Blokkeringsmemen herkennen en ontmaskeren.

|

Natuurlijk hadden de Ieren groot gelijk om, tegen het propaganda-offensief van de politieke kaste in, het verdrag van Lissabon te verwerpen. Daartoe hoefde zij niet eens de tekst van het verdrag te bekijken. Eén vaststelling volstaat: de Europese politieke kaste had de manifeste bedoeling om de bevolking te misleiden en te bedriegen. En op het voorstel van een bedrieger ga je sowieso niet in.

In feite is het verdrag van Lissabon niets anders dan een doordruk van de Europese Grondwet. Verhofstadt (“Ons opzet was de inhoud van de grondwet te redden, en dat is in grote mate gelukt” – Het Nieuwsblad, 23-06-2007) en De Gucht (“als je de grondwet vergelijkt met dit verdrag, dan zal er in de praktijk weinig verschil zijn” ibid.) bijvoorbeeld, erkenden dit openlijk.

Ook in het buitenland zeiden kenners hetzelfde. De Duitse bondsregering heeft officieel laten weten: “Der Begriff "Verfassung für Europa" war nach der Ablehnung bei den Volksabstimmungen in Frankreich und den Niederlanden nicht mehr haltbar. Das erklärte Ziel von Bundeskanzlerin Angela Merkel konnte erreicht werden: Die mit diesem Verfassungsvertrag verbundenen Reformen der Europäischen Union blieben in ihrer Substanz erhalten“. Men heeft de term ‘Europese grondwet’ gedropt; maar de essentiële elementen werden behouden. Hier en daar zijn er zelfs bemoeialelementen bijgekomen; zo is de hysterie rond de ‘global warming’ als extraatje opgenomen in het Lissabon-pakket.

Valéry Giscard d’Estaing (coauteur van de Europese Grondwet) geeft, in een opiniestuk getiteld “The EU Treaty is the same as the constitution” (The Independent, 30-10-2007) een bijkomend element aan:

“It was the legal experts for the European Council who were charged with drafting the new text. They have not made any new suggestions. They have taken the original draft constitution, blown it apart into separate elements, and have then attached them, one by one, to existing treaties. The Treaty of Lisbon is thus a catalogue of amendments. It is unpenetrable for the public. In terms of content, the proposed institutional reforms – the only ones which mattered to the drafting Convention – are all to be found in the Treaty of Lisbon. They have merely been ordered differently and split up between previous treaties. There are, however, some differences. Firstly, the noun "constitution" and the adjective "constitutional" have been banished from the text, as though they describe something inadmissible. At the same time, all mention of the symbols of the EU have been suppressed, including the flag (which already flies everywhere), and the European anthem (Beethoven's Ode to Joy). “

Valéry Giscard d’Estaing noemt de verdragstekst dus “...unpenetrable for the public”. Het opzet was inderdaad, om de grondwet te behouden en de bevolking op dit punt om de tuin te leiden. Dit werd door een aantal protagonisten ook duidelijk uitgesproken. “De grondwet had de bedoeling leesbaar te zijn. Dit verdrag had de bedoeling onleesbaar te zijn en dat is zeker gelukt“, aldus De Gucht (Het Nieuwsblad 23-06-2007; zie ook: “Karel De Gucht: nieuw verdrag is onleesbaar” De Morgen, 25-06-2007; “Onleesbaar” Het Nieuwsblad 25-06-2007). Dat dit meer is dan een boutade, blijkt bijvoorbeeld uit de gelijklopende commentaar van de toenmalige Italiaanse minister van buitenlandse zaken Giuliano Amato (op een persconferentie in Londen in juli 2007):

“They decided that the document should be unreadable. If it is unreadable, it is not constitutional, that was the sort of perception. Any prime minister - imagine the UK prime minister - can go to the Commons and say, 'Look, you see, it's absolutely unreadable, it's the typical Brussels treaty, nothing new, no need for a referendum.’”

Kijk, dat is nu een voordeel van zo’n grote EU: er zijn altijd wel enkele politici die uit de biecht klappen, tot ergernis van hun kastegenoten en tot vermaak van het publiek. De Britse oud-minister voor Europese zaken Denis MacShane bijvoorbeeld, trok heel ongerust aan de alarmbel:

“Could you ask President Prodi back in Rome not to say this is a Constitution, could you ask President Barroso not to say we’re creating a new form of empire, because, well, words mean something. A referendum arose in Britain not because the anti-European right wanted it… It was people like Timothy Garton-Ash, newspapers like the Guardian, the Independent, it was the Liberal Democrat party – all nominally pro-European – all insisting on a referendum. So please, as a serious bid to about the only elected person here – do not assume the IGC is a done deal, do not assume a fusion of the President with the Commission will not cause controversy… Do not assume the Dutch Labour party will not call a referendum. Do not assume that the Conservative Party in this country, with the help of the Liberal Democrats, will not insist on a referendum. The game isn’t over yet… The language is vital. The use of the word Constitution was wrong. I suggest saying it’s still a Constitution, President Prodi and other European leaders, is wrong“.

Met andere woorden: indien we willen dat onze leugens effectief zijn, dan moeten we allemaal dezelfde leugens vertellen, anders krijgen ‘ze’ het door. Het vervelende is alleen, dat zo’n oproepen tot consequent bedrog òòk weer doorsijpelen. Het is de paradox waarmee ook Jean-Claude Juncker werd geconfronteerd, toen die in een Britse krant werd geciteerd als zeggende, dat men aan de Britten moest verzwijgen dat door het verdrag van Lissabon een “...primacy of European law” en een “...an enormous extension in the fields of the EU’s powers” werd doorgevoerd: “Of course there will be transfers of sovereignty. But would I be intelligent to draw the attention of public opinion to this fact?“ (The Telegraph, 03-07-2007). Door zoiets openlijk te zeggen trekt Juncker nog méér de aandacht op het bedrog.

De wil tot misleiding bij de heersende kaste komt ook op andere manieren tot uiting. Zo beloofden de drie grote politieke partijen in Groot-Brittannië bij de verkiezingen van 2005 duidelijk, dat de Europese grondwet zou onderworpen worden aan een referendum. Oppositieleider Cameron wees hierop in het Brits parlement: "people feel cheated and cynical because promises made are promises being broken".

Ook de Nederlandse PvdA heeft zijn verkiezingsbelofte ingeslikt:

(p.104: “Europa is er voor de burgers. De uitslag van het referendum over de grondwet was glashelder. De PvdA zal niet accepteren dat er via een omweg toch aan gemorreld wordt. Voor een nieuw (grondwettelijk) verdrag is een nieuw referendum nodig”)

Dit soort kiesbedrog werd telkens verantwoord door te stellen, dat het verdrag van Lissabon helemaal andere, en veel minder verreikende consequenties heeft dan de Europese Grondwet. Terwijl anderen juist benadrukken dat het verdrag van Lissabon in wezen een (moedwillig onleesbaar gemaakte) herneming is van de Europese Grondwet, ontkennen de verbrekers van referendum-kiesbeloftes noodgedwongen dat het verdrag van Lissabon een grondwettelijk karakter heeft en de nationale soevereiniteit ondergraaft. De Britse PM Gordon Brown bijvoorbeeld verklaarde in september 2007: “If we had the same constitutional treaty that was abandoned, we said there would be a referendum“. Balkenende zei dat ook: volgens hem was het verdrag van Lissabon geen Grondwet, maar een ‘wijzigingsverdrag’, en doorover heeft de burger niets te zeggen: “Bij een gewoon wijzigingsverdrag hoort een gewone goedkeuringsprocedure in het Nederlandse parlement“ (Volkskrant 21 09 07). Waarom eigenlijk heeft de Nederlandse burger (tegen zijn wil in) niets te zeggen over dit ‘wijzigingsverdrag’? Daarom.

Gezien al deze kuiperijen en bedrog was het neen van de Ieren zeer gepast. Dat betekent niet dat er aan het verdrag zelf geen uiterst bedenkelijke aspecten kleven. Men hoeft die echter niet eens te bekijken om tot afwijzing te besluiten: met bedriegers doe je per beginsel geen zaken, punt.

Niettemin zal dat verdrag van Lissabon toch door de heersende kaste worden doorgedrukt, omdat het Europese geestesleven momenteel een dodelijke zwakte vertoont. Die zwakte is het onvermogen bij Jan Modaal, om blokkeringsmemen te herkennen en onschadelijk te maken.

Een meme wordt doorgaans omschreven als een gedachte, een opvatting, een werkwijze of een omgangsvorm die eigenschappen vertoont, waardoor ze van mens tot mens kunnen overgedragen worden. Memen zijn in maatschappelijke zin besmettelijk. Die besmettelijkheid kan op verschillende manieren tot stand komen. Het kan zijn dat een overgenomen werkwijze, inzicht of techniek welzijnsbevorderende eigenschappen bezit. De besmettelijkheid is dan min of meer vanzelfsprekend. Het is ook denkbaar dat de meme elementen bevat, die los van ieder nut haar eigen overdracht ondersteunen. Wanneer bijvoorbeeld een godsdienst als geloofspunt omvat, dat afvalligen moeten gedood worden, dan bevordert zulks de verspreiding van die godsdienst, ongeacht de impact van die religie op het welzijn van de gelovigen. Verder bestaan ook ‘blokkeringsmemen’. Tot op heden reserveerde ik de term ‘meme’ voor blokkeringsmemen, maar dat gaat in tegen het algemeen woordgebruik en na een vaderlijke vermaning door Luc Van Braekel heb ik besloten om deze gewoonte te verlaten. Blokkeringsmemen zijn politieke pseudo-begrippen, gelanceerd met propaganda-doeleinden, die op een verhulde wijze logisch contradictorisch zijn en daardoor het maatschappelijk denken blokkeren. De propagandist verbindt dit pseudobegrip met allerhande emotionele connotaties, waardoor het zich als meme kan voortplanten. Ongeveer zoals de inktvis zijn inktwolk spuit, injecteert de politieke klasse haar nevel van blokkeringsmemen in de samenleving. Achter de gevormde ideologische mist wordt dan een agenda geïmplenteerd, die haaks staat op de wensen van de bevolking.

Voorbeelden? De term ‘multiculturele samenleving’ is een typische blokkeringsmeme. De term is logisch contradictorisch, ongeveer zoals de uitdrukking ‘vierkante cirkel’. ‘Cultuur’ is een zeer omvattend begrip, dat zeker het geheel van grondbeginselen en basisprincipes omvat, volgens dewelke mensen samenleven. Cultuurverschillen bestaan, omdat mensen inderdaad op verschillende manieren een samenleving kunnen vormen. Een samenleving kan eventueel multi-muzikaal zijn, multi-gastronomisch, en ook multi-religieus; maar ze kan niet multi-cultureel zijn, omdat het gegeven dat men op één grondslag samenleeft automatisch impliceert dat men niet op een andere grondslag samenleeft. Een samenleving waarvan de leden bijvoorbeeld tegelijk wél en niet over godsdienstvrijheid beschikken, of tegelijk wél en niet als gelijkberechtigd worden beschouwd, is logisch onmogelijk. Of beschouw de veelgebruikte term ‘solidariteit’ (vaak gebruikt in combinatie met kreten als ‘de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’), die het idee van dwangbetaling (doorgaans ‘belasting’ genoemd) combineert met het denkbeeld, dat die dwangbetaling moreel goed zou zijn, terwijl morele categorieën door hun aard zelf enkel op vrij gestelde daden betrekking kunnen hebben. Of neem de meme van de ‘discriminatiebestrijding’, die voor haar toepassing juist discriminatie zou vereisen tussen criteria volgens dewelke wél dan niet gediscrimineerd mag worden (wanneer er verhoudingsgewijs te weinig vrouwen in het parlement zitten, dan is dat ‘discriminatie’; wanneer en verhoudingsgewijs te weinig niet-logeleden in het parlement zitten, dan is dat géén discriminatie, omdat de discriminatiebestrijders hebben gediscrimineerd tussen de betrokken criteria). Klanktreinen als ‘internationale gemeenschap’ of ‘diversiteit’ (een relatieve nieuwkomer, ook wel ‘verscheidenheid’ genoemd) zijn andere voorbeelden van blokkeringsmemen.

In verband met het referendum speelt de blokkeringsmeme ‘parlementaire democratie’ een essentiële rol. Men merkt dit overduidelijk in verband met het Ierse ‘nee’. Kijk bijvoorbeeld hoe Paul Goossens de situatie schetst (De Morgen, 14 06 08):

“Ierland telt iets meer dan 4 miljoen inwoners en dat is niet eens 1 procent van de hele EU-bevolking, goed voor 495 miljoen. (...) Een lidstaat, ongeacht of hij 80,4 of een half miljoen inwoners telt, kan een Europees verdrag kelderen. Zelfs als 99 procent van de Europese bevolking het tegendeel beslist” (De Morgen, 12-06-08). En opnieuw: “Ierland telt iets meer dan 4 miljoen inwoners. Het is niet eens 1 procent van de Europese bevolking, maar ze kunnen wel 490 miljoen Europeanen afblokken”.

Waarom kan Goossens zoiets schrijven? Waarom kan hij het Ierse nee toeschrijven aan een vermeende “...Ierse mystieke volksziel” of aan de “...kneuterige traditie, schraapzucht, katholicisme en alcohol” waaruit de Ierse volkaard zou zijn samengesteld, en die haaks zou staan op de met listen en lagen doorgevoerde uitbouw van het Europees imperium (volgens Goossens “...het meest enthousiasmerende politieke project van deze tijd”)? Goossens kan dit schrijven omdat hij voortbouwen kan op de veel te weinig ontmaskerde blokkeringsmeme ‘parlementaire democratie’. Aansluitende op deze meme kan hij voorwenden, dat de ‘bevolking’ van een Europees land dat het verdrag van Lissabon heeft goedgekeurd, zodra het betrokken parlement dat heeft gedaan. Iedereen weet natuurlijk wel dat parlementairen helemaal niet representatief zijn voor de wil en de voorkeur van de burgers. In de Franse en Nederlandse parlementen bestond, toen de Europese grondwet in die landen per referendum werd afgeschoten, een massieve meerderheid pro-grondwet. Dat valt ook te verwachten. Parlementsleden zijn in alle mogelijke opzichten verschillend van Jan Modaal. De meesten zijn bijvoorbeeld lid van een politieke partij. Maar door de werkzaamheid van de blokkeringsmeme ‘parlementaire democratie’ kan op een irrationele, haast viscerale manier toch de indruk instaan, dat op één of andere manier de bevolking zelf het verdrag van Lissabon heeft geaccepteerd, wanneer het parlement dat heeft gedaan.

In werkelijkheid gaat het niet, zoals Goossens suggereert om een tegenstelling tussen 4 miljoen Ierse obscurantisten en 490 miljoen verlichte Europeanen. Het gaat om de tegenstelling tussen enerzijds de Europese politieke kaste, haar particratieën, haar bureaucratieën en haar occulte clubs, en anderzijds de Europese bevolking. Indien er in Frankrijk, Nederland of Duitsland referenda hadden plaatsgevonden over het verdrag van Lissabon, dan had Goossens voor hetzelfde geld obscurantische praatjes uit zijn pen kunnen schudden over de Franse, Nederlandse of Duitse volkszielen, want referenda in die landen zouden zo goed als zeker eveneens op een afwijzing van het verdrag van Lissabon zijn uitgedraaid. Alleen: de Europese onderhorigen uit deze landen krijgen niet de kans om hun mening kenbaar te maken, omdat de heersende kaste geen referendum toestaat. Dat wordt elders in De Morgen (14-06-08) met zoveel woorden geschreven (door Johan Corthouts):

“Ierland is het enige land dat het verdrag in een referendum ter goedkeuring aan zijn bevolking voorlegt. De 26 andere EU-lidstaten volgen een parlementaire weg om het nieuwe verdrag, waar zeven jaar lang is aan gewerkt, te ratificeren. Dat doen ze uit vrees voor een herhaling van de negatieve referenda in Frankrijk en in Nederland over de Europese grondwet drie jaar geleden”.

Daarmee zijn we bij de kern van de zaak: de parlementen zijn helemaal geen democratische instituties. Integendeel: het zijn instrumenten van de heersende kaste, gebruikt om maatregelen door te drukken waavan de bevolking geen pap lust. Om dit propagandistisch te verkopen, hanteert men de blokkeringsmeme ‘parlementaire democratie’.

De logische contradictie verscholen in de parlementaire meme is de volgende. ‘Democratie’ verwijst naar volkssoevereiniteit. De wetten worden geacht hun autoriteit te ontlenen aan het feit, dat een meerderheid van de burgers deze wetten goedkeurt. Alternatieve verantwoordingen, door verwijzing naar de autoriteit van één of andere god of één of andere maatschappelijke elite, pakken misschien nog wel verf in Saoedi-Arabië of Bhoetan, maar zijn in het grootste deel van de wereld compleet onaanvaardbaar geworden. Zelfs de communistische dictaturen noemden zichzelf ‘volksdemocratieën’. De Europese politieke kaste ziet zich dus genoopt om haar politieke bestel als ‘democratisch’ te verkopen. Deze kaste noemt haar systeem dus een ‘democratie’, maar verbindt daaraan direct de kwalificatie ‘parlementair’. Dat betekent dat de burgers niet rechtstreeks mogen beslissen, doch politici moeten aanduiden die beslissen in hun plaats. De kwalificatie ‘parlementair’ vernietigt daardoor de inhoud van het begrip ‘democratie’ waaraan het zogenaamd wordt toegevoegd. Het concept van ‘democratie’ houdt immers in, dat er boven het volk geen selecte groep of autoriteit bestaat die aan de voorkeuren van het volk beperkingen mag opleggen. Meer bepaald kan in een democratie geen enkele elite of kaste aan het volk beperkingen opleggen omtrent de wijze, waarop dit volk zijn voorkeur wenst kenbaar te maken. Met andere woorden: indien het volk zich over een bepaalde kwestie per referendum wenst uit te spreken, dan zal in een democratie het volk zich ook daadwerkelijk per referendum uitspreken. En indien blijkt dat in zo’n geval de politieke kaste in staat is om het referendum te weigeren – onder welk voorwendsel dan ook – dan is van democratie geen sprake, hoezeer ook de politieke kaste, via haar inktkoelies aan de kranten en haar ideologen aan de universiteiten, het tegendeel blijft beweren. In Nederland bijvoorbeeld hebben de CDA en de PvdA zich tegen een referendum over het verdrag van Lissabon verzet, hoewel de meeste burgers voorstander zijn van een referendum terzake. Omdat dit de stand van zaken is, kan Nederland niet als een democratie worden beschouwd. Nederland is een particratie. Het zijn immers de partijen, en niet de burgers, die blijkbaar de dienst uitmaken. Hetzelfde geldt voor de andere Europese lidstaten.

De blokkeringsmeme ‘parlementaire democratie’ suggereert, dat een democratie verenigbaar zou zijn met een verbod voor het volk, om desgewenst referendumgewijs direct te beslissen. Dat is een logische onmogelijkheid, omdat zo’n verbod opgelegd aan het volk het bestaan van een boven het volk geplaatste machthebber impliceert, terwijl de term ‘democratie’ juist de afwezigheid van zo’n machthebber vooronderstelt. De parlementaire meme suggereert, dat de bevolking de bevoegdheid tot het maken van wetten en het goedkeuren van verdragen heeft gedelegeerd aan de ‘volksvertegenwoordigers’ in de parlementen. Dat is een logische onmogelijkheid, omdat een delegatie of mandatering per definitie alleen in vrijheid kan plaatsvinden. Een échte mandatering impliceert, dat de mandaatgever over de vrijheid beschikt om desgewenst helemaal niet te mandateren, doch zelf direct te beslissen. Een ‘mandatering’ die onder dwang wordt verleend is helemaal geen mandatering, maar een vorm van tirannie, net zoals een geschenk dat onder dwang wordt afgegeven helemaal geen geschenk is, doch een vorm van diefstal. Het maakt niet uit of de kiezer na het opleggen van deze beperking nog een keuze krijgt tussen vijf of tien partijen. Het feit zelf dat hem door het kartel van die partijen het recht op rechtstreekse besluitvorming is ontzegd maakt de vermeende ‘democratie’ tot een farçe.

Het in niet eenvoudig om blokkeringsmemen als zodanig te herkennen. In ieder geval heb ikzelf iedere hierboven aangehaalde meme gedurende vrij lange tijd beschouwd als een coherent begrip, waarover logisch kon worden nagedacht. Pas na een aantal pogingen om het vermeende begrip in zijn kern te vatten, ontstaat dan het besef dat men met een blokkeringsmeme wordt geconfronteerd.

Het is van vitaal belang dat steeds meer mensen leren om dit soort memen routinematig te identifieren. In de loop van de twintigste eeuw hebben de machthebbers hun memetische technologie erg verfijnd. Men ziet nu met de regelmaat van een klok in dienst van de globalistische agenda nieuwe memen opduiken (‘diversiteit’ is een recent voorbeeld) Meestal duiken die op ergens in Noord-Amerika om dan na korte tijd door de Europese heersende kaste te worden overgenomen; en gewoonlijk zijn die memen meer bepaald blokkeringsmemen. Het gaat om een geestelijk vergiftigingsproces, waartegen een menswaardige beschaving zich enkel kan verweren met de wapens van waarheidsliefde en wil tot inzicht. We staan voor de opdracht, om steeds beter en sneller de op ons losgelaten memen, en meer specifiek de blokkeringsmemen te herkennen en te ontmaskeren. Tot het punt wordt bereikt, waarop iedere poging tot lancering van weer eens zo’n onzinnig concept op massaal en homerisch gelach wordt onthaald. Zoniet zal de ideologische mist rondom ons steeds dichter worden, en zullen we steeds moeizamer kunnen onderscheiden naar welke totalitaire bestemmingen bepaalde krachten ons wilen leiden.