Klimaatbeheersing via vrije markt

| |

Alhoewel de Europese landen in Kopenhagen een sterke reductie van de CO2 uitstoot vragen, is het allerminst duidelijk hoe die reducties in de praktijk zouden kunnen worden gerealiseerd. Eén ding moet duidelijk zijn: de objectieven zullen niet worden gerealiseerd als ze centralistisch worden opgelegd zonder rekening te houden met de wetten van de vrije markt.

Het afgelopen decennium is de nadruk grotendeels gelegd op 'end-of-the-pipe' oplossingen, die leiden ot veelvuldige staatstussenkomsten, en die de markt compleet ontwrichten en tot suboptimale investeringen leiden. Een voorbeeld is de subsidiëring die maakt dat zonnepanelen worden gezet, terwijl isolatie veel rendabeler is.  Aan het andere uiterste vinden we de mening dat de overheid niets moet doen, omdat de vrije markt vanzelf voor de oplossingen zal zorgen, door de stijging van de prijzen van schaarser wordende grondstoffen, in het bijzonder van olie.

Als we ervan uitgaan dat een drastische reductie van de CO2 uitstoot nodig is om de opwarming van het klimaat tegen te gaan, dan zal de stijging van de olieprijzen echter te laat komen om het gedrag tijdig bij te sturen. Volgens de Kopenhagen-wetenschappers moet de uitstoot van de geïndustrialiseerde landen met 95% dalen tegen 2050 (momenteel stoot een Belg meer dan 14 ton per jaar uit, dit moet naar 1.7).  Daarvoor zijn dus zeer drastische ingrepen nodig. De prijs van de olie zal stijgen ten gevolge van de krimpende voorraden, maar de grote voorraden steenkool zullen die prijsstijging vertragen. Tegen de tijd dat de marktprijs van olie zo hoog is dat het economisch interessant is om de nodige ingrepen uit te voeren, is het al te laat.

We moeten dus wel degelijk actief ingrijpen, maar het is de vraag hoe. We merken in het debat een merkwaardige samenhang tussen economische en wetenschappelijke overtuiging.  Net zoals veel links-geöriënteerden de CO2-gedreven opwarming maximaal dramatiseren omdat het hen de kans geeft om de staatscontrole op te voeren, zo zijn er veel rechts-geöriënteerden die de CO2 gedreven opwarming minimaliseren omdat dit tot meer staatscontrole zou kunnen leiden. Beide groepen laten hun mening over het zeer ingewikkelde wetenschappelijke vraagstuk van het CO2 effect vertroebelen door hun politieke overtuiging, en zijn dus in zekere zin elkaars spiegelbeeld.

Omdat het vraagstuk over het CO2 effect zo ingewikkeld is, is het voor een buitenstaander compleet onmogelijk om de verschillende argumenten te beoordelen. Ikzelf wil als wetenschapper wel geloven dat de CO2 een belangrijke oorzaak is, maar over de waarde van de voorspellingen over 100 jaar heb ik grote twijfels. Het feit dat er blijkbaar onduidelijkheid bestaat over de stijging van de temperatuur in de laatste 10 jaar, bewijst al dat er belangrijke factoren zijn die men niet begrijpt. Toch ben ik voorstander van belangrijke ingrepen, niet alleen uit het voorzorgsrisico, maar ook omdat dit niet hoeft te leiden tot economische achteruitgang, en in eerste instantie wellicht zelfs méér welvaart kan brengen.

Ons economisch systeem werkt immers nog ver van optimaal. De huidige prijzen van de economische factoren zijn maar in heel beperkte mate het gevolg van relatieve schaarste. Het economisch evenwicht wordt drastisch beïnvloed door de hoge belastingen op arbeid en inkomen.  Daardoor wordt arbeid als productiefactor relatief heel duur, ook als is er een overaanbod aan werkkrachten (werkloosheid), terwijl energie relatief goedkoop is, ook al er er daarvan absoluut geen overaanbod.  Daardoor zien mensen op tegen de moeite om hun huis te isoleren (brengt te weinig op, zelfs met subsidies), en is het interessanter om kapotte spullen te vervangen door nieuwe dan ze te laten repareren (kost teveel aan werkuren !).   Het lijkt waarschijnlijk dat een verschuiving van de belastingen van arbeid naar energie zal leiden tot een daling van de werkloosheid en dus meer welvaart voor een belangrijk deel van de bevolking.  Wijzigend gedrag (vb. beter isoleren) zal er toe leiden dat de hogere energieprijzen niet leiden tot welvaartsvermindering.  Dit vraagt geen bijkomende staatscontrole. Het is een markconforme aanpak met een minimale staatstussenkomst.

Er zal weliswaar een economisch optimum zijn voor wat betreft de verdeling van de belastingen over de productiefactoren. Als energie té duur wordt, zal het de welvaart wél verminderen. Het streven naar het economisch optimum zal ons echter wellicht al een stuk dichter brengen bij het objectief van een CO2 uitstoot van 1.7 ton per hoofd.  Als dit objectief niet op die manier kan bereikt worden, zal eventueel moeten overgegaan worden op bijkomende maatregelen, die dan wel meer dwangmatig zijn, maar die daardoor wellicht ook moeilijk te realiseren zijn. Tegen die tijd zal de wetenschap hopelijk meer zekerheid kunnen bieden over de vraag of CO2 inderdaad de grote schuldige is. In afwachting kunnen we al heel veel doen, zelfs al zijn we niet zeker dat de temperatuursstijging zo drastisch zal zijn als de Kopenhagen-wetenschappers voorspellen. 

Ir. Karel Lemmens

Ander voorstel van belasting

In zijn openings paragraaf stelt de Heer Lemmens heel juist dat het niet mogelijk is om de klimaatverandering centraal te beheersen.  Dit moet inderdaad via het markt mechanisme gebeuren en dat kan. 

De oorzaak van de ecologische crises, waarvan klimaat verandering er één is, is de huidige levenswijzen van verbruikers.  Zij leven niet in harmonie met de natuur.  Alle ecologische problemen zouden opgelost worden indien alle verbruikers altijd al hun geld uitsluitend aan producten uitgeven die de integriteit van de natuur bewaren.   De inkomsten belasting betalende verbruiker zal daar mee beginnen op het moment dat hij het geld dat hij aan die producten uitgeeft van zijn belastbare inkomen kan aftrekken.

De vraag van die verbruikers zal producenten verplichten met elkaar te concurreren totdat zij uiteindelijk een optimum bereiken in het behouden van de kwaliteit van de natuur. 

Het voorstel de wet te veranderen is gebaseerd op drie ontdekkingen die wij gedaan hebben.  De eerste is dat het doel waarmee de verbruiker zijn geld uitgeeft, het doel is van de ontwikkeling van de economie.  Zodra de verbruiker zijn groene kosten van het leven van zijn belastbare inkomen kan aftrekken dan zal hij uitsluitend producten willen kopen waarmee hij in harmonie met de natuur kan leven.  Het doel van producenten zal dan zijn de goederen voor zulke duurzame levenswijzen te produceren.  Het doel van ontwikkeling is dan duurzame levenswijzen te onderhouden.

In de huidige economie kan de verbruiker zijn geld slechts met één doel uitgeven; verbruik meer.  Dit doel schijnt gesteund te worden door het huidige macro-economische beleid om groei in ontwikkeling te onderhouden. 

Het is niet mogelijk om door te gaan meer te verbruiken van gelimiteerde voorraden zonder die uiteindelijk uit te putten.

De mensheid heeft al sinds het begin van de handel meer van de natuurlijke voorraden verbruikt en in het bijzonder sinds het begin van de industriële revolutie.  Hierdoor is de economie de limieten van de natuur aan het bereiken, zeker in de geïndustrialiseerde landen.  Daar stagneert de economie dan ook en zal daar blijven stagneren.  De zeer lage interest voeten die de centrale banken vastleggen, zal daar niets aan veranderen.

Inmiddels vernietigt de mensheid het werkkapitaal van de producenten, natuur in goede staat. 

Pas wanneer de groene kosten van het leven van het belastbare inkomen afgetrokken kunnen worden, zal de economie weer vlot komen.  Die zal dan voor altijd binnen de natuurlijke grenzen van een welige natuur meanderen.

 De vraag naar fondsen voor het onderzoek van producenten zal de financiële wereld uit haar huidige perikelen halen. 

Door het toepassen van het principe van efficiëntie van de economie, een tweede ontdekking die wij gedaan hebben, zal na de verandering in de wet de efficiëntie in het gebruik van natuurlijke voorraden in de levenswijzen van miljarden verbruikers drastisch verhogen.  Hierdoor zullen er meer dan voldoende goederen en diensten voortgebracht worden zodat iedereen van gelijkwaardig welzijn kan genieten.  En mensen die tevredenheid delen, leven in vrede.   

De staat zal meer geld ter beschikking hebben zodra de groene kosten van het leven van het belastbare inkomen afgetrokken kunnen worden.  Doordat de economie weer van start gaat zullen producenten meer voortbrengen, dus meer verdienen, dus meer belasting betalen.  Deze verhoging zal de vermindering in de belastingen die verbruikers betalen, compenseren.  Al het geld dat alle inkomsten belasting betalende verbruikers aan hun overheden afgeven is bovendien beduidend minder dan de kosten die gemaakt moeten worden om de beschadigingen aan de omgeving veroorzaakt door de huidige ontwikkeling te herstellen.  Door hun levenswijzen in harmonie met de natuur zullen de verbruikers de omgeving in goede staat houden. Er zullen dan ook geen fondsen meer nodig zijn om de natuur te herstellen. 

Meer wordt in het Engels uitgelegd op www.biosustainable.org.  Daar kunt u ook lid worden van de Yahoo groep “Tax deductible green costs of living”.  De bedoeling van de groep is een strategie te ontwikkelen om politici te overtuigen de wet aan te passen.  Dat willen zij nog steeds niet.  In Kopenhagen pretendeerden zij weer eens dat zij de levenswijzen van miljarden verbruikers met een aantal wetten en afspraken kunnen beïnvloeden. 

De huidige staat van de wereld economie is dat zes en een half miljard verbruikers meer natuurlijke voorraden blijven verbruiken.  Dat zal binnenkort tot rampen leiden.  Politici moeten overtuigd worden de wet aan te passen. 

Brussel, 29 december 2009     Willem Adrianus de Bruijn

Poster un nouveau commentaire

Le contenu de ce champ est gardé secret et ne sera pas montré publiquement.
  • Balises HTML autorisées: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Les lignes et les paragraphes vont à la ligne automatiquement.
Plus d'informations sur les options de formatage