Meer Europa betekent niet meer EU Staat

| |

Alhoewel iedereen die wat kritisch staat tegenover het Europa concept, nogal snel afgeschilderd wordt als een rabiate anti-europeaan, dit is natuurlijk de gemakkelijkste manier om kritiek uit de weg te gaan, is de werkelijkheid dat de meeste mensen wel gewonnen zijn voor een hechter en vrij Europa, zoals het oorspronkelijk bedoeld was. De vraag is niet of we Europa willen, de vraag is welk Europa we willen. Net zoals de vraag niet is of we democratie willen, de vraag is welke democratie we willen. Europa reikte ooit tot aan de Oeral. Dat was mooi, maar dit mag geen reden zijn om er een EUSSR van te maken. Lees verder hoe Nick Roskam reageert op het recente boek van Guy Verhofstadt, de man die nog ooit de burger manifesten schreef ...  

Het debat over nationalisme binnen Europa laait weer op. Met hun nieuwe boek Voor Europa doen Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit alvast een poging om een federaal Europa te verdedigen. Een recente reactie van Bart De Wever (De Standaard, 9 oktober) plaatste vraagtekens bij het Europees project omdat het, volgens hem, sterk gelijkt op een nationalistisch streven. En uiteraard kon een reactie van de heer Verhofstadt niet uitblijven (De Standaard, 10 oktober). Die laatste reactie gaat echter op heel wat vlakken kort door de bocht. Bovendien is het betoog van Verhofstadt symptomatisch voor de groep believers die een Europese federale staat willen creëren. Daarbij worden vage retoriek en een ondemocratische houding niet geschuwd.

Duidelijk duurt het langst
In zijn reactie meent Verhofstadt dat nationalisten zijn boek niet altijd begrijpen. Het gaat hem blijkbaar niet om het creëren van een Europese superstaat, maar om het “aanbieden van een vlag voor wie er per se een nodig heeft”. Nochtans haalde Bart De Wever een aantal mooie citaten aan uit Voor Europa waar het romantische ideaalbeeld dat Verhofstadt van de Europese Unie heeft toch weinig aan de verbeelding overlaat. Iemand die in dezelfde bewoordingen spreekt over Vlaanderen moet worden bestreden, maar als men het heeft over de EU dan is men blijkbaar visionair. Hoe kan je nationalisme gevaarlijk noemen en tegelijk gebruik maken van nationalistische retoriek op een ander niveau? Wie daar een antwoord op wilt, blijft op zijn honger zitten.

Verhofstadt haalt aan dat er meerdere staatkundige concepten bestaan. Daarin heeft hij uiteraard gelijk, maar dat zegt niets over het staatkundig concept dat hij wilt voor de EU. Het moet een grote sprong voorwaarts zijn naar een federaal Europa, met uitgebreide bevoegdheden, maar zonder dat dit een superstaat zou worden. Verdere verduidelijking blijft opnieuw achterwege.

Het wordt pas echt vreemd als Verhofstadt beweert dat natiestaten een concept van het verleden zijn en dat samenwerkingsverbanden vergroten. Hier is hij wel zeer selectief in zijn voorbeelden: India en China. Heeft hij al eens op een landkaart gekeken naar al de - soms minuscule - landen die rond deze grootmachten liggen, en bij uitbreiding op de rest van de planeet? Zijn die landen van geen tel? Vergaat men in alle kleinere landen van de oorlog, chaos en ellende? Misschien moet Verhofstadt daar eens gaan verkondigen dat men beter aansluit bij grotere samenwerkingsverbanden, zoals India of China, de reacties zullen nauwelijks positief zijn. Trouwens, ook binnen India en China zijn er gebieden die verregaande autonomie hebben, denk bijvoorbeeld aan Hong Kong. En de regionale autonomie is soms groter dan die waar Verhofstadt voor pleit binnen de EU. Andere voorbeelden zoals de Afrikaanse Unie of Nafta zijn nauwelijks bruikbaar aangezien deze geen staten zijn, maar losse samenwerkingsverbanden, in tegenstelling tot de huidige EU.

Of kijk naar een land in het hart van Europa: Zwitserland. Hun weigering om deel te nemen aan de EU heeft hen geen windeieren gelegd. En bovendien bewijst hun model dat sterke decentralisatie geen grote nadelen oplevert. Dit is geen zaligmakend model, maar geldt wel als tegenbewijs voor alles waar eurofederalisten zo bevreesd om zijn.

Was de EU tenslotte noodzakelijk om de crisis te weerstaan? Waarschijnlijk denken heel wat Grieken daar vandaag anders over. Want zij betalen de prijs om het prestigeproject van  de euro in stand te houden. Het is de euro die ervoor heeft gezorgd dat landen als Italië, Spanje en Griekenland jaren konden lenen aan interestvoeten die niet hun economisch-budgettaire situatie weerspiegelden. En diezelfde euro verhindert hen vandaag om monetaire ingrepen te doen die de pijn zou kunnen verlichten. Het is het krampachtig vasthouden aan de bestaande EU-constructie dat in die landen zoveel wrevel oproept. Dus als ondoordachte éénmaking een oorzaak was van de huidige problemen, dan is de oplossing niet nog meer van hetzelfde.

Imperialisme in plaats van nationalisme
Om tot de grond van de zaak te komen: de retoriek en daden van de eurofederalisten gaan vaak verder dan romantisch nationalisme. Bij momenten is er een uitgesproken imperialistische reflex te bemerken. Alle symboliek wijst steeds weer op pogingen om een nieuw demos tot stand te brengen. In plaats van ‘volk wordt staat’ lijkt men te opteren voor ‘continent wordt staat’. Als we voortdurend horen dat ‘Europa een tegenwicht moet vormen tegen China en de VS’ en ‘machtig moet worden’, dan kan men niet blijven zeggen dat de mensen het verkeerd begrijpen. Men moet ook niet ontkennen dat men die kant op wilt. Zodra iedereen uitkomt voor zijn of haar ideeën is er ruimte voor debat.

Ideeën alleen zijn immers niet gevaarlijk, het gaat erom wat de aanhangers er mee doen. Dat geldt voor alle ideologieën. Als iemand bereid is om met geweld zijn ideeën op te leggen dan is die persoon een gevaar, ongeacht zijn nationaal, Europees of internationaal gedachtegoed. Om een analogie te maken: als vlaamsnationalisten naar onafhankelijkheid streven dan is dat hun goed recht, zolang ze dat doen op een vreedzame manier en met respect voor andermans mening.

Maar daar wringt het schoentje vaak op EU-niveau. De visionaire politici waar Verhofstadt over spreekt, gedragen zich vaak als verlichte despoten die het volk zullen opleggen wat goed is, of men het ermee eens is of niet. Toen het Grondwettelijke Verdrag in 2005 werd verworpen door Frankrijk en Nederland kwam men aandraven met dezelfde bepalingen in een ander jasje: het Verdrag van Lissabon. Vervolgens werd er aangedrongen bij de lidstaten om geen referenda meer te organiseren. Een democratische EU verdraagt blijkbaar de stem van haar volk niet. Ierland is echter verplicht om dat soort verdragen voor te leggen bij referendum en stemde tegen. In een visionair moment besloot men binnen de EU dat de Ieren ‘verkeerd hadden gestemd’ of ‘het niet hadden begrepen’ waarna men vriendelijk verzocht werd om opnieuw te proberen. Of zo vaak als nodig, tot men het gewenste ‘ja’ had geantwoord. Daar kan de ‘Hollandse rekenkunde’ van Willem I een puntje aan zuigen. Misschien kan het Europees parlement beter het volk ontbinden en een nieuw verkiezen in haar plaats, het zou veel tijd en kopzorgen besparen.

Er zijn nog andere voorbeelden te geven maar die korte historiek zou al een alarmsignaal moeten zijn. Europa ging in het verleden vaak gebukt onder oorlog en verdeeldheid, maar ook onder monarchen en politici die meenden de koers van de geschiedenis te kennen. En zij schrikten er niet voor terug om macht te verwerven en hun wil op te leggen, desnoods met intimidatie en geweld. Die historische kennis gebiedt ons om beducht te zijn voor Grote Verhalen, ongeacht of ze nationalistisch of imperialistisch van aard zijn. En de recentste poging om Europa te verenigen onder één vlag hoort daarbij.

Europa versus de EU
Betekent dit alles dat Europese samenwerking vermeden moet worden? Helemaal niet! Maar het debat over de Europese eenmaking heeft wel nood aan nuance. De keuze is breder dan ofwel een federale EU of een Europa van ministaten zonder samenwerking.

Om te beginnen moet er een onderscheid gemaakt worden tussen Europa en de Europese Unie. Die twee zijn namelijk geen samenvallende concepten, in geografische noch in maatschappelijke zin. Er zijn Europese landen die geen deel uitmaken van de EU, of tenminste niet van de monetaire unie. De EU is bovendien een zeer recent gegeven in de Europese beschaving van eeuwen.

Doorheen die eeuwenlange geschiedenis is Europa steeds een werelddeel van diversiteit geweest. Een veelheid aan culturen, rechtstelsels, economische achtergronden heeft ontwikkeling en voorspoed gebracht omdat ze niet gebonden waren aan centrale sturing. De industriële revolutie had geen federaal Europa nodig, de spectaculaire toename in welvaart van de laatste twee eeuwen evenmin. Economische vrijheid en innovatie waren op deze punten veel belangrijker. En het is mede dankzij het Europese project na de Tweede Wereldoorlog dat onze welvaart is gestegen. De vrijmaking van de interne markt heeft ons allen, langzaam maar zeker, grote voordelen gebracht. Het protectionisme van de lidstaten bemoeilijkte immers veel. En die belemmeringen moesten worden afgeschaft, niet verplaatst. De muren die men binnen Europa heeft gesloopt moet men nu niet heroprichten aan haar buitengrenzen. Dat is geen vooruitgang, maar een stap terug.

Diversiteit maakt een Verenigde Staten van Europa bovendien des te moeilijker. Gaat één centrale bureaucratie het beleid uittekenen van Zweden tot in Cyprus? Hoe kan men een beleid ontwerpen dat van toepassing is op zoveel culturen en socio-economische situaties? Eén industrieel beleid? Eén arbeidsmarktbeleid? Eén fiscaliteit? In België is het al moeilijk, stel u voor welke scheeftrekkingen zouden ontstaan voor heel de EU.

Als we in Europa onze welvaart en welzijn willen handhaven én conflicten willen vermijden, dan zal het pad van openheid en samenwerking verdergezet moeten worden. Verdere economische eenmaking is daarbij wenselijk. Waar goederen en diensten de grenzen oversteken, zullen soldaten dat niet doen. Wederzijdse afhankelijkheid op economisch vlak leidt tot samenwerking en kan conflicten vermijden. Het zorgt bovendien voor meer begrip en aanvaarding van elkaars eigenheid. Daarvoor is een federaal Europa niet noodzakelijk. De gebeurtenissen in het zuiden van de EU bewijzen trouwens dat, als je iedereen in hetzelfde politieke en monetaire keurslijf dwingt, de situatie onhoudbaar wordt. Je ontkent daarmee immers de institutionele diversiteit waar Europa nood aan heeft.

Er is geen contradictie tussen het verdedigen van Europa en het verwerpen van een EU-staat, de twee gaan zelfs hand in hand.

Nick Roskams
Bestuurslid European Students For Liberty