Professor Blanpain haalt zwaar (en terecht) uit naar het gebeuren rond VW Vorst. Zoals WorkForAll en diegene die het luidop durven zeggen, heel het gedoe rond VW Vorst is een sociale farce. Bewijsvoering is zelfs niet meer nodig, de vakbonden maar ook de werkgevers en overheid spelen het circus gewoon op straat open en bloot. Voor de vakbonden komt het er alleen op aan via een vorm van afdreiging (waaronder zelfs het leefroven van de fabriek) met goed gevulde zakken naar huis te gaan. Neen, niet naar huis, maar vanaf hun vijftigste naar een vakantieoord. Voor de overheid is dit een uitgekozen gelegenheid om nog een stoer te gaan doen en de "solidariteits-leugen", "we zijn bezorgd voor de werkgelegenheid" uit te spelen. In werkelijkheid is de overheid de grootste netto ontvanger van de loonkost en gouden afscheidspremies. Een meevaller voor de begroting, althans voor dit jaar. VW Vorst en de werkgevers zelf hebben de moed niet om de echte oorzaken aan te kaarten. Ze willen gewoon met zo min mogelijk tromgeroffel het zaakje kunnen afbouwen om het elders, terecht, efficiënter te gaan over doen.
Lees hieronder de tekst van Professor Blanpain:
Volkswagen Vorst: Van Sociaal Bloedbad naar Sociaal Circus
De onderhandelingen bij Volkwagen Vorst halen ons sociaal overleg model onder uit. Alle betrokken partijen: Volkswagen, vakbonden en overheid zitten zwaar in de fout.
Sociaal overleg dient immers niet om een “sociale Sinterklaas” te organiseren, maar om de werknemers passend te begeleiden bij noodzakelijke herstructureringen. Dit is in de eerste plaats het zoeken naar een nieuwe job. Iedereen is het er immers over eens dat “werk” sociaal integreert” en dat onze lage tewerkstellingsgraad dient opgekrikt te worden om mede de vergrijzing te betalen. Alle inspanningen moeten uitgaan van een actief tewerkstellingsbeleid. Dit is voor de onderhandelaars blijkbaar geen zorg.
Vooreerst, er wordt gedurende de onderhandelingen gestaakt en de werkgever betaalt
Meer nog, na weken praten en onderhandelen weet nog niemand wie zijn job verliest en naar een nieuwe job moet zoeken. Dit heeft mede te maken met de onfortuinlijke Renault wet. Deze vereist informatie en raadpleging vooraleer beslissingen genomen worden, op straffe van de zware sancties. De wetgever gaat er vanuit dat dergelijk overleg de beslissing om de productie af te bouwen nog kan keren. Niets is echter minder waar. Realistischer ware het de genomen beslissing onmiddellijk mee te delen en de betrokken werknemers, die hun baan verliezen, van in den beginne actief te helpen met het zoeken naar een nieuwe job.
Ook de vertrekpremies slaan de pan uit. Ze liggen in verhouding 2 tot 3 maal hoger dan in andere “royale” gevallen: met name een vergoeding van 1,5 maand loon (nachttarief) per jaar dienst met een maximum van 25 jaar dienst en van 144.000 Euro. Door deze hoge vergoedingen wenst Volkswagen zijn “ sociale” imago hoog te houden en geen marktaandeel voor zijn wagens te verliezen omwille van driest sociaal optreden, zoals dit tien jaar geleden het lot van Renault was.
Volkswagen en de vakbonden verliezen daarbij evenwel uit het oog dat ze daardoor “precedenten” scheppen, die verwachtingen oproepen bij andere werknemers, die niet kunnen worden ingelost. De vakbonden, die een zwakke tegenstrever hebben, willen het onderste uit Volkswagen. Ze zijn evenwel zeer kortzichtig en verliezen het globale sociale beeld en de solidariteit tussen werknemers – ook bij de toeleveringsbedrijven –uit het oog.
Tezelfdertijd wordt het investeringsklimaat in ons land aangetast. Wij hebben reeds, terecht of ten onrechte, een reputatie van een rigide en duur land. Deze miljardendans (in BEF) komt er nog bij.
Sommige werknemers, die nu reeds elders aan de slag kunnen, wachten af tot en met de premie binnen is. Feit is dat het overgrote deel van de ontslagen werknemers morgen een job kunnen hebben als ze dat wensen. Fabrimetal bood spontaan 2700 jobs aan. De ondernemingen zitten immers op hun knieën voor geschoold personeel. Wat is dan de zin van deze zeer hoge afscheidspremies, waarvan de Belgische Staat met het grootste deel wegloopt: sociale zekerheid en belastingen. Het is niet te geloven: maar voor werklieden lopen de sociale zekerheidskosten en fiscaliteit op tot meer dan 63 %. Op 100.000 kost Euro voor Volkswagen strijkt De Staat 63.000 Euro op; de werknemer 37.000 Euro. Is dit alles ernstig? Ontslag blijft een sociaal drama, maar het is veel beter ontslagen te worden door Volkswagen dan door een kleine KMO. De Staat moet niet beter worden van massa ontslagen.
Daarboven wordt in de coulissen gefluisterd dat de vakbonden vragen dat werknemers met afscheidspremie ook in aanmerking zouden komen voor werkloosheidsuitkeringen.
Blijft het brugpensioen. Tegen het generatiepact is massaal gestaakt. Wat er van overschiet wordt nu ook nog op de helling gezet. Het pact voorziet dat brugpensioen op lagere leeftijd, zoals 50 enkel wordt uitgekeerd aan die werknemers, die gedurende zes maanden in het kader van een tewerkstellingscel en met behulp van outplacement zeer actief naar een nieuwe job hebben gezocht en er geen gevonden hebben. Hier gaat men, dus totaal uit de bocht door het brugpensioen op 50 jaar toe te kennen, zonder job inspanning en dan aan een tarief van het nettoloon. On top werd nog een premie van 10,000 Euro gevraagd. Deze bruggepensioneerden zouden niet langer beschikbaar zijn voor de normale arbeidsmarkt. Dit alles is sociaal onaanvaardbaar.
Het sociaal overleg is in de Volkswagen case totaal gericht op het pakken van poen en niet op tewerkstelling. Daaraan gaat ons sociaal systeem aan kapot.
Even bedenkelijk is de overbrugging 2007-2008 waarbij de staat, langs het kanaal van economische werkloosheid, gaat bijpassen. Kostprijs: 40 miljoen Euro. Werknemers, die weinig of geen arbeidsprestaties leveren, gedurende twee jaar met steun, van overheidsgeld in dienst houden tot en met de productie van de nieuwe wagen er aankomt is, is hoe sociaal ook, onverantwoord. Er is, zoals gezegd, een tekort aan geschoolde werkkrachten; ondernemingen smeken om medewerkers. Meer nog dient een dergelijke tegemoetkoming veralgemeend te worden, anders is er concurrentievervalsing en meteen wordt deze regeling onbetaalbaar. Beter ware deze overheidsgelden te investeren in onderzoek en ontwikkeling.
Kortom, wij zijn onvoorstelbaar slecht bezig. Wat daar gebeurt is onbegrijpelijk, tenzij vanuit kortzichtig sociaal en electoraal standpunt. Dat levert ons een zware sociale kater op. Het overleg dient gericht te zijn op de tewerkstelling en niet louter op de poen. Het kan veel beter.
Roger Blanpain, Hoogleraard Arbeidsrecht