In money we (do not) trust

| |

De massale injectie in de VS van bijgedrukt geld sederst februari 2009 (circa 1700 miljard dollar) had als bedoeling de werkloosheid snel naar omlaag te brengen, de huizencrisis op te lossen en de economie opnieuw gezond te maken. Met nog eens 600 miljard dollar bijkomend geld in de economie te pompen zou het nu toch eindelijk moeten lukken, zo dachten Bernanke, voorzitter van de FED (Amerikaanse centrale bank) en de raadgevers van president Obama, toen zij onlangs beslisten om die tweede golf extra geld ter beschikking te stellen.  Het was dan ook  een koude douche een paar dagen geleden, toen bekend werd dat de werkloosheid nog steeds niet gedaald is, maar zelfs gestegen is van 9.6 % naar 9.8 %, een voor de VS ongewoon hoog cijfer.

Ondertussen blijft de huizenmarkt in zak en as en neemt de armoede in VS  toe. Geen enkele van de beoogde doelstellingen werd gehaald.  In een opiniebijdrage in “The Wall Street Journal” van 30/11 getiteld “Why the spending stimulus failed”, door Michael J. Boskin, professor economie aan de Stanford University, worden de nefaste gevolgen aangetoond van “Quantitative Easing” (QE), de naam die thans gegeven wordt aan de injectie van bijgedrukt geld in de economie. Boskin baseert zich op een hele reeks economische studies, die tevens aantonen, dat de gepaste remedie er nu juist in bestaat de uitgaven terug te dringen en de belastingdruk te verlagen, precies het omgekeerde van  het “Obama-programma”.

Productieve en niet-productieve consumenten

Waarom kan bijgedrukt geld de economie niet stimuleren, maar integendeel armoede veroorzaken? Even teruggrijpen naar de “barter economy” om dit  duidelijk te maken. Veronderstel een bakker ruilt een aantal broden voor  aardappelen van zijn buur-landbouwer. De aardappelen voorzien mee in het levensonderhoud van de bakker en het brood zorgt ervoor dat de landbouwer kan overleven en verder aardappelen kan  kweken. De introductie van geld verandert niets aan dat schema. Veronderstel de bakker wisselt zijn broden voor 10 euro en met dit geld koopt hij aardappelen bij zijn buurman. Deze kan daarna met deze 10 euro brood kopen bij de bakker. Opmerkelijk hier is, dat het geld enkel een ruilmiddel was en geen enkele bijdrage heeft geleverd tot de productie van brood, of van aardappelen. De bakker moet eerst brood bakken om geld te krijgen, waarmee hij daarna aardappelen kan kopen. Het geld was enkel een ruilmiddel, maar in essentie werd een waardevol product geruild tegen een ander waardevol product. Bakker en landbouwer zijn in ons voorbeeld “productieve consumenten”. Zij verbruiken een bepaald product, maar hebben tegelijkertijd een even grote tegenwaarde geproduceerd en in de economische kringloop gebracht. Zij zijn niet alleen consument, maar ook producent.
Helemaal anders wordt het wanneer onze bakker stopt met brood bakken, maar erin slaagt om geld te drukken. Met dit geld koopt hij bij zijn buur aardappelen, die hij kan consumeren, alhoewel hij niets in de plaats heeft geproduceerd. Hij is nu een “niet productieve consument”. De landbouwer die dit geld heeft aangenomen, kan hiermee geen brood kopen, eenvoudigweg omdat dit niet geproduceerd werd door de bakker.  Er is hier een verarming opgetreden, nl. een verarming ten bedrage van het door de bakker in omloop gebrachte geld.

Denkfout

Maar wat gebeurt er als de overheid doet zoals de bakker-valsmunter en geld bijdrukt en dit in de economische kringloop brengt? Veronderstel dat een minister op een bepaald ogenblik beslist om 1000 personenwagens aan te kopen voor zijn ambtenaren en die aankoop financiert met bijgedrukt geld.  Volgens de Keynesianen (zoals Bernanke en Obama en zijn economische raadgevers) zal dit de economie stimuleren. Er zal  werkgelegenheid gecreëerd worden om die 1000 auto’s te produceren. De arbeiders zullen een loon ontvangen (het waardeloze geld) en zullen dit uitgeven (consumeren) om in hun levensonderhoud te voorzien, waardoor het loon in de economische kringloop terecht komt en de economie zal doen opleven, zo redeneren zij.
Hier wordt echter een grote denkfout gemaakt. Om die door de overheid bestelde wagens te produceren, is er een bijkomend verbruik van  grondstoffen (staal,  glas, energie, rubber…) en arbeidskracht. De werknemers die deze 1000 auto’s produceren  zullen tevens met hun extra-inkomsten consumptiegoederen kopen voor hun levensonderhoud. Er wordt dus een waarde aan de economie onttrokken (grondstoffen en consumptiegoederen), waarvoor niets in de plaats wordt gegeven, enkel waardeloos geld.

Verarming

Er heeft hier een onmiddellijke verarming plaats ten bedrage van het bijgedrukt geld, dat in de economie werd gepompt, omdat een even grote waarde aan grondstoffen en consumptiegoederen uit de economie verdwijnt.  Iedereen zal nu minder kunnen consumeren en minder kunnen investeren. Een tweede denkfout van de keynesianen is, dat zij van de veronderstelling uitgaan, dat tijdens een depressie  er “werkloze productiefactoren” beschikbaar zijn, die men zo maar aan de praat kan krijgen, met geld bij te drukken. In een depressie met een onderbezetting van productiefactoren, is er echter arbeid en kapitaal nodig om werklozen terug arbeidsgeschikt te maken en om verlieslatende bedrijven (met overcapaciteit) te hervormen.  Maar kapitaal is iets heel verschillend van geld. Het komt voort uit gespaard vermogen, dat opgebouwd werd uit productie. Het is enkel die opbouw van kapitaal die zal toelaten de economie te herstructureren en die de recessie kan  genezen. De 600 miljard dollar extra die Bernanke liet bijdrukken is geen kapitaal en zij  zullen dan ook de crisis niet beëindigen, maar integendeel de Amerikaanse samenleving armer maken. De  Keynes-kenner Hans-Hermann Hoppe (Professor Emeritus aan de Universiteit van Nevada) had zeker gelijk, wanneer hij schreef : “Here we have Keynes, then : the twenthieth century most famous “economist”. Out of  false theories of employment, money and interest, he has distilled a fantastically wrong theory of capitalism and of a social paradise erected out of paper money.” (The Misesian Case against Keynes – Mises Institute 1992)

Conclusie

Wij kunnen niet anders dan volmondig de conclusies (in de Wall Street Journal) van Professor J. Boskin beamen, waar hij stelt dat in de VS de uitgaven moeten afgebouwd worden en dat er moet overgegaan worden tot verlaging van de belastingtarieven, zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting. President Oboma’s programma voorziet exact het omgekeerde. Indien dit programma niet verandert, dan ziet het er  slecht uit voor de VS. Maar dit is ook geldig bij ons : er moet nu dringend bespaard worden en de belastingdruk moet omlaag. Het wordt de hoogste tijd, dat de Keynesiaanse economie wordt begraven om terug te keren tot een  economie die echte welvaart creëert


Willy De Wit    
Medewerker bij de onafhankelijke  economische denktank “WorkForAll” (www.WorkForAll.org)

Moneyprinting

Recent heb ik een post uitgebracht die een 'kleine' update is op dit beleid...

FED staatsschuld holdings zijn groter dan China sinds december

http: //volatilitysmirk.blogspot.com/2011/02/ congratulations-china.html