"Anders" kan wel fout zijn
Prof. Decoster houdt een opmerkelijk pleidooi in De Standaard als repliek op een uitgebreid artikel waarbij vragen gesteld worden over de mening van economen en waarom ze blijkbaar de bui van de economische crisis niet hebben zien hangen. Zijn pleidooi bevat heel wat waarheden die men inderdaad, vooral bij opiniemakers en politieke beleidsmensen, maar al te graag vergeet. Economie is geen exacte wetenschap en economen zijn als wetenschappers geen mensen met een kristallen bol. Toch menen wij dat hij in zijn pleidooi een paar keer zelf bijdraagt om sommige stereotiepen in stand te houden.
We beginnen met de "vraaguitval". Bijna alle economen zouden het erover eens zijn dat dit de oorzaak is van de huidige economische crisis. Terwijl wij het eens kunnen zijn dat de vraaguitval een vastgesteld fenomeen is, is dit niet de oorzaak en is een Keynesiaanse remedie niet de oplossing ervoor. Is er een economisch probleem omdat de vraag naar nieuwe wagens flink is terug gevallen en zijn derhalve de potentiële kopers ervan boosdoeners? Natuurlijk niet, er was eerder sprake van gestimuleerde overproductie. Reden waarom vooral de fabrikanten van de verkeerd soort wagens er nu het meeste onder te lijden hebben. Er is ook sprake van over consumptie gestimuleerd door te goedkoop krediet (vooral een Amerikaans probleem). Ecologisch gezien is het zelfs een goede zaak als iedereen een jaartje langer met dezelfde wagen rijdt. Economisch gezien maakt dit zelfs kapitaal vrij dat voor andere, allicht betere, doeleinden kan aangewend worden. Waar wringt het schoentje dan wel? Dat er werkloosheid dreigt? Of is het eerder zo dat een stugge sociale wetgeving en te genereuze pensioen en medische verzekeringsprogramma's bij de gevestigde bedrijven zoals GM geen ruimte meer laten om de productie aan een daling van de vraag aan te passen? Of gaat men bij wet de consument dwingen van een nieuwe auto te kopen?
Prof. Decoster verwijst dan ook naar de Keynesiaanse politiek waarbij de overheid via massale geldcreatie de consumptie gaat stimuleren. Wie de redenering en iets diepere analyse hierboven gevolgd heeft, zal snel begrijpen dat dit dus boter aan de galg is. Dit werd trouwens in een uniek Japans experiment ten gronde bewezen. Overdreven geldcreatie is net een van de oorzaken die aan de basis ligt van de huidige crisis. Deze geldcreatie werd in de hand geholpen door een een onverantwoord experiment van abnormale lage rente door meester-econoom Alan Greenspan himself met alle gevolgen van dien. Hierdoor werd fundamenteel het evenwicht tussen kapitaal en geldhoeveelheid verbroken. Deze lage rente was niet zomaar een experiment van Greenspan, het werd hem in het oor gefluisterd door de regering Bush die daarin het heilmiddel zag om de economische groei na 9/11 op peil te houden. Koppel dit aan de massale creatie van afgeleide financiële producten, een ander woord voor gesofistikeerde oplichting, ook veelal oogluikend toegelaten door de overheidsorganen en de crisis was onafwendbaar. We wijzen erop dat niet alle banken dit spel meegespeeld hebben en dat sommige economen, zoals die van de Oostenrijkse Economische School, hier wel voor gewaarschuwd hebben. Ze vormden echter een veelal misprezen minderheid en dit toont nogmaals aan hoe gevaarlijk het is de gangbare opinie van economen te geloven. Veel burgers hebben ondertussen ook begrepen dat ze hier massaal in het ootje werden genomen en als goede huisvader-consument halen ze nu de broeksriem wat aan. Is dit dan een economische crisis of eerder een crisis van het systeem? Het is dan ook niet de vrije markt die gefaald heeft maar het toezichtskader, veelal in handen van de overheden, die gefaald heeft. En dat is ook de reden waarom het vertrouwen zo geschokt is. De burger-consument is ook niet van gisteren.
Prof. Decoster kan het ook niet nalaten van een steek onder water te geven aan diegenen die eerder heil zijn in een stimulering aan de productie zijde. Bij een oppervlakkige lezing van deze term heeft hij gelijk. Het is even dwaas de consumptie te gaan subsidiëren als het dwaas is de productie op zichzelf te gaan subsidiëren. Beide komen op hetzelfde neer, nl. het vernietigen van waarde waar niet echt een natuurlijke behoefte voor bestaat. Stimulering aan de productie zijde betekent echter iets anders, nl. het vormen van kapitaal en de creatie van economische waarde bevorderen. Dit is de tegenhanger van de geldcreatie die vooral welvaart op krediet teweeg gebracht heeft en waarvoor we nu de rekening gepresenteerd krijgen. Wat betekent dit in de praktijk? Waarde creëren betekent vooruit denken en denken in termen van toegevoegde waarde. Dit betekent ook denken in macro-economische termen waarbij men het plaatje globaal bekeken wordt. Men moet hiervoor niet denken aan het in stand houden van overproductie van bestaande producten, maar in termen van producten die op termijn nieuwe toegevoegde waarde kunnen creëren, zoals nieuwe technologieën en een efficiëntie verhoging van de openbare infrastructuur. Men moet hier niet denken in termen van dure prestige bruggen maar in termen van een verbetering van de overheidsinfrastructuur die veel kapitaal opslorpt en vernietigt en waarvan de voornaamste toegevoegde waarde consumptie is.
Er is namelijk een eenvoudige economische oplossing die zowel de Keynesianen als de Oostenrijkse economen kan bevredigen. Het probleem van ons land, maar dat geldt ook voor heel wat andere westerse landen, is een overdreven belastingsdruk op inkomen, vooral op arbeid, en het eraan gekoppelde inefficiënte overheidsapparaat. Het probleem aan de productie zijde is dat dit ondernemers gedwongen heeft erg kapitaalintensief te werk te gaan en te delocaliseren met massale vernietiging van lokale arbeidsplaatsen. Schaf dus die arbeidsbelasting af. Het resultaat zal niet alleen een daling zijn van de productiekosten (wat veel goedkoper is dan overheidssubsidies die met een lening gefinancierd worden), het zal ook de werkloosheid terug dringen, de nettolonen doen stijgen en dus ook de globale koopkracht. Het lijkt wel een pure Keynes recept maar het correlaat ervan is dat men voor een evenredig stuk in de overheidsuitgaven gaat snijden wat ten tijde van Keynes nog niet aan de orde was.. Veelal zijn die uitgaven te wijten aan een erg gebrekkig management, stugge personeelstatuten, hopeloos complexe overheidsstructuren en niet te vergeten een drang naar uitgesponnen bureaucratische regelgeving. Het grote verschil met de klassieke economische (of is het politieke?) analyse is dat deze analyse het plaatje globaal bekijkt. Ook de overheidssector is een economische speler, die in ons land meer dan de helft van de welvaart opslorpt en zelfs het kleinste kind weet nu dat er in die sector veel ruimte is voor verbetering.
Als conclusie zouden we toch willen stellen dat discussies zoals deze een verademing zijn na een tijdperk van ideologische en economische verstarring. Zonder tegenstrijdige opinies kan er geen inzicht komen, zeker als het over een sociaal-economische problematiek gaat. Wij geloven dan ook iets meer in von Mises en Rothbard dan in Keynes omdat die net meer uitgaan van de mens als economische actor en minder van econometrische modellen waarmee men alle kanten op kan. Wij zijn het dan volmondig eens met de eindconclusie van Prof. Decoster dat de oorzaak van deze crisis op moreel en ethisch vlak ligt. Elke sociale en derhalve economische samenleving die niet gebouwd is op morele en ethische principes is ten dode opgeschreven. Laat dit op zijn minst de boodschap zijn.
| Fichier attaché | Taille |
|---|---|
| Economen - Prof. Decoster.pdf | 71.89 Ko |
