Vermogensbelasting is contraproductief en vernietigt welvaart.
Sp.a-voorzitster Caroline Gennez pleitte zopas voor de invoering van een heffing op vermogenswinsten ("Socialisten viseren vermogenswinsten, De Tijd 6/03). Volgens haar zou daardoor de belasting op arbeid kunnen worden verminderd en zouden zelfs sommige andere belastingen kunnen worden afgeschaft. Toch een verrassende stelling, als men weet dat heel wat landen die een vermogensbelasting hanteerden, die beslissing hebben herzien, omdat de kosten hoger lagen dan de opbrengsten. Zo hebben Denemarken, Duitsland, Finland, Ierland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Spanje en Zweden, die eerder een meerwaardebelasting hadden ingevoerd, deze terug afgeschaft. De Franse onafhankelijke denktank "Institut Montaigne" schrijft in een studie verschenen in november 2007, (Pour faire du social, abollissons l'IFS) dat de vermogensbelasting in Frankrijk (Impôt de Solidarité sur la Fortune) tweemaal meer kost dan ze opbrengt en bovendien een negatieve invloed heeft op de economische groei. Wij begrijpen niet hoe een belasting, waarvan blijkt dat ze niets opbrengt, zou toelaten om de belasting op arbeid te verminderen. Diegenen die in ons land een of andere vorm van een meerwaardebelasting voorstellen, vergeten wellicht ook, dat ons land reeds drie vermogensbelastingen telt, nl. de onroerende voorheffing, de registratierechten en de successierechten.
Welvaartsvernietigend
Een bijkomende vermogensbelasting zou niet alleen niets opbrengen, ze zal ook welvaart vernietigen en werkloosheid creëren. Dit is niet zo moeilijk om begrijpen. De spaargelden van de vermogende burgers zijn massaal geïnvesteerd in de bedrijven en vormen op die manier de kapitaalstructuur van onze economie, zonder dewelke er geen werkgelegenheid en welvaart kan worden voortgebracht. Zonder vermogens zouden er gewoonweg geen ondernemingen bestaan. Als politici bovenop de reeds zware belastingen op onroerend goed, nog een bijkomende meerwaardebelasting gaan heffen op het totale vermogen, of op de meerwaarde ervan, dan betekent dit een aantasting van de investeringen en van de kapitaalstructuur van onze economie. Dit is wellicht nog nadeliger dan de belasting op arbeid. De spaargelden of anders uitgedrukt de vermogens van de burgers zijn via de investeringen de zuurstof die onze economie in stand houdt en doet groeien.
Het is een van de grote verdiensten geweest van nobelprijswinnaar Friedrich von Hayek (nobelprijs economie 1974) er de nadruk op te leggen, dat spaargeld de onmisbare bron is van onze welvaart, waarbij hij tevens de gelijkheid beklemtoonde tussen sparen en investeren. Een méérwaardebelasting zal diegenen straffen, die via hun opgebouwd vermogen zorgen voor de groei van de economie. Zulke belasting zal het meest dynamische deel van onze bevolking treffen en een rem zetten op hun bereidheid tot verder investeren, wat meebrengt dat welvaart en werkgelegenheid worden afgeremd. Het is in deze crisisperiode zeker niet het ogenblik om investeerders en bedrijfsleiders te ontmoedigen en te straffen voor het nemen van risiko, al dan nietsucces na jaren woegen. Dit zou het beste middel zijn om hen naar het buitenland te verjagen. Neen, wij moeten er nu alles aan doen om de bedrijven en de investeerders in eigen land te houden. Men mag trouwens niet vergeten, dat spaargeld afkomstig is uit inkomen verworven door arbeid, en daar reeds is belast als inkomstenbelasting. Ook zou men moeten beseffen, dat investeringen in bedrijven nu reeds tweemaal worden belast : een eerste maal door een belasting op de winst van het bedrijf en een tweede maal, op het deel van de winst dat uitgekeerd wordt als dividend (25 %)
Tenslotte is er nog het aspect rechtvaardigheid. Indien een zelfstandige op pensioenleeftijd een vergelijkbaar inkomen wil bekomen als een staatsambtenaar op pensioen, moet hij een vermogen opbouwen van circa € 750.000, bij een gangbaar netto rendement op spaargeld van 3 %. Aangezien de rente op spaargeld thans lager ligt dan 3 % zal de vermogensopbouw zelfs € 1.000.000 moeten bedragen, wil de zelfstandige op pensioen dezelfde levensstandaard bereiken als een overheidsambtenaar. De zelfstandigen die dit willen verwezenlijken, zullen daarvoor ongetwijfeld enorm moeten presteren, waarbij een werkweek van 60 uur niet de uitzondering, maar eerder de regel is. Zulke harde werkers voor die prestatie nog eens extra bestraffen, lijkt allerminst rechtvaardig.
Verspilling
Het is natuurlijk een dringende en dwingende noodzaak om de belasting op arbeid te verminderen, zelfs zeer aanzienlijk. De bedoeling van de socialistische politici is dan ook prima, alleen de wijze waarop zij dit willen verwezenlijken is contraproduktief. Het is duidelijk, dat de oplossing voor het vraagstuk moet gezocht worden, niet aan de inkomstenzijde, maar aan de uitgavenzijde van de overheidsfinanciën. Volgens een studie van de Europese Centrale Bank (ECB) uit 2003, wordt circa de helft van het belastinggeld door onze overheid verspild, wegens een inefficiënte werking van die gepolitiseerde overheid. Om hieraan te verhelpen zijn dringend structurele maatregelen nodig, zoals o.m. de afslanking van ons overheidsapparaat en naar onze overtuiging ook fiscale autonomie voor de deelgebieden. Aanzienlijke besparingen zijn o.i. alleen mogelijk, indien diegene die het geld uitgeeft, hiervoor ook verantwoording verschuldigd is bij zijn kiezers. Laat ons hier eens ernstig werk van maken, inplaats van populistische maar wereldvreemde voorstellen als een vermogensbelasting te lanceren.
Willy De Wit
Medewerker bij de onafhankelijke economische denktank WorkForAll (www.WorkForAll.org)
Hieronder de reaktie van Caroline Genez op 16 maart 2010.
1 euro = 1 euro is eerlijke fiscaliteit
Het sp.a-voorstel om een vermogenswinstbijdrage in te voeren is noch populistisch noch wereldvreemd. Kijk maar naar Nederland.
Willy De Wit (WorkforAll) noemt het pleidooi van sp.a voor een vermogenswinstbijdrage om de lasten op arbeid te verlagen ‘goedbedoeld, maar populistisch en wereldvreemd’ (De Tijd, 12 maart). Ons voorstel is misschien out-of-the-box, maar niet wereldvreemd noch populistisch. Het raakt de kern van het debat over de toekomst van ons welvaartsmodel: we moeten ophouden de inkomens uit vermogens voor te trekken op de inkomens uit werk. De loonkloof kan niet worden weggewerkt zonder dat we de inkomens op vermogen ook gaan behandelen zoals in de buurlanden.
Wij pleiten voor een verlaging van de lasten op arbeid door een fundamentele hervorming en vereenvoudiging van de fiscaliteit op vermogensinkomsten. De vermogenswinstbijdrage vervangt de bestaande fiscale regimes (15% op intresten, 25% op dividenden, 0% op meerwaarden, onroerende voorheffing,…) op de reële aangroei van het vermogen door een bijdrage van 30 procent op de notionele aangroei van het vermogen. Een eerste schijf is vrijgesteld, net als de eigen woning. Het gaat dus niet om een klassieke vermogensbelasting (zoals De Wit zegt) die boven op de bestaande roerende en onroerende voorheffing komt.
TOPFISCALISTEN
De Wit noemt ons voorstel wereldvreemd. Dat is op zijn zachtst uitgedrukt verwonderlijk, omdat we de mosterd gehaald hebben in Nederland waar dit systeem sinds 2001 zijn deugdelijkheid bewijst en niet ter discussie wordt gesteld. Het is ingevoerd door de regering-Kok met de liberaal Gerrit Zalm als minister van Financiën. In ons land verdedigen topfiscalisten als Michel Maus (VUB) en Axel Haelterman (KULeuven) dit systeem. ‘Ce que je dis n’est ni gauchiste, ni socialiste: c’est pragmatique’ liet Haelterman enkele weken geleden optekenen in La Libre Belgique. Misschien is een vermogenswinstbijdrage dan toch zo gek nog niet?
We zijn het wel eens met De Wit als hij zegt dat de bijdragen op arbeid naar omlaag moeten. Alleen denken wij dat de opbrengsten van die vermogenswinstbijdrage wel voldoende hoog zullen zijn om die verlaging te kunnen realiseren. En dat die verschuiving van bijdragen op arbeid naar fiscale bijdragen op vermogen leiden tot een eerlijker fiscaliteit. De Hoge Raad van Financiën onderschreef die redenering al in 2007: ‘De hoge belasting op arbeidsinkomens roept vragen op aangaande de structuur van de fiscale en sociale heffingen: zij creëert een belastingverschil tussen inkomens uit arbeid en uit kapitaal en samenhangend daarmee, tussen de kosten van productiefactoren. Dit verschil roept vragen op van doeltreffendheid en billijkheid.’ Je kunt niet zoals Open VLD de lasten lineair willen verlagen zonder compensatie én zo snel mogelijk de begroting in evenwicht krijgen. Open VLD bewijst in de federale regering trouwens elke dag dat ze dat niet kan, want deze regering verhoogt de belastingen en haalt nog haar Europese begrotingsdoelstelling niet.
De Wit noemt onze berekeningen onzeker en welvaartsvernietigend. Ook dat bestrijden we. Alhoewel exact becijferen niet vanzelfsprekend is, hebben we de vervanging van de bestaande fiscaliteit op vermogensinkomsten door een vermogenswinstbijdrage geraamd op ongeveer 1 bbp-punt extra inkomsten. Die schatting is degelijke uitgevoerd en wij zijn bereid erover te debatteren op basis van gegronde kritiek.
Volgens De Wit zal de vermogenswinstbijdrage leiden tot een grote kapitaalvlucht. Dat betwijfelen we ten zeerste als we het voorbeeld van Nederland nemen. Daar bestaat zo’n vermogenswinstbijdrage en is het financieel vermogen van de gezinnen ten aanzien van het bbp het grootst van heel Europa. Een tweede reden waarom kapitaalvlucht beperkt zal blijven, is de toenemende internationale uitwisseling van fiscale inlichtingen, de uitbreiding van de Europese spaarrichtlijn en de tientallen bilaterale akkoorden die België afsloot over de uitwisseling van bankinformatie. Het wordt dus gelukkig steeds moeilijker om je vermogen in het buitenland te verstoppen.
Ons voorstel maakt onze fiscaliteit eerlijker. Twee personen die vandaag 1 euro verdienen in België, betalen twee verschillende belastingsbedragen naargelang dit inkomen voortkomt uit arbeid of kapitaal (de overige omstandigheden gelijk blijvend). Dit is zo zelfs zonder rekening te houden met grote fortuinen die ondergebracht worden in bepaalde buitenlandse entiteiten en zodoende helemaal niet bijdragen aan de fiscale inspanning in België. Dit is een oneerlijk spel.
PROPORTIONEEL
Maar er is meer. De gepensioneerde die zijn hele leven lang gewerkt heeft en zijn inkomen heeft geïnvesteerd in aandelen, betaalt vandaag 25 cent op elke euro dividend die hij ontvangt. Voor dezelfde ontvangen euro dividend betaalt de CEO van een grote bank net zo goed 25 cent. Met ons voorstel zal een gepensioneerd koppel geen enkele belasting meer betalen op deze dividenden als ze in hun eigen huis wonen en hun vermogen niet meer is dan 100.000 euro. De CEO zal proportioneel meer bijdragen op basis van de aangroei van zijn hele vermogen. Net zo min als het jonge gezinnetje dat heeft geïnvesteerd in een huis en wat spaargeld begint op te bouwen nog belastingen zal betalen op zijn vermogen. Wij straffen hiermee niet het succes, integendeel, wij vragen enkel ook bij te dragen aan de verbetering van de herverdeling van welvaart.
06:01 - 16/03/2010 Copyright © De Tijd
vermogenbelasting
geachte heer De Wit, met veel interesse & akkoord heb ik uw artikel gelezen.
De reactie van Gennez, deze morgen in De Tijd ( hoe willen ze dergelijke simplisme publiceren) bevestigt dat de SpA inderdaad volksverlakkers zijn, zonder realiteitsgevoel.
Dat zij een eigen huis +100K€ als drempel neemt, tart alle verbeelding.
Als zij beweert dat het een verschuiving zal zijn belasting op arbeid, naar vermogen, dan kan dat alleen maar door retroactief terug te storten, voor minstens 1 generatie,van de arbeidsbelasting & dgl, die zal afgeschaft worden.Zoniet zullen de ouderen, zoals mezelf,uiteindelijk dubbel belast worden.
hoogachtend
ir Dirk Marescau

Vermogensbelasting is contraproductief en vernietigt welvaart.
Spa voorzitster zou beter pleiten om de extra kosten van de regering te beperken. Kosten zoals: illegalen prompt uitwijzen en asielzoekers die niet uit bepaalde risico landen komen, uitwijzen, en er zijn nog kosten die men zou kunnen uitsparen. Als de wetten aangaande die materies GOED zouden zijn opgesteld, zonder achterpoortjes, zou de regering geen problemen moeten hebben ze prompt en met weinig kosten te laten uitvoeren. De twee problemen daarmee zijn: 1/ het gaat de hard nodige kiezers voor SPA afnemen en 2/ wetten zijn gemaakt voor en door advocaten.