Dr Dalrymple werkte jarenlang in een Engelse achterstandswijk en daar viel het hem op dat de patiënten de oorzaak van hun probleemgedrag nooit bij zichzelf zochten. Van de slachtoffercultuur, die verhindert dat mensen hun lot in eigen handen nemen, moeten we hoognodig af, vindt hij. Theodore Dalrymple legt in zijn boeken - o.m. ‘Leven aan de Onderkant’ en ‘Beschaving, of wat ervan overblijft’ - genadeloos bloot wat er fout gaat in de huidige maatschappij en hoe de politiek daarbij zwaar in de fout gaat.
Hij schuwt daarbij de controversie niet. Eén van zijn meer opgemerkte uitspraken is dat de criminaliteit gelijk gestegen is met de toename van het aantal criminologen. Op 16 september hield hij een voordracht onder de titel “Politicians: dependant on dependancy?“
Lees verder. Voordracht Dr. Theodore Dampryle [0]
PS.
Er wordt wel eens beweerd dat wat Dalrymple beschrijft vooral een Engels fenomeen is. De vraag is wel of dit echt zo is. In elk geval heeft zijn doortocht in Brussel hem voldoende ervaring opgeleverd om over gelijkaardige waarnemingen te berichten in De Standaard op 3 October jl.
Hieronder de tekst. Noteer dat Dalrymple wellicht iets te snel denkt dat iedereen van Noord-Afrikaanse origine ook Marokaans is.
03-10-2006 - Theodore Dalrymple - de standaard
ONLANGS verbleef ik in Brussel, een stad die er wonderwel in slaagt de grijsheid van de bureaucratie te combineren met de protserigheid van het ergste wat de populaire cultuur tegenwoordig te bieden heeft. Als het toppunt van service garandeerde mijn hotel me dag en nacht ongebreidelde toegang tot de wereld van de pornografie. De vrijheid van meningsuiting en mijn mensenrechten in één klap gevrijwaard. In mijn hotelkamer vond ik ook een exemplaar van Het Gouden Boek van België 2001 . Misschien waren de tussenliggende jaren niet zo glanzend geweest. Het Gouden Boek van dat jaar echter was volledig gewijd aan de plaats van de vrouw in de Belgische samenleving. Alsof ze een bedreigde diersoort was, die toch kon in stand gehouden worden, mits de juiste voeding en verzorging. Net als de neushoorn in Sumatra en de zeearend in Schotland.
Eén artikel was bijvoorbeeld gefocust op de plaats van de vrouw binnen de Belgische strijdmachten. De illustratie daarbij - jonge vrouwelijke mechaniekers in werkoverall die over een gevechtsvliegtuig klauteren - bracht levendig de jaren van de sovjetpropaganda in herinnering. Ik moest ineens terugdenken aan een cartoon uit het ter ziele gegane komisch blad Punch , net voor de start van de Olympische Spelen in Moskou. Een vrouwelijke atleet met een duidelijk overschot aan mannelijke hormonen moet een geslachtsproef ondergaan: als ze erin slaagt een wiel van een traktor te verwisselen in minder dan vijf minuten, is ze een echte vrouw.
Merkwaardig genoeg maakte Het Gouden Boek van België niet de minste melding van een ander, belangrijker aspect van de plaats van de vrouw in de Belgische maatschappij.
Op wandel doorheen het stadscentrum, met het nodige verval en de daarbij horende vervuiling, werd ik voor verschillende seksshows uitgenodigd door mannen die niet gewoon zijn ,,nee'' als antwoord te krijgen. Dronkaards lagen te slapen in portieken en grote groepen jongemannen hingen rond met god weet wat voor bedoelingen. Het blijft een onweerlegbaar feit dat Belgisch bier het beste (en meest gevarieerde) ter wereld is, maar zelfs dat besef kon deze scène geen charme verlenen. Je had de indruk door een modern tafereel van George Grosz te slenteren.
Het overgrote deel van de lummels op straat waren van Marokkaanse origine, getooid in het internationale uniform van de hedendaagse achterbuurt. Het leek alsof ze tot de verwaarloosde omgeving werden aangetrokken als vliegen tot een karkas. Ik had enkele momenten nodig om te beseffen dat er geen enkele vrouw van Marokkaanse oorsprong te zien was. Waar zaten ze, die vrouwen van Marokkaanse origine? Wat was hún plaats in de Belgische samenleving?
Dat was de vraag die Het Gouden Boek van België 2001 niet beantwoordde, om de eenvoudige reden dat het die vraag niet stelde.
Het antwoord diende zich de volgende morgen aan, nadat de zon was opgekomen. Massa's vrouwen van Marokkaanse origine, allesbehalve Europees gekleed, troepten samen in de straten, alsof een nachtelijke vloek was opgeheven. Er vielen heel wat minder mannen van Marokkaanse origine te bespeuren.
Een van de redenen waarom Het Gouden Boek deze prangende vraag niet stelt, is dat de auteurs wellicht zouden vervolgd worden, mochten ze het wel gedaan hebben. De eerste taak van de intellectueel in België is immers niet om het voor de hand liggende uit te spreken, maar om het net te omzeilen. Misschien speelt België hierin zelfs een Europese voortrekkersrol. De perfecte keuze dus als hoofdstad van Europa.