Over de voorrang van belangen over milieu
10 december 2008. Het stond in grote letters in de krant: echtpaar uit Kuurne verwarmt woning met electriciteit en krijgt een boete van 16.000 euro op basis van een Vlaams Decreet dat een omzetting is van een Europese richtlijn. Argumentatie van de ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap, geruggesteund door onze politici: bij de productie en het transport van electriciteit gaat veel energie verloren. Of voor wie tussen de regels kan lezen; men wordt verplicht te verwarmen met gas of stookolie wil men een gunstig energieprestatiecertificaat krijgen. Beide brandstoffen zijn nochtans eindig beschikbaar en in minder of meerdere mate vervuilend.Kijken we de kranten de laatste weken en maanden erop na, dan merken we dat vele automerken klaar staan om op korte termijn electrische auto's op de markt te brengen. Wat verleden jaar nog verre toekomstmuziek was, is nu plots bijna realiteit. En dan spreken we niet alleen over kleine, zuinige stadsautootjes maar ook over performante sportwagens. Voorwaar, zeer bizar wetende dat de ontwikkeling van nieuwe technologieën een zaak van vele jaren, zoniet decennia is. Plots kan de commercialisering van de electrische auto niet snel genoeg gaan. Men wil gebruik maken van het momentum veroorzaakt door de hoge benzineprijzen en de grote bezorgdheid betreffende de opwarming van de aarde. Maar wat stelt men nu vast: we hebben een "de kip of het ei"-probleem. Electrische auto's moeten opgeladen worden en zonder oplaadsysteem zullen er geen electrische auto's verkocht worden. Deze vicieuze cirkel moet dus doorbroken worden om het succes van de electrische auto te garanderen.
Wanneer we bovenstaande alinea's met elkaar confronteren, stellen we toch iets zeer merkwaardig vast. Bij de verwarming van onze woning wordt electriciteit als een boeman voorgesteld. Bij het invullen van onze transportnoden is electriciteit daarentegen plots de redder van het milieu. Begrijpe wie kan.
Eigenlijk moeten we ons de vraag stellen wie hier de pen van de wet- en regelgevende macht heeft vastgehouden.
In het geval van de verwarming van onze woningen misschien de fabrikanten van gasboilers en condensatieketels, of de radiatorenindustrie, of de aandeelhouders van de gasterminal in Zeebrugge, of de politici die deel uitmaken van de energie-intercommunales. Hoe vaak wordt er immers niet voor en achter de schermen geschermd met het behoud van werkgelegenheid om wetten en regels doorgedrukt te krijgen die eigenlijk het privé-belang van aandeelhouders, politiek benoemde bestuurders en industriële belangen beschermen?
In het geval van de auto heeft quasi zeker de automobielindustrie met miljoenen directe en indirecte jobs de overhand. Om niet te spreken van de interessante winst marges die dergelijke dure elektrische electrische wagens eindelijk zullen opbrengen . Immers, talloze jaren research kunnen nu eindelijk in goud, lees: dollars en euro's, omgezet worden. De kassa zal rinkelen bij het vervangen van miljarden, koolstofverbindingen slikkende auto's door electrische auto's. En met dubbele winst; zowel voor de automobielnijverheid, die nu inktzwarte dagen doormaakt, als voor het milieu: beide worden aldus gered.
Maar is dat ook zo?
De electriciteit om uw passieve woning te verwarmen wordt misschien geproduceerd door zonnepanelen op uw dak en gevels. Terwijl de electriciteit om die miljarden auto's voort te bewegen, zal worden geproduceerd in kerncentrales, bruinkoolcentrales, STEG's enzovoort. om vervolgens te worden getransporteerd naar het netwerk van auto-oplaadstations. En ach ja, ook een beetje door windmolens op zee, "witte steenkool" en biogasinstallaties. Maar vooral zal het gebruik van de electrische auto in het huidige concept een gigantisch energieverlies met zich meebrengen tijdens de productie en het transport van de benodigde electriciteit.
Lokaal zullen we ons verbeteren: geen fijn stof meer in ónze straat. Maar globaal zullen we achteruit gaan. Waar zal immers al die electriciteit moeten geproduceerd worden? Er zullen wereldwijd duizenden electriciteitscentrales te weinig zijn. Waar moeten/mogen die gebouwd worden en welke zal hún brandstof zijn?
Het ontbreekt ons vandaag duidelijk aan leiders met een toekomstgerichte visie die los staat van de industriële belangen van vandaag. Onze huidige leiders, alhoewel schijnbaar democratisch verkozen, leggen echter geen rekenschap af aan hun kiezers maar aan de lobbyisten en hun broodheren. En in plaats van te regeren hollen ze voortdurend achter de feiten aan om ad hoc brandjes te blussen. Die ad hoc brandjes zijn gunstige mediagebeurtenissen die de weg openen naar investeringen en uitgaven waar meestal enkel een wel bepaalde groep beter van wordt. Hoe kan men anders verklaren dat men miljarden blijft pompen in bv. het openbaar vervoer? Dit openbaar vervoer wordt voor meer dan 80% gesubsidieerd maar dan nog staat het met moeite in voor maar een fractie van het dagelijks verkeer. Monsterbussen alom. Ze rijden meestal leeg op duur aangelegde busstroken. Wie wordt daar écht beter van?
Willen we een waarachtig milieuvriendelijk beleid gericht op de toekomst, dan zal de eerste voorwaarde zijn dat de samenleving gestuurd wordt vanuit een open democratie. Dit wil zeggen dat niet de goed geplaatste personen beslissen maar dat de discussie breed en open gevoerd wordt, dat de daden van de politieke overheden op een doorzichtige manier gesteld worden en dat de media hun spel niet meespelen. . De open democratie is een op heden onbestaand politiek bestel - tenzij op enkele specifieke maar welvarende plaatsen op aarde zoals Californië en Zwitserland - waarin de kiezer niet alleen zijn vertegenwoordigers kiest, maar ook op elk moment zijn vertegenwoordigers tot opstappen kan dwingen (de zogenaamde "recall") of goedgekeurde wetten opnieuw kan laten afkeuren. Een bestel waarin de kiezer ook zelf voorstellen tot wet kan voorleggen. En die mits voldoende steun van de bevolking, bijvoorbeeld na een "breed maatschappelijk debat" en aansluitend referendum moeten goedgekeurd worden door de volksvertegenwoordigers. Deze laatsten zijn immers vergeten dat ze ten dienste staan van het volk, en niet omgekeerd. Is ambtenaar in het Engels immers niet "civil servant"?
In deze brief wens ik geen oplossingen aan te brengen; dit zou mij in het kader van bovenvermeld onderwerp te ver doen afwijken. Ook al omdat de werkelijke oplossingen indruisen tegen de belangen waarvoor onze politici staan en die aldus door onze "vertegenwoordigers" als niet-realistisch en/of populistisch zouden worden afgescheept. Haalbare oplossingen moeten op heden immers vertaald worden als "niet-indruisend tegen de belangen".
© 01.2009, Luc Dhaese