De Leugens en dwalingen van Paul Goossens en van de PVDA

| |

In DE STANDAARD van 4/02 gaat de linkse journalist Paul Goossens lelijk tekeer tegen de rijken van deze wereld, die een te groot deel van de wereldrijkdom zouden bezitten. (Divided we stand blz. 43) Tevens haalt hij fel uit naar Bekaert, dat - zo schrijft hij -vorige jaren nauwelijks een cent aan de fiscus betaalde. Ook de Belgische communistische partij PVDA kan haar haat tegenover de ondernemingen niet verbergen. Over Bekaert schrijft ze op haar website : “Bekaert dankt af, maar betaalt nul euro belastingen”.

Die beschuldiging aan het adres van Bekaert werd ondertussen door het bedrijf weerlegd. Het betaalt jaarlijks 128 miljoen aan belastingen in België en daarenboven vorig jaar nog eens 139 miljoen aan belastingen op groepsniveau. Wat Paul Goossens en de PVDA Schrijven is dus gewoon een flagrante leugen, die door DE STANDAARD blijkbaar zonder probleem werd gepubliceerd. Het kwam de laatste weken al meer ter sprake in de media : grote ondernemingen zouden te weinig of zelfs bijna geen belastingen betalen. Voor de PVDA bv. is die bewering zelfs een stokpaardje, waarmee ze regelmatig in onze pers terecht kunnen. Maar is die bewering wel juist?

DBI
Absoluut niet, zegt o.m. Kristoff Van Houte in zijn beleggingsblad “Kroffinvest” (nummer van 11 januari 2012). De uitleg die hij geeft komt hierop neer. De meeste grote ondernemingen hebben filialen in het buitenland, die een aparte juridische entiteit uitmaken. Zo heeft Bekaert filialen in meerdere landen, o.m. in China. Die filialen kunnen op hun beurt ook nog eens filialen oprichten in andere landen. Veronderstel vennootschap A heeft een filiaal in Brazilië en betaalt daar op de winst 30% belasting. De overblijvende 70 % wordt dan overgemaakt aan het Belgisch moederbedrijf. In de fiscale wetgeving is er een principe ingebouwd dat men “Definitief Belaste Inkomsten” (DBI) noemt. Het zou oneerlijk zijn moest het moederbedrijf op die winst, die in Brazilië al eens belast is, nog een tweede maal belasting moeten betalen. Over die DBI bestaat zelfs een Europese richtlijn. Het moederbedrijf zal dan geen belasting meer moeten betalen op die reeds belaste winst. In België is die vrijstelling echter niet volledig, ze geldt bij ons voor 95%.

Ook Rudi Thomaes, topman van het VBO vertelt hetzelfde verhaal in DE STANDAARD van 4/02: (Hadden we maar wat meer bedrijven als Bekaert blz. 17). Hij schrijft : “Hadden we maar wat meer bedrijven als Bekaert”….Bekaert is een van de weinige internationale ondernemingen die nog hun zetel in België hebben. Zo’n bedrijven realiseren soms 90 tot 95 procent van hun omzet in het buitenland. Ze worden belast in alle landen waar ze actief zijn. De consolidatie van al hun activiteiten, gebeurt in hun hoofdkwartier in België. Maar het is duidelijk dat wat in het buitenland al belast is, hier niet meer belast kan worden.
Zo komt het dat deze bedrijven in België dikwijls per saldo nog zeer weinig belasting betalen, wat dus volkomen verklaarbaar is.
Dat politieke partijen (zoals de PVDA) en journalisten die regeling niet kennen, is misschien nog aan te nemen, maar dan zouden ze er best geen nonsens over in de wereld sturen.
Daarbij moet nog opgemerkt worden, dat zelfs verlieslatende bedrijven nog altijd veel belastingen betalen, grosso modo méér dan 50% van de kosten. De loonkosten in ons land bestaan uit 2/3 belastingen, waaronder sociale zekerheid. Wonder dat Goossens en de PVDA daar nog niet aan gedacht hadden.

Ongelijke Verdeling van Rijkdom
Alhoewel Paul Goossens in DE STANDAARD cijfers geeft die betwistbaar zijn, het is een feit, de welvaart is inderdaad ongelijk verdeeld. De grote vraag is echter : is dit een nadeel of een voordeel en is het zelfs geen noodzaak om tot grotere welvaart te komen voor iedereen? Het is een boeiend debat dat niet met een paar zinnen kan gevoerd worden. Toch heel kort het volgende : sedert onze samenleving is omgevormd van landbouwgezinnen, die elk in eigen behoeften voorzagen, naar een industriële maatschappij, is er een noodzaak tot concentratie van grote fortuinen. Om onze welvaart te creëren hebben we nu zeer grote ondernemingen nodig, die over enorme kapitalen moeten beschikken, om de uiterst ingewikkelde en gesofistikeerde producten te maken, die op de wereldmarkten kunnen afgezet worden. Steve Jobs had een groot fortuin nodig om zijn producten iPod, iPhone en iPad te ontwikkelen. Dat fortuin heeft hem toegelaten om aan meer dan 60.000 werknemers een boeiende en goed betaalde job te geven.
In feite heeft Steve Jobs (en nu zijn opvolger) het grote fortuin, dat hij bezat verdeeld over 60.000 medewerkers. Het is zelfs veel beter dan een verdeling. Het is een verdeling met een blijvend karakter, die elke maand een mooi loon oplevert. Hetzelfde kan gezegd worden van Bill Gates. Wie kan er nu bezwaar tegen hebben dat hij miljarden bezit. Hij stelt hiermede haast 100.000 mensen tewerk.

Dwaling
Goossens gaat in zijn opiniestuk heftig tekeer tegen deze ongelijkheid, die hij noemt de kloof tussen arm en rijk, tussen de 1 en de 99%, een mantra dat tevens tot het klassieke vocabularium behoort van de PVDA. Goossens meent steun te vinden voor zijn stelling in een rapport van het “Wereld Economisch Forum”, waarin deze instelling schrijft “De groeiende inkomenskloof wordt een van de grootste risico’s, waarmee de wereld de volgende jaren geconfronteerd zal worden”. Maar inkomen is verschillend van het bezit van rijkdom. Het is juist dit bezit van grote rijkdom door ondernemingen, die aan miljoenen mensen een behoorlijk inkomen bezorgt, zoals uit het voorbeeld van Steve Jobs en Bill Gates blijkt. Het alternatief is inderdaad niet zo aantrekkelijk. “De verdeling van de rijkdom” heeft alleen maar armoede en hongersnood gebracht. Dit kan ook niet anders. Eens de rijkdom is verdeeld en opgesoupeerd is er geen kapitaal meer beschikbaar voor productie en slaat de hongersnood toe. Of kent hij het drama niet van de Sovjet-unie en de Oostbloklanden tussen 1917 en 1989? En de gruwel van Noord-Korea, de armoede van Cuba en zovele andere landen, waar de fortuinen moesten verdeeld worden en tot armoede en hongersnood en nog vele ergere dingen hebben geleid? Niet verdeling van rijkdom kan de armoede oplossen, maar investeringen. Maar om die te bekomen, zal men beter niet de rijkdom van de ondernemers aanklagen, maar aanmoedigen en een ondernemersvriendelijk klimaat creëren. Dus zeker geen links beleid van bestraffing van ondernemersinitiatief met hoge belastingdruk en overregulering. Evenmin subsidies uitdelen, liever die bedragen voorbehouden voor een verrmindering van belastingdruk. Verder is een flexibele arbeidsmarkt een must, en moet er een aanvaarding zijn van het verschijnsel, dat economen “creatieve destructie” noemen. In het bestaan van een bedrijf zijn er periodes van opgang, maar ook van neergang. Het is inherent aan het economisch leven, dat producten verouderen en vervangen moeten worden door nieuwe vindingen. Dat bedrijven dan moeten herstructureren om niet te verdwijnen, is nogal evident. Indien linkse krachten dit proces tegenwerken door stakingen, verhinderen zij de hernieuwing, wat leidt tot achteruitgang. Er ligt blijkbaar dus nog heel wat studiewerk op de plank, niet alleen voor bepaalde journalisten, maar ook voor onze linkse politieke partijen, niet in het minst voor de PVDA en wellicht ook voor het Wereld Economisch Forum, dat er blijkbaar niet in geslaagd is, de logica te begrijpen, die aan de basis ligt van elk herstelbeleid en zich beperkt heeft tot een klaagzang over de inkomensongelijkheid en tot aanbevelingen als meer verdeling van rijkdom, die met zekerheid tot meer armoede zullen leiden.

Willy De Wit
medewerker bij de onafhankelijke economische denktank “Workforall “ (www.workforall.org)