Zijn we allemaal marxisten?

De vraag die we ons toch moeten stellen is de volgende: 'zijn we allemaal materialisten en marxisten geworden?'

Zo leek het mij toch, als ik de voorbije dagen naar het nieuws keek en de kranten las. Bijna elke opiniemaker schreeuwt dat we dringend een federale overheid nodig hebben, 'de koopkracht van de mensen' is namelijk in het gevaar.

Lijkt zeer sociaal en filantropisch, maar in essentie behelst deze uitspraak een zeer mensonterende en -degraderende filosofie, meer bepaald het marxisme.

Progressivisme en materialisme

 Het is zeker niet de bedoeling om hier een lange uitweiding te maken omtrent filosofie en sociologie, maar toch lijkt het mij eens zeer interessant om deze progressieve ideologen te ontmaskeren voor wat ze in essentie zijn: materialistisch.

Het materialisme wordt vaak verkeerd begrepen als zijnde: 'een levenswijze die het extreem nastreven van materiële goederen behelst'. Maar als we dit begrip hanteren om iemand zijn denkwijze te benoemen, wordt dat iets anders.

De materialistische denkwijze is in essentie de idee dat alles wat de mens kan voortbrengen op vlak van cultuur, religie, politieke en juridische instituties (alle instituties), volkomen gedetermineerd wordt door zuiver materiële factoren. Dit is in essentie ook de denkwijze en filosofie van het marxisme, maar de wortels van deze denkstroming gaan terug tot in het Oude Griekenland, met denkers als Democritus en Epicurus. Deze laatste stelde ook al dat economische zelfstandigheid (autarkie) een basisvoorwaarde is om te kunnen spreken van geluk.

Later is daar dan het historisch materialisme van Marx en Engels bijgekomen. Hier komt diezelfde zienswijze naar boven: een onderbouw en een bovenbouw. De onderbouw, de fundamenten waarop alles van de menselijke geest is gebouwd, is het economische systeem. Indien er dus iets fouts gaat in de maatschappij is dat, volgens de historische materialisten (marxisten) het gevolg van economische falingen.

Het spreekt uiteraard voor zich dat op basis van deze gedachte men een economisch-linkse (of rechtse) positie kan innemen om maatschappelijke problemen te 'verhelpen'. Theodore Dalrymple, Brits psycholoog en cultuurcriticus stelde onlangs nog dat oud-premier Thatcher van Groot-Brittanië een economisch deterministn is: "Mrs. Thatcher was in many respects a mirror-image Marxist—that is, an economic determinist—who, however, had far less effect on the structure of the welfare state than is usually supposed." (1)

Marxisme en haar belangrijkste eigenschap, economisch determinisme, is dus niet een monopolie voor een economisch-linkse opstelling.

Nu heb ik duidelijk gestipuleerd, dat economisch determinisme een van de belangrijkste eigenschappen is van wat ik zou aanduiden als zijnde 'progressivisme'. De idee dat de mens alleen maar materieel gedetermineerd zou zijn, en dus dat al het andere (cultuur, religie, vrije instituties, ... ) ondergeschikt zou zijn aan het economische systeem waarbinnen men werkt. 

In die zin verschillen de moderne liberalen, socialisten en ecologisten helemaal niet van elkaar en zijn zij in essentie allemaal economische deterministen. Ik heb uitdrukkelijk ook de ecologisten vermeld, omdat zij zich vaak, onterecht, als immateriële denkers beschouwen, dat terwijl de ideologische ecologisten ook in  zeer economisch-deterministische zin denken. Op een voordracht van Peter Tom Jones, die op de derde plaats van Groen voor de senaat stond, haalde hij heraaldelijk uit naar de vrije markt als de oorzaak van de milieuproblemen. Als alternatief bood hij aan .... meer staatsinterventionisme. Op de vraag of zo'n keynesiaans vraaggericht beleid het consumentisme niet aanwakkert, kon hij maar moeilijk antwoord bieden.

Consumentisme wordt niet aangewakkerd door de vrije markt, maar door het ontbreken van een moreel kader. Dat is een van de belangrijkste voorwaarden waarbinnen een vrije markt kan werken. Dat is ook de basisgedachte van denkers als David Hume, Adam Smith, Edmund Burke en op latere leeftijd heeft zelfs Friedrich Hayek dat duidelijk gezegd (2).

De utopisch-totalitaire gedachte

De Vlaamse socialistische partij, SP.a, beleeft een existentiële crisis. Sinds de verkiezingen van 10 juni 2007 weten zij niet meer waar naartoe. Moeten zij hun libertijns-progressief discours opgeven ten gunstte van een meer oud-socialistisch gedachtegoed? M.a.w. moet het paars of donkerrood worden?

De laatste tijd zijn zij, gestimuleerd door de vakbonden en vele opiniemakers, steeds meer hun typisch economisch-linkse standpunten aan het innemen. Zij doen de bevolking geloven dat een Belgische federale regering alle 'koopkrachtproblemen' kan aanpakken. Alsof het ontbreken van een Belgische regering de internationale brandstofprijs beïnvloedt, alsof het de prijs van bertoli doet stijgen, ...

Maximumprijzen opleggen is de hemel op aarde beloven, dat terwijl men maar al te goed beseft dat zo'n maximumprijs niet zal aanvaard worden door Europa. Een belasting op rente-meeropbrengsten van beleggingsfondsen met meer dan 40 % obligaties in portefeuille (dus met een zeer laag risicogehalte), waar meer dan 1.2 miljoen mensen zich hebben ingeschreven, dat zal de 'sociale rechtvaardigheid' echt niet doen verhogen.

De daling van de koopkracht is zich nu al meer dan 8 jaar aan het doorzetten, Bart De Wever maakte dan ook de zeer terechte opmerking (in een interview op KanaalZ, op het praatprogramma Open Kaart): "het feit dat er nog geen regering is, werkt nu kennelijk al retro-actief in de tijd."

Deze opgeklopte mediastorm rond het verband tussen de stijgende levensduurte enerzijds, en het ontbreken van een federale regering anderzijds, begint zelfs al totalitaire kantjes te vertonen. Ik vond het zeer straf dat de vakbonden nu al gaan bepalen wie wel of niet in de regering moet zetelen en wat deze regering moet doen. Waarom houden we dan nog verkiezingen? houd in het vervolg gewoon een 'sociaal overleg' tussen werkgevers en werknemers en vertrek van daar uit naar een regering.

Federale regering overbodig

Deze federale regeringscrisis (of regimecrisis, hoe u het maar wil) toont juist aan dat we er helemaal geen nodig hebben. Dit bevestigd weer maar eens de these dat Europa langs de ene kant (met alle gebreken en bureaucratie ten spijt) en Vlaanderen (zelfde opmerking als bij Europa) langs de andere kant duidelijk de touwtjes in handen hebben genomen.

En dit is niet alleen een Belgisch probleem, dat gaf ook Jean-Luc Dehaene toe op Terzake. Ook in Spanje, Duitsland, Groot-Brittanië, ... zien we een beweging naar steeds meer decentralisatie en steeds meer autonomie voor de regio's.

En dat is helemaal geen onlogische of anachronistisch gegeven. Indien er steeds meer en meer internationale problemen opduiken, en aldus daar steeds meer en meer bevoegdheden geplaatst worden, moeten deze ook geïmplementeerd worden op een zo laag mogelijk niveau: de regio's, gewesten en lokale besturen. Op die manier wordt in feite het tussenniveau (de staten as such) overbodig.

Zo komen we ook terecht in een paradox: door het verdampen van de natiestaten komt er een einde aan de ideologisch-kosmopolitische droom van een Verenigde Staten van Europa of de Wereld. We doen wel steeds meer op internationaal (of supranationaal) niveau, maar verkrijgen aldus ook meer en meer culturele autonomie.

Noten

(1) http://www.city-journal.org/html/13_1_letters.html

(2) Friedrich Hayek in "The Mirage of Social Justice" (1973)

Répondre

Le contenu de ce champ est gardé secret et ne sera pas montré publiquement.
  • Balises HTML autorisées: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Les lignes et les paragraphes vont à la ligne automatiquement.
Plus d'informations sur les options de formatage