De grootste overcapaciteit zit bij de bureaucratische industrie
Soumis par Martin De Vlieghere le 6 Février, 2009 - 17:33 overheidsbeslag | recessie | recessionIn De Standaard van 30 januari stelt Caroline Gennez, voorzitter SP.A, dat het aantal ambtenaren maar kan dalen als er minder regels zijn. Anders neemt de werkdruk alleen maar toe in een sector die nu al niet meer haar taken naar behoren kan vervullen. Zij reageert daarmee op het VLD-plan om 27000 ambtenaren niet te vervangen wanneer ze met pensioen gaan. Terecht wijst zij erop dat diezelfde VLD nooit heeft uitgeblonken in het afschaffen van regels. Haar opiniestuk is evenwel te kort: zij doet zelf ook geen concrete voorstellen om de bureaucratie te verminderen.
Banken en overheden in hetzelfde bedje ziek
De tijd om te besparen dringt, als het al niet te laat is. De Belgische overheden moeten dringend besparen om de verzorgingsstaat te redden. Het huidige financieringsmodel van de verzorgingsstaat is op zijn minst even onverantwoord als dat van de slechtste banken: het is volledig gebaseerd op ongebreidelde groei van krediet, consumptie en werkgelegenheid. Nu deze graadmeters fel naar omlaag tuimelen, zitten banken én overheden in de wurggreep van de deflatie.
De banken en de autobouwers komen om geld bedelen bij overheden die zelf een gigantisch negatief netto-vermogen hebben en volledig afhankelijk zijn van vers goedkoop geld om hun dagelijkse uitgaven te dekken. De bankgaranties die de Belgische staat verleent, komen bovenop zijn volledig ongedekte pensioenverplichtingen en zijn schuld die nominaal alle records breekt. De staat als werkloosheids- en pensioenverzekeraar opereert als een verzekeringsmaatschappij zonder beleggingen. Erop rekenen dat de uitkeringen zullen blijven uitgekeerd worden, is erop rekenen dat de staat zal kunnen blijven lenen aan de lage tarieven van weleer en dat tot in het oneindige.
Gezinnen en bedrijven die meer schuld hebben dan financiële activa zijn ook slecht gepositioneerd in een deflatoire periode. Zij moeten dringend besparen om niet verplicht te worden hun vastgoed te verkopen in een dalende vastgoedmarkt. De Belgische overheden hebben bijna geen bezittingen meer om te verkopen of te verpanden. Zij moeten dus nog veel dringender besparen om niet verplicht te worden álle ambtenaren te bedanken voor bewezen diensten en de stekker uit de verzorgingsstaat te trekken.
Een deflatoire depressie is een pijnlijk genezingsproces waarbij de bedrijven met overcapaciteit en de slechte banken elkaar meesleuren in hun val. Daardoor zien de financieel gezonde bedrijven hun koopkracht stijgen, zowel op de arbeidsmarkt als op de kapitaalmarkt. De negatieve economische spiraal stopt wanneer de prijzen van de geschikte arbeidskrachten en kapitaalgoederen voldoende gedaald zijn zodat de bedrijven van de toekomst ondanks het heersende pessimisme uiteindelijk toch terug durven investeren en uitbreiden.
Denken dat dit pijnlijke genezingsproces niet nodig zal zijn en dat het economische systeem wel nog een inflatoire groeiperiode in zich heeft, is ijdele hoop. Want als men nu krampachtig probeert de depressie tegen te houden met steeds duizelingwekkender hoeveelheden uit het niets gecreëerd geld, dan worden de financieel gezonde bedrijven zowel fiscaal als financieel gediscrimineerd. De slechte banken houden het geld als reserve aan bij de centrale bank en willen het alleen nog uitlenen aan de slechte bedrijven en overheden waaraan ze hun lot hebben verbonden door er in het verleden al zoveel krediet aan te verschaffen. Het verse geld dient dus jammerlijk genoeg om de bedrijven en overheden met overcapaciteit recht te houden. Zolang dit lukt, komen er onvoldoende geschikte arbeidskrachten en kapitaalgoederen vrij voor de financieel gezonde bedrijven en kan er van een duurzame relance geen sprake zijn.
Structureel besparen kan simpel zijn
De industrie met de grootste overcapaciteit is niet de auto-industrie, maar de bureaucratie. Onze Belgische industrieterreinen staan vol met kantoren in plaats van fabrieken. De bureaucratie beperkt zich niet tot de overheid. De complexe sociale wetgeving bijvoorbeeld creëert een mega-industrie van interim- en selectiebureau's, sociale secretariaten, dienstenchequebureau's, maaltijdchequebureau's en antipesterijconsulentenbureau's die niet nodig waren geweest, hadden we zuiniger en zorgvuldiger met wetgevend werk omgesprongen.
De meest eenvoudige administratieve vereenvoudiging met de grootste impact is evenwel deze: schaf de inkomstenbelasting af. Dat is drie vliegen in één klap: massaal minder werk voor de fiscus en de fiscale consulenten, het moeiteloos behalen van de Kyoto-norm dankzij de noodgedwongen verhoging van de reeds bestaande belastingen op consumptie (= ecotaks), en de afschaffing van de overbodig geworden en bureaucratisch dure milieupremies die overigens toch alleen maar betuttelend de creativiteit fnuiken bij het zoeken naar energiezuiniger oplossingen.
Alle overheden zouden tevens hun subsidies aan bedrijven en huisvestingsmaatschappijen moeten afschaffen. Overheden creëren onvermijdelijk loodzware bureaucratieën wanneer ze zich in de plaats van de markt stellen om te bepalen welke innovaties en bouwprojecten voorrang moeten krijgen. Een succesvolle onderneming die duurzaam welvaart creëert, komt altijd uit het brein van een ondernemer en nooit uit de vergadering van een comité door de overheid aangestelde experts.
Martin De Vlieghere
Zelfstandig Auteur
Medewerker economische denktank WorkForAll
