
In Januari 2010 waren er net geteld 1457991 mensen bij de RVA ingeschreven. Een historisch rekord. Niet echt om trots op te zijn. De oorzaak hiervan is de belastingsdruk op arbeid en investeren, die grofweg 2/3 afroomt, of liever de belasting bedraagt 2/3 van de kostprijs. Vakbonden klampen zich vast aan deze sociale "verworvenheid" omdat ze gretig mee in de pot graaien. Vakbonden en mutualiteiten genieten immers van belastings vrijstelling. In totaal gaat er in de conform art 180, 181 en 182 WIB'92 fiscaal vrijgestelde middens meer dan 53 MILJARD EURO (in oude BEF meer dan 2000 miljard) om! (bron: Geert Wittemans). Het is dan ook aberant dat juist de vakbonden voor nog meer belastingen pleiten. Dat deze politiek meer dan een kwart van de beroepsbevolking gedegradeerd heeft tot tweede rangsburgers deert hen niet. Ze hebben namelijk teveel leden die bij de overvolle overheidsector tewerkgesteld zijn. De klassenstrijd heeft wel een bijzondere wrange smaak gekregen.
In De Tijd (15.12.2009) waarschuwt Luc Sels voor het overlopen van de RVA Polder. Terecht. Sociaal bedoelde buffers lossen het crisis probleem structureel niet op en stellen eerder de oplossing uit. Wie denkt dat we het hier over de recente crisis hebben, heeft het verkeerd voor. Het volstaat naar de RVA-cijfers van de laatste 10 jaar te kijken om vast te stellen dat deze ook vertellen dat we infeite al minstens 10 jaar crisis hebben (verder reiken de RVA statistieken niet).Van zeepbel naar zeepbel
Omstreeks 2001 klapte er een eerste economische zeepbel toe, gedreven door een uitzinnige speculatie op aandelen, meestal in de telecom en ICT sector. Einde vorig jaar is er een tweede zeepbel gebarsten, ditmaal vooral een zeepbel van vastgoed met onrealistische prijsstijgingen. Dat was maar een deeltje van het débâcle. Artifiële en extreem lage rentes, regelrechte oplichting met piramide schemas, nepfondsen en allerlei onbegrijpelijke afgeleide financiële producten hebben olie op het vuur gegooid. De grootste economische recessie van de laatste honderd jaar was geboren. Vandaag denken velen dat het in de tussenperiode goed ging. Infeite is de crisis van 2001 nooit weg geweest. Het was schone schijn. Men kan zelfs zeggen dat de reactie van de FED na 2001 de tweede crisis veroorzaakt heeft. Geldcreatie en lage rentes hebben geen waarde gecrëerd maar opgeblazen verwachtingen. Er is een groot risico dat het scenario zich zal herhalen want de geldkraan werd onder het mom van liquiditeitsbehoeftes verder opengedraaid. Men spreekt over herkapitalisatie maar infeite gaat het over krediet- en inflatie creatie. Het evenwicht tussen kapitaal en geld herstellen, kan alleen maar door te aanvaarden dat virtueel geld waardeloos is en door terzelfdertijd toekomstgerichte waarde te creëeren.
RVA-cijfers spreken boekdelen
Alhoewel de VSA voor een groot deel de bron zijn van deze crisis en de globalisatie ze geëxporteerd heeft naar de rest van de wereld, gaat de rest van de westerse wereld niet vrijuit. De crisis zit er al decennia in en is structureel. Dichter bij huis, volstaat het de cijfers van de RVA te bekijken tussen 2000 en nu. Het aantal RVA-trekkers, dit zijn de echte economische werklozen, is gestadig gestegen van pakweg 950 000 eenheden naar 1,2 miljoen. Het laatste jaar zijn er zo'n 100 000 bij gekomen. Alhoewel de stijging in de laatste 12 maand bruusk is, zuiver procentueel gaat het maar over een toename met 10%. Wat de cijfers duidelijk maken is dat we al langer met een structurele crisis zitten. Meer dan de helft van de actieve bevolking verkrijgt een inkomen van de overheid. Bij de RVA-trekkers moeten ook nog eens evenveel overheidswerkers, (brug)gepensioneerden en leefloners opgeteld worden. Dit komt erop neer dat de andere helft van de werkende bevolking dit grotendeels betaalt met zijn inkomsten belastingen. Dit alles resulteert in een loodzware belasting op arbeid en op inkomen. Het gevolg is een vicieuze cirkel die zich uit in een continue stijging van het aantal RVA-trekkers.
De echte kostprijs van het RVA-stelsel
Om te weten wat het RVA-stelsel echt kost moeten we even terug naar de economische basis. Economische waarde wordt niet gecreëerd door overconsumptie maar door productie van meerwaarde. Voor de productieve bedrijven waren de gevolgen van de crisis dramatisch. Vele bedrijven zagen hun omzet met meer dan 50% dalen. Een deel hiervan zal tijdelijk zijn omdat het betrekking heeft op het opgebruiken van de voorraden. Maar voor veel bedrijven zal het een permanente daling worden omdat een deel van de omzet voordien het gevolg was van een gestimuleerde consumptievraag door geldcreatie. Er was dus overproductie. Concreet betekent dit dat het aantal RVA-trekkers in Belgie toegenomen is met 100 000 eenheden en in maart 2009 bijna de piek van 1,5 miljoen eenheden bereikte. Het merendeel hiervan waren tijdelijke werklozen. Bij de bedrijven zelf betreft het soms 7 op 8 arbeiders, waarbij de bedienden op 80% geplaatst werden. Vermits de productiviteit in de industrie ongeveer 100 000 euro/jaar bedraagt, en als men rekening houdt met het feit dat vele van deze tijdelijke werklozen voltijds werkloos zullen worden, dan kan men gerust de daling van het BBP op minstens 10 à 20 miljard euro schatten. Vandaag bedraagt in elk geval het federale begrotingstekort al meer. De RVA zelf zal dit jaar alleen al 1,5 miljard extra budget nodig hebben.
Het echte drama
Gelukkig hebben heel wat mensen in de voorbije jaren wat reserves opgebouwd en valt de daling van de consumptie nog mee. Het heeft dan ook weinig zin van de consumptie te stimuleren. Het herstel is alleen maar mogelijk door meerwaarde creatie. Hiervoor zijn ondernemers, investeerders (lees. kapitaal), innovatie en arbeidskrachten nodig. We moeten vooreerst de prioriteiten stellen in functie van die waardecreatie. Het moge duidelijk zijn dat dit niet alleen bereikt zal worden door bedrijven die in het verleden aan overproductie deden, ten koste van alles in stand te houden of de productieven over te hevelen naar een de RVA polder van minimum gegarandeerde consumptie. Er is ook veel kapitaal verloren gegaan en de omgevingsfactoren voor risico dragend ondernemen en investeren zijn niet echt optimaal te noemen in ons land. De voorwaarden voor succes zijn dus maar beperkt aanwezig. Reden te meer om snel en tijdig na te denken over waar de waardecreatie het best kan gebeuren. Wachten we te lang, dan riskeren we dat er nog zo´n 100 000 mensen extra hun kennis gaan verliezen terwijl we die hard nodig zullen hebben. De bottom line is simpel. De waarde creatie is nodig om winst te maken en terug kapitaal op te bouwen. En zonder waardecreatie geen export, een basisvoorwaarde om onze welvaart op peil te houden.
Delg de RVA polder
Om de RVA Polder te delgen voor hij overloopt kan men populistisch de uitkeringen gaan beperken. Veel zal dit niet helpen, het zal alleen het overlopen uitstellen. De RVA polder kan alleen gedelgd door de stroom in de andere richting te doen lopen. En dit kan alleen door het bodemniveau van de productieve economie te verlagen. Dit hoogteverschil wordt veroorzaakt door de belastingen die de overheid op arbeid en kapitaalsinkomen heft om haar eigen polder in stand te houden. Het zoveelste banenplan zal geen aarde aan de dijk zetten als men niet eerst arbeid en investeren met kapitaal betaalbaar en aantrekkelijk maakt. Schaf belasting op arbeid en inkomen uit kapitaal af, zet de tering naar de nering bij de overheden en de RVA Polder zal zich vanzelf delgen.
Eric Verhulst, Voorzitter www.workforall.org [0], een onafhankelijke socio-economische denktank