Neoliberalisme als scheldwoord

| | | |
Op 4 februari schreef psychoanalyticus Paul Verhaeghe (UGent) in DE STANDAARD een striemende aanklacht tegen het neoliberalisme als economische denkrichting. In diezelfde week verklaarde hij in een voordracht dat bij het neoliberalisme de dictatuur van de consumptie regeert en verder dat de neoliberale economie ADHD- individuen produceert met als gevolg een steeds grotere groep mensen, die zich mislukt voelen.

Op 31 maart publiceerde de bekende VRT-journaliste Kathleen Cools in DE TIJD een column, waarin zij (volgens ons terecht) wijst op de moeilijke combinatie tussen werk en gezin. Zij spreekt dan over de citroenloopbaan van de werkende Belg. Gevolg : uitgebluste vijftig plussers die zich maanden ziek melden. Depressies en burn-outs. En dan komt de beschuldiging zonder ook maar de minste argumentatie: “Wij kunnen blijven pretenderen alsof alles geweldig lekker loopt in de ideale wereld van het neoliberalisme”.

Volgens die twee auteurs zou het neoliberalisme de grote schuldige zijn van die kwalijke toestanden. Is die gevolgtrekking wel juist? En is er geen andere boosdoener die zij over het hoofd hebben gezien? Hierna zullen wij aantonen dat er inderdaad een andere boosdoener is die schuld treft  en die luistert naar de naam : “Socialisme”

Onmogelijk
Het neoliberalisme kan nooit de schuldige zijn van bovenstaande spijtige toestanden, omdat het neoliberalisme al lang uit onze samenleving is verbannen. Zelfs met de beste verrekijker is het  mijlenver niet te bespeuren.
Maar vooreerst : wat is “Neoliberalisme” eigenlijk?

Liberalen zullen deze term nooit gebruiken, omdat er in wezen geen verschil is tussen liberalisme en neoliberalisme. De term dook op tegen het einde van de jaren zeventig, toen er een sterke reactie kwam tegen de Keynesiaanse theorie, die vooral meer overheidsingrijpen in de economie had gepromoot. Wegens de mislukking hiervan greep men terug naar meer liberale denkbeelden. Enkele voorname kenmerken van het (neo)liberalisme :
•    Minder overheidsinterventie en minder reglementeringen (het tegenovergestelde van het huidige Keynesianisme)
•    Lagere belastingdruk (wat trouwens het logisch gevolg is van het voorgaande)
•    Vrije markt werking. De prijzen worden bepaald door de markt, ook de intrestvoeten, dus ook geen manipulatie van de intrestvoeten
•    Privatiseringen aanmoedigen, omdat de privé-sector veel efficiënter werkt dan de overheid
•    Creëren van een ondernemersvriendelijk klimaat met een flexibele arbeidsmarkt
•    Geen monopolievorming, omdat dit leidt tot hogere prijzen en tot inefficiëntie

Het omgekeerde
Men moet geen helderziende zijn om vast te stellen, dat wij nu leven in een economisch stelsel dat precies het omgekeerde is van het (neo)liberalisme :  Onze economie is nu gekenmerkt door :
•    Niet minder, maar méér overheidsingrijpen. De overheid legt nu bij ons beslag op 54 % van onze welvaart. In 1960 was dit nog maar 30.3 % (Bron : IMF). Ons overheidsapparaat is gegroeid van 500.000 ambtenaren in 1950 tot 1.390.000 in 1997 (zie Knack 4.11.2009 blz. 30). Niet minder, maar elk jaar méér reglementeringen, wetten en voorschriften.
•    2/3 derde van de actieve bevolking leeft rechtstreeks of onrechtstreeks van een overheidsinkomen. Het overige derde mag werken tot ze erbij neervallen.
•    Geen lagere, maar hogere belastingdruk. België behoort tot de drie landen met de hoogste belastingdruk ter wereld en Di Rupo doet er nu nog een heel pak bij.
•    De vakbonden belemmeren om de haverklap de werking van het vrije ondernemersschap. Vele ondernemingen zijn bang werknemers aan te werven in tijden van voorspoed, omdat zij bij tegenspoed deze werknemers niet meer kunnen ontslaan, tenzij met astronomisch hoge kosten. Er is dus geen vrije arbeidsmarkt.

Het is duidelijk : wij leven in een Socialistisch economisch model, tegengesteld aan het (neo)liberalisme

Van waar komen dan die stress op het werk, die prestatiedruk, die burn-outs en depressies, waar Kathleen Cools en Paul Verhaeghe over spreken? Die ernstige kwalen zijn duidelijk het gevolg van onze te hoge belastingdruk, die het gevolg is van ons uit de hand gelopen socialistisch model. Die belastingdruk is inderdaad nodig om onze massale overheidsbureaucratie te betalen, een overheidsbureaucratie gecreëerd op basis van een socialistische ideologie van “een sterke overheid” zoals Caroline Gennez dat destijds met verve verdedigde.. Een voorbeeld zal dit verband duidelijk maken :

Een werknemer die netto € 1.500 verdient, kost aan de onderneming ongeveer driemaal dit netto loon, dus 3 x 1.500 = € 4.500 Dit surplus van € 3.000  zijn de sociale en fiscale lasten, die aan de overheid moeten worden overgemaakt, ook al maakt het geen enkele winst Het is duidelijk dat die man (vrouw) per maand de tegenwaarde moet presteren niet van € 1.500  maar wel van € 4.500 omdat hij (zij) zoveel aan het bedrijf kost. Indien de werknemer voor minder presteert is hij verlieslatend en kan hij onmogelijk in dienst blijven. En dan hebben we het nog niet over de extra kosten die de reglementitis met zich mee brengt.

Voor de meeste laaggeschoolden is die limiet niet te halen, maar  ook voor hooggeschoolden is dit een helse opdracht. De prestatiedruk op het werk ligt dan ook bijzonder hoog, met het logische gevolg :  stress, depressie, burn-outs, ontmoediging, mislukkingen ….en uitgebluste vijftigplussers.. Het zijn, zoals Kathleen Cools schrijft “citroenloopbanen van de werkende Belg”. Alleen vergist zij zich van de schuldige. Indien daarentegen het (neo)liberalisme het voor het zeggen zou hebben, zal een sterk afgeslankte overheid (halvering) ook een halvering van de belastingdruk mogelijk maken. Onze arme werknemer zal dan maar voor € 3.000 moeten presteren per maand ipv voor € 4.500, terwijl het “netto loon” gelijk blijft.  De prestatiedruk zal sterk afnemen en we zullen terug gelukkige en ontspannen mensen krijgen op de werkvloer.

Besluit
Laat ons snel terugkeren naar het (neo)liberalisme en zo spoedig mogelijk een einde stellen aan onze nefaste socialistische staatsideologie, met een veel te hoge belastingdruk, die de mensen ziek en ongelukkig maakt.

Willy De Wit
medewerker bij de onafhankelijke economische denktank “Workforall”  (www.workforall.org)

5 april 2012

Absoluut niet akkoord! Ik

Absoluut niet akkoord!
Ik hoop dat uw geliefden nooit werkzoekende worden, ziek zijn/worden of de pech heben om geen ongelooflijke talenten te hebben waardoor ze steeds naar de pijpen van anderen dienen te dansen!
Voor zo'n mensen is tussenkomst van de staat broodnodig! Lever ze uit aan de vrije markt en ze hebben te maken met voortdurende vernedering, schaamte en groeiende armoede!
Neoliberalisme is er enkel voor intelligente, gezonde mensen die er (ja, nog steeds vaak via ondersteuning van hun vriendjes) beter van worden op de kap van anderen! Survival of the fittest, weet je wel!
Inspanningen mogen beloond worden maar gun zwakkeren ook eens iets en denk niet steeds in termen van de concurrentielogica! Dus geen communisme en geen neoliberalisme, iets er tussenin, lijkt me wel okee.