomeinen. Het kloppende hart van ieder domein is het departement, dat als taak heeft 'beleidsvoorbereidend en beleidsevaluerend' werk te verrichten. De departementen moeten dus gaan doen wat de kabinetten de facto doen. Het is trouwens de bedoeling de kabinetten af te schaffen. De beslissing van 23 juni 2000 stelt dat de departementen de meeste taken van de ministeriële kabinetten overnemen, zodat die kunnen afslanken tot een beperkte staf van de minister. Sinds 1 september staan de nieuwe structuren op punt. Een schitterend huzarenstukje. Alleen is van het afschaffen van de kabinetten (voorlopig) geen sprake meer. Integendeel, de persoonlijke hofhoudingen van de ministers zwellen nog aan.

Zon
Vlaanderen mag deze unieke gelegenheid niet laten passeren om de kabinetten af te schaffen. Dit is écht de enige manier om overlappingen te vermijden en een efficiënt beleid te garanderen. Elke minister zou dan drie tot vijf persoonlijke medewerkers kunnen hebben die de beleidsvoorstellen van het departement kunnen toetsen aan de partijpolitieke consideraties en de communicatie van de minister verzorgen. Het zal moed vergen van de regering om het niet bij loze retoriek te laten. En hopelijk zal ook de (volgende) federale regering Copernicus vanuit zijn as te doen oprijzen. Maar na jaren Copernicus blijven heel wat politici beweren dat de zon rond de aarde draait.

Transfers anders bekeken
Wallonië is niet homogeen. Integendeel, de provincie Waals-Brabant is de rijkste provincie van Wallonië. Ze is dan ook nettobetaler, ook voor… de West-Vlamingen. De armoede en de werkloosheid zijn geconcentreerd in de oude industriebekkens van Luik en Charleroi. Haalt men deze twee subregio's uit de statistieken, dan zijn er economisch gesproken geen significante verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. Beide arrondissementen vertegenwoordigen wel 30 procent van de Waalse economie.

De 'onafhankelijke' staat Vlaanderen zou het op drie na rijkste van de 26 Europese lidstaten worden. Daardoor zal natuurlijk het Europese solidariteitsprincipe worden geactiveerd en zullen we solidair zijn met de andere lidstaten, zoals Griekenland, Bulgarije, en wie weet op termijn zelfs Turkije. En nog erger, zelfs Wallonië zal op een indirecte manier weer geld krijgen van de hardwerkende Vlamingen. Tenzij we ons na de onafhankelijkheid ook terugtrekken uit de Europese Unie en een Vlaamse autarkie uitbouwen.

Transfers zijn echter niet in de eerste plaats van interregionale aard maar van interpersoonlijke aard. Twee derde van de transfers heeft immers te maken met de sociale zekerheid. Indien de Vlamingen de 3 euro die zij per dag betalen voor de Walen zouden afschaffen, zouden 42 procent meer Walen onder de armoedegrens leven. Een op de vier Walen zou dan onder het bestaansminimum vallen. Is het dat wat de Vlamingen willen?

Geen blanco cheque
Het is echter wel de morele plicht van de donor, geen blanco cheque te geven. Vlaanderen zou met Wallonië op basis van interregionaal overleg moeten overeenkomen dat de fondsen worden gekoppeld aan een beleid dat de economie erbovenop helpt. De ingrediënten zijn bekend: innovatie, ondernemerschap, creativiteit en arbeidsethos. Als de participatiegraad in Wallonië op het niveau komt van die in Vlaanderen, dan smelten de transfers weg als sneeuw voor de zon. En als we daarnaast ook nog ijveren voor een efficiënte administratie, dan blijven geen transfers meer over.

Mentaliteit
Het beste wat ons in Vlaanderen kan overkomen, is dat wij een welvarende en koopkrachtige buur hebben. Vandaag al bedraagt het aandeel van de 'export' van kleine Vlaamse bedrijven (minder dan tien werknemers) naar Wallonië 25 procent; voor de grotere (meer dan tien werknemers) is dat nog steeds 20 procent. En alle ingrediënten om Wallonië erbovenop te halen zijn er: bereidwillige mensen, ruimte en betaalbare industriegrond, risicokapitaal. Het énige waar aan gesleuteld moet worden, is de mentaliteit. Mentaliteit zit in mensen, maar structuren kunnen de motivatie aanwakkeren of afremmen. Daar zit de uitdaging. Als de Vlamingen daarvoor ijveren in plaats van oeverloos te discussiëren, over hoe hoog die transfers precies zijn, zouden we er allen beter van worden.

Clichés over Walen
Clichés over de Waal moeten debatten zoals die over de sociale zekerheid of de werkloosheidscontrole voeden om tot de conclusie te komen dat er met die Walen niet te 'werken' valt en om de eis tot onafhankelijkheid te verantwoorden. Het zondebokmechanisme gaat ervan uit dat de zondaar met alle zonden wordt overladen en de stad (in casu het land) wordt uitgejaagd, waardoor de welvaart wordt hersteld. Het is manifest onjuist dat Vlaanderen daarbij als bij wonder plots opnieuw de meest competitieve en welvarende regio zou worden. Dichotomie (het denken in termen van tegenpolen) diaboliseert en leidt zelden tot duurzame oplossingen waar de mens beter van wordt.

De trein
Uit Europese statistieken over de subsidies aan ondernemingen blijkt dat Belgische ondernemingen zwaar in de prijzen vallen. Ze vertegenwoordigen de op een na meest gesubsidieerde ondernemingen van de EU-15. Als men de spoorwegen uit de statistieken haalt, zakken onze ondernemingen van de tweede naar de achtste plaats. Elke dag betaalt elke Belg 1 euro voor de trein die gebruikt wordt door 6 procent van de Belgen. Als we dat vergelijken met de 3 euro die elke Vlaming betaalt voor de Walen en de Brusselaars, die 40 procent van de bevolking uitmaken, is dat ongeveer twee keer zoveel per begunstigde.

Gratis is duur
Gratis betekent dat diegene die het 'gratis' goed gebruikt er niet voor moet betalen, terwijl iemand anders, die het al of niet gebruikt, er wel voor moet betalen. Indirecte allocatiesystemen moeten worden beheerd door onze belastingadministratie, wat tot bijkomende kosten leidt en er eigenlijk voor zorgt dat gratis duurder is voor de gemeenschap dan niet-gratis. Erger: de splitsing tussen gebruiker en betaler leidt tot niet-respect bij de gebruiker en demotivering bij de betaler. Zo worden toch de basisprincipes van een economie en maatschappij uitgehold, wat ons héél duur kan komen te staan.

Mandaten
Een innovatie in publiek management was de invoering van mandaten voor topfuncties bij de overheid. De vaste benoeming was weinig compatibel met de gewenste dynamiek. Volgens Van Dale is een mandaat een opdracht krachtens dewelke men een functie vervult. Nu blijkt dat de meeste collegae, na een externe rekruteringsprocedure, weliswaar een mandaat hebben bekomen, maar dat mandaat niet opnemen. Als we kijken naar de definitie kan men een mandaat echter ofwel weigeren, ofwel opnemen. De facto wordt in Vlaanderen de opdracht dus niet uitgevoerd door de gemandateerde maar door een derde die niet in de proeven is geslaagd en nu zonder mandaat wordt gemandateerd. Of hoe politieke logica en efficiënt bestuur haaks op elkaar staan. Wie zei ook alweer: 'Wat we zelf doen, doen we beter'?

03/10/2006 Copyright © De TIJD

Bron URL:
http://www.workforall.org/drupal/drupal/nl/node/22