Ideologische verstarring op 1 mei

| |

 1 mei is verondersteld het “feest van de arbeid” te zijn. Het staat symbool voor de ontvoogding van de industriële arbeider in de vorige eeuw. Vraag is wel in hoeverre deze 1 mei viering nog voeling heeft met de werkelijkheid en haar echte basis. De werkloosheid tiert welig maar daar hoort men op de 1 mei toespraken weinig over. Bij WorkForAll ligt deze problematiek ons nauw aan het hart en wij durven dan ook te wijzen naar de overmatige belasting op arbeid als een van de grondoorzaken. Ook de rol van de vakbonden zelf is bedenkelijk. Die hebben bijna meer leden bij de werklozen en ambtenaren dan bij de werkende arbeiders en bedienden.

1 mei betekent meestal ook hoogtij voor de socialistische en linkse (vermeende) aanhangers van een klassenloze maatschappij en zoals elk jaar kwam het ABVV met een aantal politieke eisen m.b.t. de wetgevende verkiezingen op 10 juni.

Een van de nieuwste voorstellen was de zgn. ‘graaitaks’ op toplonen. In Nederland wordt deze discussie al ruimschoots gevoerd en daar is het debat opschoven naar een negatieve houding t.o.v. deze nieuwe belasting. Ook de sociaal-democratische minister van financiën, Wouter Bos, staat niet echt positief tegenover deze nieuwe ‘graaitaks’.

ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw ziet het echter nog wel zitten en beargumenteert deze eis: “We hebben er geen probleem mee dat de mensen die een grote verantwoordelijkheid dragen een fatsoenlijk loon krijgen. Maar er zijn limieten” en “Het is logisch dat boven een bepaald bedrag het inkomen door de belastingen wordt afgeroomd.”

Een graaitaks voorstellen laat uitschijnen dat er problemen zijn met de bezoldiging van de topmanagers. Dit is ruimschoots overdreven want de argumentatie van De Leeuw loopt helemaal mank: zo heeft hij het over de kans op “slechtere prestaties vanwege de onderneming bij hoge verloning van het management”. Klinkklare onzin, het effect van toplonen is irrelevant en het is vooral met de perceptie ervan dat mensen een probleem hebben. Ook is de topverloning geen probleem in bedrijven waar men het echt meent met de toekomst van het bedrijf, en zullen de aandeelhouders en de lagere kaders paal en perk stellen bij uitwassen. En dan nog, als de aandeelhouders het zo nodig vinden om in hun eigen winst te snijden, dan is dat toch hun zaak? Guido Muelenaer schreef ook in een opiniestuk (Trends 19 april 2007), waarin hij de kwestie aanraakte: “Met de verkiezingen in aantocht zijn de CEO's een makkelijk doelwit. In principe is het loon van de CEO van een privé-bedrijf een zaak van de aandeelhouders. Als zij bereid zijn te betalen, is er geen vuiltje aan de lucht.”

Het spreekt voor zich dat er vragen kunnen gesteld worden bij sommige CEO’s die zichzelf schaamteloos verrijken op kosten van de onderneming, maar hoeveel namen kan Rudy De Leeuw in Vlaanderen naar voren schuiven? Een manager moet bezoldigd worden in functie van zijn prestaties en toegevoegde waarde die hij creëert, maar in een land waar de bedrijven voornamelijk KMO’s zijn kan men moeilijk spreken van een reusachtig probleem m.b.t. de verloning van ‘topmanagers’.

Al bij al vergeet men weleens dat de graaitaks al welig tiert. Iedereen die gaat werken wordt belast aan meer dan het dubbele van zijn nettoloon. Bij de hogere lonen komt dit dikwijls neer op een 200% belasting ten opzichte van het besteedbaar inkomen. Vermenigvuldig dat met het 3,2 miljoen mensen die hun brood verdienen in de private sector en je komt aan een 35 miljard/jaar. Is dit geen graaitaks?

Een tweede opmerkelijke eis, of eerder verbod, is de niet-regionalisering van de werkgelegenheid, iets waar de SP.a wel voor te vinden is. Het ABVV vindt het niet kunnen dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een Vlaamse of Waalse werknemer, eerder uit ideologische redenen dan om socio-economische.

Indien het ABVV echt bekommerd zou zijn voor het welzijn van de Vlaamse én Waalse werknemer zou ze dit wel ondersteunen, aangezien er een grote scheeftrekking is op dit vlak. De Vlaamse werknemer ziet zijn loon minder snel groeien dan hij zou kunnen krijgen en de Waalse werknemer ziet door het nationaal loonoverleg zijn verloning veel te snel, en te hoog groeien dan eigenlijk goed is voor de Waalse arbeidsmarkt. Naast de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid moet er ook een regionalisering komen van de fiscaliteit, daar zijn velen het mee eens. Het ABVV niet, en ook nu weer is dat zeer spijtig want terwijl de Vlaamse bedrijven eerder een verlaging van de vennootschapsbelasting nodig hebben, zijn Waalse bedrijven eerder gebaat met een flexibilisering van de veel te rigide arbeidsmarkt en het étatisme van de Waalse arbeidsmarkt.

Ook mag er niet geraakt worden aan het stakingsrecht, want dat is volgens de vakbonden een absoluut recht. Dit is zeer antidemocratisch en getuigt van opportunisme in het evalueren van de grondwet. De grondwet en de ethiek kennen nu eenmaal ook zoiets als het schadebeginsel, waarbij de vrijheid van de ene de vrijheid van een ander niet in gedrang mag brengen. Door het stakingsrecht als absoluut te beschouwen doet men de rechtsstaat een grote oneer toe: vakbonden mogen zichzelf niet boven de wet stellen en mogen geen misbruik maken van verkregen rechten. Indien zij geen verantwoordelijkheid kunnen opnemen voor hun daden is het misschien eerlijker om hen, net zoals alle andere organisaties en individuen, een rechtspersoonlijkheid te geven. Nu ja, ook politieke partijen zijn in hetzelfde bedje ziek.

Al deze vaststellingen zijn zeer betreurenswaardig voor de Vlaamse en Waalse werknemers. Dat dit uitgerekend verdedigd wordt door hun socialistische vertegenwoordigers is nog spijtiger, want waren de vakbonden er niet om de rechten en plichten van de werknemers te verdedigen en niet de rechten van een verkrampte ideologie? Nu ja, na verloop van jaren vergaat het elke organisatie dikwijls op dezelfde manier: de uitgangspunten worden vergeten en men stelt zijn eigen bestaan als doel in de plaats.

Tom Potoms, medewerker WorkForAll, een onafhankelijke socio-economische denktank