Franstaligen moeten niet bang zijn van Fiscale Concurrentie

| |

De franstaligen blokkeren de regeringsonderhandelingen omdat zij niet willen weten van fiscale autonomie. Zij vrezen fiscale concurrentie, waarbij deelstaten met gunstige belastingtarieven economische activiteit zouden afsnoepen van minder belastingvriendelijke regio’s, wat in deze laatste regio’s zou kunnen leiden tot minder belastingontvangsten en ook tot werkloosheid.   Die vrees is naar onze mening onterecht. De ervaringen in landen waar belastingcompetitie wordt toegepast tonen integendeel aan, dat dergelijke competitie een gezonde economische dynamiek op gang brengt, waar elke regio van profiteert. Het is niet zo dat de ene regio wint wat de andere kwijtspeelt, neen, elke regio heeft er baat bij, zo blijkt.

Reddende engel
Belastingconcurrentie lijkt trouwens de enige manier te zijn om politici te verplichten hun uitgavendrift te beperken en om de kanker van een steeds groeiende overheidsbureaucratie binnen de perken te houden en aldus ook paal en perk te stellen aan de ons welbekende overregulering en ongebreidelde overheidsinmenging in de economie. En het is juist die te zware overheid in ons land, die onze economie verstikt, onze belastingdruk onhoudbaar maakt en onze reële werkloosheid gecatapulteerd heeft naar 25 % van de beroepsbevolking, terwijl de overheidsschuld ondertussen is opgelopen naar 100 % van het bbp. Het zou wel eens kunnen, dat fiscale autonomie en fiscale concurrentie de reddende engel zijn, die nog  juist op tijd komt om onze staatsfinanciën gezond te maken, de economie uit de wurggreep van de overheidsschuld te halen en het hoofd te bieden aan de op ons afstormende vergrijzing. Wat politici zeker niet mogen vergeten is, dat lagere belastingtarieven meestal leiden tot hogere inkomsten. Dit is ondermeer gebleken in de VS in de jaren ’80, wanneer het maximale marginale tarief in de personenbelasting in twee stappen werd verlaagd van 70 % naar 28 %. Tegen alle verwachtingen in stegen de belastingontvangsten tussen 1980 en 1995 met méér dan 90 %.  Hetzelfde verschijnsel deed zich voor in Groot-Brittannië, wanneer Margaret Thatcher eveneens in de jaren ’80 de belastingtarieven aanzienlijk verlaagde. Ook hier stegen de belastinginkomsten. De verklaring hiervoor is dat lagere belastingtarieven betere stimulansen betekenen om te werken, te sparen, te investeren, te ondernemen en risico’s te nemen. Bedrijven zien opnieuw kansen om nieuwe initiatieven te nemen, om uit te breiden en personeel aan te werven. De economie zal groeien en de belastingbasis zal verbreden. Een lager tarief op een bredere belastingbasis kan meer opbrengen  dan hoge tarieven op een smalle belastingbasis. Het is onze politici zeker welbekend, dat de verlaging van de successierechten en registratierechten in Vlaanderen heeft geleid tot stijgende inkomsten. Wallonië, noch Brussel hebben van die maatregel blijkbaar niet zoveel nadeel ondervonden. Het is duidelijk dat de bevoegdheid om belastingtarieven te bepalen per regio toelaat om tegemoet te komen aan de noden die eigen zijn aan die welbepaalde regio, noden die grondig kunnen verschillen van de andere deelgebieden.


Ervaringen
Er zijn vooral twee landen met een uitgebreide ervaring inzake belastingcompetitie, nl. de VS en Zwitserland. De Amerikaanse denktank “Cato Institute” vergeleek 10 Amerikaanse staten die tussen 1990 en 1996 hun belastingtarieven verhoogden, met 10 andere staten, die in diezelfde periode een verlaging toepasten. De “tax cutting states” kenden meer begrotingsevenwichten, hun economie groeide met gemiddeld 33 % zijnde 22 % sterker dan de “tax raisers” en het aantal nieuw gecreëerde jobs groeide met 1.84 miljoen bij de “tax cutters”, zijnde het dubbele van het nationaal gemiddelde. Diezelfde studie geeft nog een zestal andere voorbeelden, waarvan de resultaten alle in dezelfde richting wijzen. Een gelijkaardig positief verhaal vinden we in Zwitserland, dat  uitgegroeid is tot de meest welvarende staat van Europa, dank zij de toepassing van twee belangrijke principes : directe democratie en belastingconcurrentie, waarbij de beslissingsmacht inzake belastingen grotendeels ligt bij de kantons. De maximum marginale belastingvoet op federaal niveau ligt er op circa 11.50 %. In de kantons varieert de maximum inkomstenbelasting van 10.90 % in Zug tot 30 % in steden zoals Genève. De totale maximum belastingvoet (federaal + kantonaal) varieert tussen circa 20 % en 40 %. Er is dus duidelijk geen eenvormigheid en toch hebben die aanzienlijke verschillen geen problemen teweeggebracht, integendeel.  Niettegenstaande die zeer lage belastingdruk en de sterke belastingconcurrentie tussen de kantons, heeft Zwitserland  nagenoeg een begroting in evenwicht en een staatsschuld die slechts 43.50 % bedraagt van het bbp (België 100 %).  De werkloosheid beloopt er amper 2.50 % van de beroepsbevolking, zijnde 1/10 van deze in ons land. Van alle mannen  tussen 55 en 65 jaar is drie vierde nog aan de slag,  in België is dit amper 40 %. Alhoewel Zwitserland omzeggens geen natuurlijke rijkdommen bezit, heeft het land een van de hoogste inkomsten per hoofd van de bevolking van de ganse wereld. Het heeft een gezondheidszorg van wereldklasse, die privé wordt beheerd. Het land respecteert privé-eigendom (geen krakers) en het huldigt de principes van de vrije markt. In het licht van die ervaringen moeten de franstaligen in ons land en onze linkse politici en vakbonden zeker niet bang zijn van fiscale autonomie en van fiscale concurrentie. De ervaring leert ons dat deze principes integendeel de sleutel kunnen vormen tot een veel hogere welvaart, het verdwijnen van de werkloosheid en hogere inkomsten voor de werkende bevolking. Van verarming kan geen sprake zijn. Voorwaarde is wel dat een nieuwe financieringswet een voldoende grote fiscale autonomie verleent aan de deelgebieden. Als men Zwitserland als voorbeeld zou nemen, dan zouden  de deelgebieden idealiter tussen 50 % en 75 % eigen fiscale verantwoordelijkheid moeten kunnen bekomen. Tevens zal men de remmingen die nu voorzien zijn in de 12 principes van een nieuwe financieringswet moeten weglaten, zoniet wordt de dynamiek weggenomen, die juist de kern is van het hele concept. Men mag een mooie beloftevolle baby niet doodknijpen, nog voor hij geboren is.

Willy De Wit                                                                                                                                                      
Medewerker bij de onafhankelijke socio-economische denktank “WorkForAll” (www.workforall.org)

Poster un nouveau commentaire

Le contenu de ce champ est gardé secret et ne sera pas montré publiquement.
  • Balises HTML autorisées: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Les lignes et les paragraphes vont à la ligne automatiquement.
Plus d'informations sur les options de formatage