Overheid moet niet 4% besparen zoals VOKA stelt, maar wel 40%
Belgen dienen hard te werken voor hun loon, zelfs zeer hard. Het is dan ook maar normaal dat met het vele belastingsgeld dat de hardwerkende Belg aan vadertje staat betaalt ook zorgvuldig en efficiënt wordt mee omgesprongen. Daarom wekt het verwondering dat VOKA op het open VLD labo van 30 augustus 2008, een pleidooi hield om slechts 4% te besparen op het overheidsapparaat. Analyse van de data toont echter aan dat tot 40% besparing mogelijk is en als doelstelling dient te worden gesteld, met behoud van alle diensten die de burger wenst.
Normverlaging
VOKA vergelijkt de efficiëntie van de Belgische overheid met het gemiddelde van verschillende Westerse landen. Hieruit besluit men dat de Belgische overheid 4% te dik is.
Middelmaat als doelstelling stellen is verwonderlijk. In een economische omgeving, zal men zich steeds vergelijken met de best presterenden. De hard werkende Belgen hebben recht op een efficiënte overheid. Zij zijn meestal tewerkgesteld in een industrie waar men zich meet met de meest efficiënte bedrijven. Waarom zou dit voor de overheid niet gelden? Vergelijking met de best presterende landen leert dat de Belgische overheid niet 4%, maar 33% te dik is, voor eenzelfde overheidseffectiviteit. Terecht wordt in de commentaren van prof. Lode Verbeeck gesteld dat de oorzaken van de inefficiëntie van de Belgische overheid te wijten zijn aan het ontbreken van marktdruk (faillissement is weinig waarschijnlijk), budget maximalisatie door rationele ambtenaren, en een beleid dat voordelen doorspeelt naar doelgroepen, terwijl de kosten worden gespreid over alle belastingsbetalers. Bijkomende kosten worden veroorzaakt door hyperkinetische beleidsmakers in een mediatijdperk, terwijl de normale marktwerking het werk beter zou doen.
Financiële referenda verbeteren de marktwerking
De commentatoren van VOKA zien geen middel om aan de opgesomde oorzaken iets te doen. Een nadere analyse van hun gegevens brengt echter de oplossing. Zij vergeten dat er wel beproefde middelen zijn die maken dat er voldoende druk is op de overheid om efficiënt te werken: namelijk financiële referenda. Bemerk dat volgens de data door VOKA gepresenteerd, zowel USA en Zwitserland bij de landen behoren die de hoogste overheidseffectiviteit hebben voor eenzelfde overheidsbeslag op het BBP. Het zijn precies de VSA en Zwitserland die als enige landen in de wereld beschikken over de mogelijkheid van financiële referenda. En wat is een referendum anders dan een vorm van marktwerking?
We kunnen nog verder gaan. Zowel voor de VSA als voor Zwitserland zijn de cijfers voor de overheidsefficiëntie een gemiddeld cijfer over al hun deelstaten. De overheidsefficiëntie is echter afhankelijk van de mate waarin een deelstaat financiële referenda aanwent. In de VSA hebben maar een paar deelstaten een financieel referendum en in Zwitserland zijn de regels sterk afhankelijk van het kanton. Zo worden er zowel handtekeningdrempels gehanteerd en automatische drempels die elke uitgave boven een bepaald bedrag verplicht aan een referendum onderwerpen. Beide zijn factoren en ressorteren meer effect naarmate de drempel lager is. Dit is logisch: als men toelaat dat diegenen die het allemaal moeten betalen, ook directe zeggenschap hebben over de omvang van de uitgaven is precies de nodige feedback aanwezig die in het huidige systeem ontbreekt. Men krijgt dan ook niet langer opportunistische en populistische maatregelen maar uitgaven die het resultaat zijn van een grondig maatschappelijk overleg.
Een studie van prof. Matsusaka toont aan dat deelstaten in de VSA met een financieel referendum en een verwaarloosbare handtekening drempel voor 11% efficiënter werken. De studie van prof. Feld toont aan dat deelstaten in Zwitserland met een financieel referendum en een verwaarloosbare handtekening drempel 19% efficiënter werken.
Goed beheer en kerntakendebat
VOKA hanteert cijfers, gebaseerd op data van het IMF over overheidsbeslag ten opzichte van het BBP. Rekening houdend met de gemiddelde overheidsefficiëntie van België ten opzichte van de VSA enerzijds en Zwitserland anderzijds dan zou België dezelfde diensten kunnen leveren voor respectievelijk 33% en 29% minder. Als we daarop de invloed van een laagdrempelig financieel referendum toepassen, komen we respectievelijk op 40 % en 42 %.
Dit zijn natuurlijk vrij vereenvoudigende berekeningen maar het laat ons toe te poneren dat de mogelijke besparingen minstens 30% en zelfs 40% eerder dan 4% kunnen bedragen.
Het wetenschappelijk onderzoek van prof Feld van de Universiteit van Heidelberg en prof. Matsusaka van de Universiteit van Californie tonen de bijkomende besparingen, die gerealiseerd kunnen worden dankzij laagdrempelige financiële referenda.
Tabel I: Benchmark van de overheidsdeficiënties t.o.v. "Best in Class" landen en "Best in Class" deelstaten.
Deze besparingen zijn geen lineaire besparingen.
De eerste factor is er vooral een van beter beheer. Men zou dus verder moeten graven en onderzoeken waarom andere landen het beter doen. Er zijn hierover al veel studies gebeurd maar indicatoren zijn steeds, net zoals voor de bedrijven, de productiviteit per werknemer. Dit komt er op neer dat men dezelfde output moet kunnen genereren met minder mensen. Als we vaststellen dat op 50 jaar tijd het aantal ambtenaren quasi verdubbeld is, dan moge het evident zijn dat hier veel structurele saneringen mogelijk zijn. Grondige vereenvoudiging van de wettelijk opgelegde regels en een behoeften gericht personeelsbeleid kunnen hier al wonderen doen.
De tweede factor is fundamenteler en behelst het kerntakendebat. Welke diensten moet de overheid leveren, of beter nog, welke niet? En dit is duidelijk te belangrijk en te duur om dat enkel aan de politici en hun kabinetten over te laten. We mogen hierbij ook niet vergeten dat elke euro die de overheid teveel int niet meer ter beschikking staat van de burger zelf. De 400 miljoen overschot van de Vlaamse regering zijn eigenlijk 400 miljoen teveel geïnde belastingen. Dit komt neer op zo'n 400 euro per Vlaams gezin. Dit bepaalt uiteindelijk de koopkracht maar dit bepaalt ook de mate waarin de bedrijven kunnen investeren. Zowel de overheid als de private economie moeten met de hun beschikbare middelen meerwaarde genereren om de welvaart in stand te kunnen houden. Zoniet wordt het inkrimpen en inleveren en dat zal des te pijnlijker zijn voor de volgende generatie als men vandaag nalaat de corrigerende mechanismen in te voeren.
Het gaat verder de verkeerde kant op.
Ondanks het feit dat we regeringsverklaringen bol staan van besparingen en afslankingen van het overheidsapparaat blijft het verder de verkeerde kant opgaan. Waar in de ons omringende landen, de overheidsefficiëntie systematisch werd verhoogd door een reductie van het aantal ambtenaren, groeit in België het ambtenarenapparaat verder gestaag.

Over de periode 1995-2005 groeide in België het aantal ambtenaren, exclusief deze in het onderwijs, gezondheidszorg, en maatschappelijke dienstverlening, als volgt:
- Lokale besturen: +24.300 of 15,6%
- Federale overheid + SZ: +14.300 of +11,8%
- Gemeenschappen en Gewesten: + 7.600 of +17,6%
- 2,4% van BBP gaat naar ambenarenlonen, tegenover 1,5% als gemiddelde voor de landen van de EU.
Hoe dit invoeren?
Alles wijst erop dat de inefficiënties op een inherente manier ingebakken zit in het systeem van "representatieve democratie". De mensen die de uitgaven van de overheid dienen te betalen kunnen hierover niet rechtstreeks beslissen. Slechts eenmaal om de zoveel jaar kunnen zijn hun stem weggeven aan een politieke partij. De ervaring leert dat alle politieke partijen in mindere of meerder mate lijden aan hetzelfde euvel: eens de mandaten op zak worden de gedelegeerden gedurende een jarenlange periode niet ter verantwoording opgeroepen.
Wanneer de bevolking rechtstreekse zeggingschap heeft, is er rechtstreekse controle op de uitgaven, en wordt de overheid gedwongen zo efficiënt te zijn als de bevolking het wil. Het heeft er alle schijn van dat wanneer mensen die het moeten betalen zelf over de besteding van hun geld mogen beslissen, er veel zorgvuldiger met het geld van de overheid wordt omgesprongen.
Deze resultaten tonen ook aan wat in elke cursus over regelsystemen wordt beschreven: wanneer de mate van terugkoppeling relatief te gering is, dan wijkt het systeem steeds verder af van het gestelde doel.. Wanneer de terugkoppeling versterkt wordt, dan stabiliseert het systeem zich snelle naar het gewenset doel.
Dit is precies wat het financiële referendum doet: het zorgt voor een sterke verhoging van de terugkoppeling, waardoor de overheidsbeslissingen als regelsysteem, beter aansluit bij wat door de bevolking wordt gevraagd. Het moge ook evident zijn dat dit ook bevorderd woordt door een sterke decentralisatie van de overheid omdat dit de afstand tussen de burger en de overheid vermindert en dus de terugkoppeling verbetert.
Invoering van financiële referenda lijken bijgevolg een wondermiddel te zijn. De weerstand bij politici om dit in te voeren is zeer hoog. Het is dringend tijd dat de bevolking zich bewust wordt van de effectiviteit van het wondermiddel financieel referendum, een standaard ingrediënt van een samenleving gebaseerd op de principes van directe democratie.
De belastingsbetalende hard werkende Belgen hebben het volste recht te eisen dat de overheid hun geld op de meest efficiënte wijze besteedt. Het doel zou dus niet 4% besparen moeten zijn maar 40% besparen op de overheidsuitgaven met behoud van de dienstverlening die de burger zelf wenst. Financiële referenda zijn hierbij een uitgelezen middel.
Eric Verhulst en Piet De Pauw, Voorzitter resp. medewerker van www.WorkForAll.org, een onafhankelijke socio-economische denktank.
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Besparing door financiele referenda in USA.pdf | 170.91 KB |
| Vergelijking overheidsuitgaven in verschillende types democratieen_31Juli2008.pdf | 322.19 KB |
| VOKA efficiente overheid beleidsopties.pdf | 430.73 KB |
| Commentaren-Prof Vereeck VOKA studie.pdf | 61.09 KB |
