Marcia De Wachter (National Bank) doet er geen doekjes om: onze welvaart staat op het spel
In samenwerking met Knack (4 Juni) heeft Marcia De Wachter, directeur bij de National Bank een studie uitgebracht de niet mals is voor het beleid van de laatste 10 jaar. Deze studie en de aanbevelingen zijn scherp, alhoewel de analyse bij wijlen niet verder gaat dan constateren en niet altijd op zoek gaat naar de diepere oorzaken. Wij hebben dan ook de vrijheid genomen het artikel van commentaar te voorzien.
Dat belet niet dat Marcia De Wachter hier nog eens haar nek uitgestoken heeft. Voordien werd ze al eens het zwijgen opgelegd omdat ze het aangedurft had een opmerking te maken die liet uitschijnen dat het toezicht op de verzekeringsector beter kon (zie bv. www.polis23.net als voorbeeld). Nu heeft ze deze studie zonder overleg uitgebracht met de directie van de Nationale Bank en de vermits deze allemaal politiek benoemd zijn, is men in alle staten. Niet alleen houden politici kritische rapporten van de OESO achter, ze proberen zelfs het zwijgen op te leggen aan die mensen wiens taak het is objectief verslag uit te brengen over de toestand van het land.
"We moeten onze welvaart redden". Ewald Pironet, Knack 4 Juni 2007.
Marcia De Wachter maakte een sterkte-zwakteanalyse van de Belgische economie. Belangrijker nog: de directeur bij de Nationale Bank beschreef welke maatregelen we hoogdringend moeten nemen, als we met onze welvaart bij de groep van geïndustrialiseerde landen willen blijven behoren: 'We hebben geen keuze.'
Is de toekomst van onze economie en welvaart nog belangrijk? Het is vandaag in elk geval niet het gespreksonderwerp waarover politici en andere verantwoordelijken het hebben. En toch zal het daar uiteindelijk over moeten gaan: jobs, jobs, jobs.
Wie wil weten hoe het met onze economie vandaag gesteld is, voor welke uitdagingen we staan en wat er moet gebeuren, kan terecht bij Marcia De Wachter, directeur bij de Nationale Bank. Ze is gepassioneerd door economie en cijfers. Op basis van de Nationale Rekeningen ('die cijfers zijn onaanvechtbaar') heeft ze een analyse gemaakt van onze economie. Zeggen dat de toekomst er niet rooskleurig uitziet, is een understatement, vindt ze.
Nog belangrijker is dat ze berekend heeft hoe de Belgische economie opnieuw levenskrachtiger, dynamischer, competitiever en jobrijker kan worden. Het rapport met de analyse en de voorgestelde maatregelen van Marcia De Wachter telt bijna 80 bladzijden en staat vol ratio's, tabellen en grafieken. Eregouverneur van de Nationale Bank Fons Verplaetse kijkt over haar schouders, vanaf een schilderij van Roger Raveel, instemmend toe.
MARCIA DE WACHTER: 'Op sociaaleconomisch vlak stellen we al tien jaar hetzelfde vast, maar er gebeurt niets. Binnenkort is het te laat. Het doet me denken aan mijn professor statistiek. Als hij een ingewikkelde opgave had opgelost, vroeg hij steeds of er nog vragen waren. Natuurlijk waren er geen vragen. En dan zei hij altijd: "Jullie zijn als de koeien in de wei, de trein rijdt voorbij en de koeien kijken ernaar. Maar ze missen de trein ook."
'Zoals het er nu in ons land toegaat, kan het niet blijven duren: we moeten structureel ingrijpen. Doen we dat niet, dan kunnen we niet meer mee met de groep van geïndustrialiseerde landen. Zeker niet in een globaliserende economie en met de problemen van vergrijzing. Onmogelijk.
'Ik heb onze cijfers van de laatste tien jaar vergeleken, niet alleen met onze drie buurlanden (Nederland, Duitsland, Frankrijk - 3B), maar ook met drie Scandinavische landen die tot de Europese Unie behoren (Denemarken, Zweden, Finland - 3S). De prestaties van de Belgische economie zijn dan vaak belabberd en ook veel minder gunstig dan ons vaak werd voorgespiegeld.'
CONCRETE DOELSTELLINGEN
Op basis van deze structurele sterkte-zwakteanalyse van de Belgische economie, in vergelijking met onze drie buurlanden en drie Scandinavische landen, formuleert Marcia De Wachter een hele reeks concrete doelstellingen, die voor de volledige uitvoering meer vragen dan één regeerperiode, bijvoorbeeld 6 jaar. In haar rapport worden die bladzijdenlang tot in het detail becijferd, en ook de budgettaire haalbaarheid wordt getoetst.
Wat zijn de voornaamste doelstellingen die we moeten bereiken, willen we onze welvaartsgroei laten aansluiten op die van de geïndustrialiseerde wereld? 'Ah, de voile wordt nu gelicht', lacht ze.
DE WACHTER: 'Onze economie moet zich heroriënteren naar exportgerichte groei en naar binnenlandse groei die meer toekomstgericht is. Eerst de exportgerichte groei. We hebben geconstateerd dat België vooral uitvoert naar traag groeiende landen, en dat we er maar in slagen om daarvan 56 % als markt te behouden. Het doel moet zijn om nieuwe exportmarkten aan te boren waar de groei hoger ligt en we moeten de ambitie hebben om die 56 % op te drijven naar 64 %. Als je weet dat de gemiddelde OESO-prestatie 70 % is, moet dat kunnen. Ter herinnering: onze buurlanden en de Scandinavische landen slagen erin om zelfs 80 % van hun snelgroeiende exportmarkten te behouden.
'Dan de binnenlandse groei. We hebben gezien dat we achterophinken wat betreft innovatie, Onderzoek en Ontwikkeling, opleiding en hoger onderwijs. We moeten onze uitgaven daarvoor optrekken tot minstens het niveau van onze buurlanden. Dat is een opdracht voor zowel de overheid als de bedrijven. De overheid moet haar inspanningen in Onderzoek en Ontwikkeling optrekken van 0,6 % naar 1 % van het bbp, de Lissabondoelstelling. Onze buurlanden zaten in 2004 al aan 0,9 %, de Scandinavische landen aan 1 %. De bedrijven moeten daarin ook meer investeren, 2 % in plaats van 1,2 % van het bbp. In onze buurlanden zaten de ondernemingen aan 1,5 % en in Scandinavië aan 2,4 %.
'We moeten dus een gezamenlijke inspanning leveren om onze productspecialisatie te actualiseren en te heroriënteren. Zowel de overheid en de sociale partners als onderzoekscentra en universiteiten moeten hieraan meewerken. We hebben een aantal productspecialisaties waarin we zeer goed presteren, zoals chemie, farmaceutica, biotechnologie en logistiek, maar we moeten er minder versnipperd en meer gefocust aan werken.
'Dankzij een exportgerichte en een binnenlandse toekomstgerichte groei kunnen we onze economische groei verhogen van 2,1 tot 2,8 % per jaar. Dat is het gemiddelde groeicijfer van de geïndustrialiseerde landen en van de drie Scandinavische landen. Als we erin slagen onze groei te verhogen tot 2,8 % zou ons dat na 6 jaar 220.000 nieuwe jobs in de privésector opleveren.
'Natuurlijk moeten we bijkomende doelen stellen: de werkgelegenheidsgraad moet in België naar 65 % (het cijfer dat onze buurlanden nu halen) en in Vlaanderen naar 70 % (het niveau van de Scandinavische landen en de Lissabondoelstelling). We moeten erin slagen het aantal patentaanvragen te verdubbelen. Dan zitten we nog maar aan het gemiddelde van wat onze buurlanden nu halen. De werkloosheid in België moet dalen van 8 % nu tot 5 % in 2013, terwijl de activiteitsgraad moet toenemen van 66 % tot 68 %.'
Commentaar:
Dit is lovenswaardige doelstellingen, maar het volstaat niet om te poneren dat dit is wat we zouden moeten doen. Als de export en de innovatie achterop gaan hinken is dit niet omdat de burger en de ondernemeingen falen maar omdat het overheidsbeleid van de laatste decennia dit van langsom minder interessant gemaakt heeft door torenhoge belastingen en obstruerende reglementitis. Dit is de vrije markt aan het werk. Als de omstandigheden nefast zijn, dan verleggen de economische spelers hun keuzes. Moeten is dwang en daar hebben de meeste mensen lak aan.
DE TOESTAND IN 10 BEDRIJVEN
OPGESCHROEFDE GROEI
DE WACHTER: 'Iedereen zegt dat we een mooie economische groei gekend hebben. Maar als je dat van naderbij bekijkt, ontdek je iets anders. De afgelopen 10 jaar heeft de Belgische economie een reële groei gekend van gemiddeld 2,1%, een cijfer dat ligt tussen de 1,8% van de drie buurlanden (3B) en de 2,8% van de drie Scandinavische landen (3S) en de geïndustrialiseerde wereld. Ik heb die groeiperiode opgedeeld in twee periodes: 1996-2000 en 2001-2005 en gekeken waar die groei vandaan kwam. Dan zie je de ware reden: in de eerste periode hebben we al een overheidsconsumptie (lonen aan overheidspersoneel, subsidies aan bedrijven, dienstencheques...) die hoger ligt dan in de andere landen (1,9%), maar in de tweede periode ligt de groei van de overheidsconsumptie (1,6%) zelfs hoger dan het reële groeiritme (1,4%).
Dat is in geen van de andere landen het geval, want zij hielden zich in tegenstelling tot België wel aan de voorschriften van de OESO, namelijk: zet de tering naar de nering. Als het bruto binnenlands product (bbp, wat we met z'n allen aan goederen en diensten vervaardigden) afnam, hebben de overheden ook minder uitgegeven. De economische groei in België is dus opgeschroefd door de hoge overheidsconsumptie en dat kun je als land niet volhouden.'

TE WEINIG OVERHEIDSINVESTERINGEN
DE WACHTER: 'Dit is echt abominabel: terwijl de overheidsconsumptie toenam, stegen de overheidsinvesteringen onvoldoende. Er werd dus steeds meer geld uitgegeven voor lonen voor het overheidspersoneel, subsidies aan bedrijven, enzovoort. Maar de overheidsinvesteringen in bijvoorbeeld wegen, gebouwen en informatica stegen onvoldoende om onze infrastructuur te moderniseren en aan te passen aan de huidige noden van de economie. Het niveau van de overheidsinvesteringen in ons land was 1,7% van het bbp, terwijl onze buurlanden 2,4% haalden en de Scandinavische landen zelfs 2,7%.
Anders gezegd: onze overheidsfinanciën zijn onvoldoende gericht op groei of innovatie. Dat is desastreus. Hoe kun je beweren dat we het logistieke hart van Europa zijn, als het niveau van onze overheidsinvesteringen tot de laagste van Europa behoort?'

GESUBSIDIEERDE JOBCREATIE
DE WACHTER: 'De laatste tijd is er veel gegoocheld met cijfers over het aantal banen dat er in ons land bij is gekomen. Hoeveel zijn er dat nu werkelijk? Tussen begin 1999 en eind 2006 verdwenen er netto 67.000 banen in onze landbouw en industrie, en kwamen er 365.000 jobs in de diensten bij. Netto kwamen er dus 298.000 banen bij in acht jaar tijd. Als je dat van dichterbij bekijkt, dan zie je dat 70% van die banen door de overheid gesubsidieerd werd, bijvoorbeeld via dienstencheques of aanwervingen bij de overheid. Want er kwamen in totaal 209.000 door de overheid gesubsidieerde banen bij, tegen 156.000 in de privédienstensector.'
'Kortom: vooral de overheid zorgde voor jobs, er werden veel te weinig jobs gecreëerd door de privésector. Onze economische groei is met andere woorden arbeidsarm.'

TE HOGE INACTIVITEITSGRAAD
DE WACHTER: 'Zijn er de laatste jaren meer mensen aan de slag gegaan? Om dat te evalueren moet je naar de werkgelegenheidsgraad kijken: het percentage van de bevolking op arbeidsleeftijd dat werkelijk actief is. In 2000 was dat 60,5%, in 2006 60,9%. Onze buurlanden halen 65%, de Scandinaviërs 72,5%. De werkloosheid bedraagt in België 8,3%, in Vlaanderen 5,2%. In Vlaanderen kan de werkloosheid nauwelijks lager. We zitten daar met een groep die je maar zeer moeilijk aan het werk kunt helpen. Het grote probleem is onze inactiviteitsgraad, of het aantal mensen dat arbeidsgeschikt is en geen werk zoekt. In België is die gemiddeld 33% tegenover 22% in Scandinavië.'
'In ons land zijn er veel te veel 50-plussers die geen werk hebben en ook geen werk zoeken, omdat ze met brugpensioen zijn bijvoorbeeld.'

MIX OVERHEIDSPERSONEEL-NON PROFIT ZIT FOUT
DE WACHTER: 'In 10 jaar tijd is het overheidspersoneel gegroeid van 723.000 tot 780.000, een stijging van bijna 8%. Het overheidspersoneel nam overal toe, niet alleen bij de federale overheid, maar ook in de gemeenschappen en gewesten en bij lokale overheden. In het onderwijs nam het aantal jobs nauwelijks toe, van 313.000 in 1995 tot 322.000 jobs in 2005, of een stijging van 2,3%.'
'We hebben niet zozeer te veel personeel dat ingezet wordt door de overheid. Want als je dat vergelijkt, zie je dat er bij ons evenveel mensen in de overheid aan de slag zijn als bij onze buurlanden en zelfs minder dan in Scandinavië. Maar de samenstelling van ons overheidspersoneel zit fout. We hebben te veel ambtenaren en te weinig mensen in het onderwijs en de non-profitsector. De overheid schiet dus tekort daar waar de nieuwe noden zijn: bejaarden- en ziekenzorg, kinderopvang en onderwijs.'

UITVOER SLABBAKT
DE WACHTER: 'België wordt traditioneel bestempeld als de kampioen van de export. Uitvoer is heel belangrijk voor onze economische groei. Jaar na jaar verliezen we evenwel marktaandeel. Onze economie is helemaal niet meer zo exportgericht. We hebben het moeilijk om exportmarkten te behouden, laat staan te veroveren.'
'Dat blijkt ook duidelijk uit volgende ontluisterende cijfers. Ons uitvoervolume nam in 2001-2005 met 2,6% toe, maar bij onze buurlanden, de Scandinavische en de geïndustrialiseerde landen steeg dat met meer dan 4%. Als je nu kijkt naar de landen waar we naar uitvoeren, dan zie je dat hun invoer met 4,6% is toegenomen, terwijl de landen waar onze buurlanden en de Scandinaviërs naar exporteren 5% meer invoerden. Wat leren we daaruit? De markten waar België naar uitvoert, groeien traag. Bovendien slagen we er maar in om 56% van die traag groeiende markt te behouden. Voor onze buurlanden en de Scandinaviërs is het een heel ander verhaal: zij weten 80% van hun snel groeiende exportmarkt te behouden.'
'De oorzaak is dat België producten vervaardigt die onvoldoende afgestemd zijn op de vraag van de geglobaliseerde markt. België heeft zich niet gefocust op toekomstgerichte producten en sectoren. Voor ons is bijvoorbeeld autoassemblage nog heel belangrijk. Wie gelooft nog dat dit de sector van de toekomst is? Weet je dat we in de eurozone, samen met Portugal en Griekenland, nauwelijks in de informatica- en telecommunicatiesector aanwezig zijn? Dat is dramatisch.'

LOONKOSTEN NIET VOORNAAMSTE HANDICAP
DE WACHTER: 'Ik weet wat er altijd gezegd wordt: de loonkosten zijn in België te hoog en zo prijzen we onszelf uit de markt. Wat blijkt uit de cijfers? Ons brutojaarloon lag in 2005 1,2% lager dan in onze drie buurlanden en 5,2% lager dan in de drie Scandinavische landen. Bovendien werken we in België meer uren, respectievelijk 3% en 1,8%. Tot daar zitten we zeer goed. Maar helaas vallen de werkgeversbijdragen in ons land zoveel hoger uit, zodat ons voordeel bijna volledig wegvalt.'
'Hoezeer beïnvloeden die totale loonkosten nu onze export? In elk geval zijn onze uitvoerprijzen sterk gestegen. We hebben op dit vlak in 10 jaar tijd een handicap van 20% opgelopen. Kortom: we zijn te duur geworden. Hoe komt dat? Traditioneel wordt dan gezegd: omdat de loonkosten te hoog zijn. Uit cijfers blijkt dat dit niet waar is: ons land moet als kleine open economie te veel en vooral te duur invoeren. We hebben een andere structurele en dus veel belangrijkere handicap waarom we het moeilijk krijgen met export: de invoerkosten zijn te hoog. Onze loonkosten zijn niet het voornaamste probleem, opnieuw blijkt dat onze productspecialisatie niet afgestemd is op de economie vandaag.'

Commentaar:
De tekst is hier wat misleidend en dat wordt verder gecorrigeerd. De loonkost warvan sprake is de bruto loonkost, zonder de Sociale Zekerheidsbijdrage. En dan ziet het plaatje er wel anders uit.
ONDERNEMINGEN WORDEN GEMOLKEN
DE WACHTER: 'De kapitaalverschaffers, de aandeelhouders hebben de ondernemingen de voorbije jaren gemolken. Laten we kijken naar wie het meest heeft geprofiteerd van de welvaartsgroei. In de periode 1995-2005 ging het loon van de werknemers met 1,2% van het bbp achteruit. Zij hebben dus zeker niet geprofiteerd. De overheid ontving 1,1% meer. Dat werd echter gecompenseerd, onder andere omdat de overheid meer subsidies uitkeerde aan bedrijven. De kapitaalverschaffers, de aandeelhouders van de ondernemingen hebben het meest voordeel gehad: ze verhoogden de dividenden met bijna 2%.'
'Ik heb becijferd hoeveel de dividenden mochten stijgen als ze gewoon het groeiritme zouden gevolgd hebben: 0,3%. De aandeelhouders hebben dus buitensporig geprofiteerd van de groei. Met de dividenduitkeringen is er dus veel geld weggevloeid uit de ondernemingen, met als gevolg dat de investeringen niet expansie- of innovatiegericht waren, maar jobbesparend.'

Commentaar:
Ook dit is een vreemde uitspraak. Men kan de aandeelhouders tcoh niet verwijten een deel van de winst van hun risiko dragende investering te recuperen? Ik neem hier wel aan dat het over winstgevende bedrijven gaat en niet over overheidsbedrijven die zichzelf altijd een divident uitkeren, ook al zijn ze verlieslatend. Indien de aandeelhouders liever een divident zien, eerder dan een herinvestering van de winst, heeft veeleer te maken met het vertrouwen dat de kapitaalverschaffers hebben in de economie en dat het alternatief van een arbeidsinkomen te zwaar belast wordt.
NAUWELIJKS INNOVATIE
DE WACHTER: 'Innovatie, dat is nu het ordewoord. Maar wat zie je in de praktijk? Een substantieel deel van ons Onderzoek en Ontwikkeling is afhankelijk van een bijzonder klein gedeelte van de bedrijven, die dan nog grotendeels in buitenlandse handen zijn. Dat is natuurlijk niet goed.'
'Bekijk de cijfers: de Scandinavische landen gaven in 2004 3,3% van hun bbp uit aan Onderzoek en Ontwikkeling, dat is al boven de Lissabondoelstelling voor 2010. Onze buurlanden zitten op 2,4%, België slechts op 1,9%. En we zijn er in 2005 nog op achteruitgegaan! En dat zowel voor de uitgaven van het bedrijfsleven als van de overheid. Voor Vlaanderen zijn de cijfers zeker niet beter.
Dat uit zich ook in de statistieken over patentaanvragen: België scoort veel te laag. We hebben wel veel goede ingenieurs en wetenschappers, maar er wordt onvoldoende gekeken hoe hun onderzoek gecommercialiseerd kan worden. Bovendien werken we te weinig georchestreerd. We kunnen iets leren van Scandinavië: na hun crisis in het begin van de jaren '90 hebben ze alle neuzen in dezelfde richting gedraaid en geïnvesteerd in onderwijs, Onderzoek en Ontwikkeling en de bedrijven hebben clusters gevormd, ze zijn gaan samenwerken. Echt op een systematische manier. En dat legt hen geen windeieren.'

Commentaar:
Ook hier gekdt hetzelfde. Men wordt geen ondernemer bij decreet. Men wordt ondernemer omdat de omgeving ondernemen gunstig gezind is en beloont. In een economische woestijn valt niet veel te ondernemen.
TE WEINIG VORMING EN TRAINING
DE WACHTER: 'Als je kijkt naar het percentage van de bevolking, werkend of niet, tussen 25 en 64 jaar, dat deelneemt aan een opleiding ('life long learning'), dan zie je dat België met 9,5% iets beter scoort dan het gemiddelde van onze buurlanden, maar merkelijk minder goed dan Nederland en de Scandinavische landen, waar bijna een op de drie jaarlijks een training volgt.'

'In de centrale akkoorden worden steeds doelstellingen vastgelegd over hoeveel geld aan vorming van de werknemers besteed zal worden. Dat stijgt mooi van 1,2% van de personeelskosten naar 1,9% over een periode van acht jaar. Alleen: we halen deze doelstellingen steeds minder. We gaan er zelfs op achteruit. Dat lijkt me niet ernstig.'


VIJF NOODZAKELIJKE MAATREGELEN
VERLAGING WERKGEVERSBIJDRAGEN
DE WACHTER: 'Uit de analyse blijkt dat we meer uren werken dan onze buurlanden en de drie Scandinavische landen. En ons brutoloon ligt ook lager. Maar de werkgeversbijdragen liggen in ons land 4,6% hoger dan in onze buurlanden en zelfs 6,1% hoger dan bij de Scandinaviërs. Hier moet absoluut iets aan gedaan worden en dat is de uitsluitende verantwoordelijkheid van de overheid, niet van de werkgevers en werknemers.
'Volgens alle studies heeft de vermindering van de werkgeversbijdragen op de laagste lonen veruit het grootste werkgelegenheidseffect voor de geringste budgettaire kosten. Om economische efficiëntie te koppelen aan politieke haalbaarheid, moet je dit voor iedereen doen en niet alleen voor een of andere deelgroep. Het gaat niet op te zeggen: we gaan dat alleen doen voor de overuren.
'We zitten met onze werkgeversbijdragen op 33% en we moeten naar het Scandinavisch niveau: 25%. Let op, je mag de vermindering niet zien als een cadeau van de overheid aan de werkgevers en werknemers. Die mogen niet zeggen 'kom, we verdelen de koek', zodat er niets overblijft voor werkgelegenheid. Nee, om van dit plan een succes te maken, is het van het allergrootste belang dat de verlaging van de werkgeversbijdragen voor 70% naar extra banen gaat.
'Het terugschroeven van de werkgeversbijdrage tot het gemiddelde niveau van de Scandinavische landen brengt een inspanning van 2,5% van het bbp met zich mee. Dat kunnen we voor minder dan de helft opvangen door de invoering van een nieuwe, algemene overheidsheffing, die niet alleen op de productiefactor arbeid slaat, bij voorkeur een heffing op de toegevoegde waarde. De andere helft wordt onder meer opgevangen door terugverdieneffecten.'
TOENAME WERKGELEGENHEIDSGRAAD
DE WACHTER: 'Als we dankzij de verlaging van de werkgeversbijdragen nieuwe banen creëren, dan kan de werkgelegenheidsgraad, het percentage van de beroepsbevolking op arbeidsleeftijd dat werkelijk actief is, in 6 jaar met 5 procentpunten omhoog tot 65% in België. Onze buurlanden zitten daar nu al aan, de Scandinaviërs zelfs aan 72,5%. En onze inactiviteitsgraad, het aantal mensen dat arbeidsbekwaam is en geen werk zoekt zoals 50-plussers met brugpensioen, dat nu in België met 33% ondraaglijk hoog ligt, moet dalen.'
'We hebben echter nu al een probleem, vooral in Vlaanderen, om de geschikte arbeidskrachten te vinden. Daarom moeten we ervoor zorgen dat de intergewestelijke mobiliteit vergroot wordt, dus dat er in Vlaanderen meer mensen van buiten Vlaanderen aan de slag gaan.
Commentaar:
Een vrij simplistische benadering. Er zijn 1,2 miljoen mensen die van een RVA uitlering leven, veelal gesubsidieerd om niet te werken. Als men die inactiviteistval eens zou opruimen, zouden er heel wat minder problemen zijn om geschilt personeel te vinden. M.a.w. verlaag belasting op arbeid substantieel en voer een vlaktaks met vrijstelling in zodat de perverse effecten van de zeer hoge marginale belastinsgvoeten verdwijnen.
HERORIËNTEREN OVERHEIDSAPPARAAT
DE WACHTER: 'De overheid heeft een belangrijk deel van de werkgelegenheid gecreëerd en dat kun je natuurlijk niet zomaar terugdraaien of afschaffen. Maar de werkgelegenheid van de overheid moet worden geheroriënteerd naar het onderwijs en de nieuwe noden in onze maatschappij, zoals zieken- en bejaardenzorg, kinderopvang. We hebben dus absoluut te veel ambtenaren en te weinig leerkrachten en mensen in de non-profitsector.
Dat is natuurlijk een moeilijke ingreep, maar de komende vijf jaar gaan heel veel mensen die nu in de overheidssector werken met pensioen. Van die gelegenheid moeten we profiteren: de natuurlijke afvloeiing hoeft zeker niet volledig gecompenseerd te worden.
De overheid heeft ook jobs gecreëerd via subsidies. De dienstencheques zijn daar een voorbeeld van. Natuurlijk is dat een nuttig instrument voor dat deel van de bevolking dat anders niet of alleen via het zwarte circuit aan de slag zou raken. Maar eigenlijk is het sleutelen in de marge. We moeten gaan naar een globaal werkgelegenheidsplan, en resoluut kiezen voor een structurele verlaging van de werkgeversbijdragen.'
Commentaar:
Waarom zegt ze niet gewoon dat de helft van het overheidspersoneel er gewoon teveel is? men kan de SZ bijdragen niet verlagen zolang men de overheidsuitgaven niet gata rationaliseren en drastisch verminderen.
ONDERNEMERS MOETEN VERANTWOORDELIJKHEID OPNEMEN
DE WACHTER: 'De ondernemers moeten mee hun verantwoordelijkheid nemen om onze economie een exportgerichte en toekomstgerichte groei te geven. Uit de analyse blijkt dat ze dat de laatste jaren niet altijd gedaan hebben. De kapitaalverstrekkers hebben zichzelf te veel beloond door hoge dividenduitkeringen, terwijl de ondernemingen nauwelijks investeerden in innovatie of in het veroveren van nieuwe exportmarkten. Ze moeten ten minste de doelstellingen nakomen, vastgelegd bij centrale akkoorden, over hoeveel procent van de personeelskosten naar vorming gaat.
De werknemers moeten trouwens niet nog meer gaan besparen. We mogen zeker niet doen wat ze in Duitsland gedaan hebben: de lonen zo afremmen dat er een negatieve privéconsumptie ontstaat. Dat zou desastreus zijn.'
Commentaar:
Beloon ondernemen en risiko nemen en het probleem verdwijnt vanzelf. Via centrale akkoorden dingen gaan opleggen, resulteert alleen in dissimulatie en ontwijkingsgedrag.
MEER INSPANNING ONDERZOEK EN ONTWIKKELING
DE WACHTER: 'Zowel de overheid als de bedrijven moeten hun inspanningen voor Onderzoek en Ontwikkeling verhogen: de overheid moet naar 1% van het bbp, de bedrijven naar 2%. Zo bereiken we over 6 jaar de Lissabondoelstelling dat er in een land 3% bbp naar Onderzoek en Ontwikkeling gaat.
We moeten duidelijke prioriteiten vastleggen, want je kunt je niet in alles specialiseren. Volgens de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid verdienen de volgende clusters voorrang: transport, logistiek, ICT in diensten van gezondheidszorg, nieuwe materialen (nanotechnologie), ICT voor socio-economische innovatie en energie en milieu voor diensten en verwerkende nijverheid.
We moeten ook absoluut meer investeren in hoger onderwijs. We moeten, als we willen voldoen aan de Europese aanbevelingen, een nominale groei in alle onderwijsuitgaven van in totaal 4,7 % realiseren. Dat impliceert in feite dat het onderwijspersoneel groeit met 6000 personeelsleden in 6 jaar.
We moeten zorgen dat er meer deelgenomen wordt aan opleidingstrainingen, onder meer in de privésector. Dit is een belangrijke opdracht voor de werknemers: zij moeten eisen dat er voldoende geïnvesteerd wordt in opleiding en training.'
Ewald Pironet
