De VS op weg naar PIGS-landen status
Bij het aantreden van Barack Obama als president van de VS bijna drie jaar geleden, had niemand durven voorspellen, dat de financiële toestand van dit land op korte tijd zou evolueren naar het niveau van enkele Zuid- Europese landen, die de facto hun schulden niet meer kunnen betalen en virtueel in faling zijn. Zij worden ondertussen smalend de "Pigs-landen " genoemd, waarbij het acroniem Pigs verwijst naar Portugal, Italië, Griekenland en Spanje, die alle in zware financiële problemen zijn geraakt. Ook Ierland hoort thuis in dit rijtje.
De cijfers liegen er niet om :
Overheidsbudget VS voor 2011:
Uitgaven : 3.818 miljard dollar
Inkomsten : 2.173 " "
Tekort : 1.645 " " zijnde 10.9 % van het bbp (bruto binnenlands product)
Vergelijk met de Pigs-landen : Overheidstekort als % van het bbp : Portugal : 9.1 %, Italië : 4.3 %, Griekenland : 10.50%, Spanje : 9.2 %. De totale uitstaande overheidsschuld voor de VS is ondertussen opgeklommen tot 100 % van het bbp en is als percentage van het bbp hoger dan dit van Portugal ( 93 %), Ierland (96.2 %) en Spanje (60.1 %). Enkel Italië en Griekenland zijn er slechter aan toe met een overheidsschuld van respectievelijk 130 % en 142.8 % van het bbp, maar anderzijds heeft Italië met 4.3 % een relatief laag begrotingstekort. Alleen de laatste vijf maanden steeg de Amerikaanse overheidsschuld met 739 miljard dollar en overschrijdt nu 14.200 miljard dollar. Logischerwijze zou Obama nu een drastisch besparingsprogramma moeten afkondigen. Maar daar wil hij blijkbaar niet van horen. Na zware druk van de Republikeinse partij en na lange discussies heeft hij enkel een zeer kleine toegeving gedaan, nl. het terugdringen van het tekort met 38 miljard dollar. Dit is natuurlijk peanuts : 38 miljard dollar is slechts 2.5 % van het tekort van 1.645 miljard dollar. Het tekort blijft dus omzeggens integraal behouden.
Maar de afrekening lijkt nakend en het zou wel eens een pijnlijk ontwaken kunnen worden.
Dollar
Het vertrouwen in de dollar vermindert zienderogen en deze munt zit nu duidelijk in een dalende trend. De afgelopen twee jaar daalde de dollar met 60 % tegenover goud, met 32 % tegenover de Australische dollar, met 23 % tegenover de Zwitserse frank, met 19 % tegenover de Canadese dollar en met 13 % tegenover de Noorse kroon. Het argument dat een zwakke dollar goed is voor de export, wordt tenietgedaan door de vele nadelen die aan een zwakke munt verbonden zijn, o.m. het verlies van vertrouwen in de munt. Duitsland heeft destijds bewezen met haar zeer sterke Duitse mark, dat dit land juist door die sterke munt met stip de belangrijkste economie van Europa is geworden. Een sterke munt is een pluspunt, geen minpunt. Kijken wij ook maar eens naar Zwitserland met wellicht de sterkste munt van de ganse wereld en toch is Zwitserland het meest welvarende land van Europa. Dat een zwakke munt een voordeel is voor een land, is een fabeltje, dat door de feiten wordt tegengesproken. Een zwakke munt is gewoonweg een gevolg van een structureel zwakke economie.
China
De grote vraag is nu : hoe gaat Obama zijn gigantische begrotingstekorten financieren? In het verleden namen China en Japan een groot deel voor hun rekening. Maar zij lusten die groene blubber niet meer, omdat zij blijkbaar het zaakje niet meer vertrouwen. Zij hebben laten weten dat zij geen Amerikaans Staatspapier (Treasury bonds) meer kopen, maar eerder verkopen. Ook Pimco, het grootste obligatiefonds van de wereld heeft geen vertrouwen meer en heeft zelfs haar Amerikaans overheidspapier verkocht.
Kiezen tussen pest en cholera
Indien Obama niet wil weten van grondige structurele besparingen, dan staat hij met de rug tegen de muur. Niet besparen wil zeggen nog grotere tekorten. Maar China en Japan weigeren dus om die tekorten nog verder te financieren en de andere mogelijkheden (buiten besparingen) zijn een keuze tussen pest en cholera.
De eerste mogelijkheid is nog meer geld bijdrukken . Met dit geld gecrëerd out of thin air (zoals men dat zo mooi zegt in het Engels ) kan de FED (= Federal Reserve = de Amerikaanse Centrale Bank) de tekorten financieren. Nu reeds is de FED verplicht bijna 70 % van het uitgegeven staatspapier voor haar rekening te nemen bij gebrek aan kopers. In November 2010 is de Federal reserve gestart met een tweede inkoopprogramma van obligaties voor een waarde van 600 miljard dollar. Voor dergelijke inkoopprogramma's werd een mooie naam bedacht, nl. Quantitative Easing (QE).(kwantitatieve versoepeling). (Dit klinkt natuurlijk veel mooier dan de term "valsmunterij") Veel resultaat heeft dit tot hiertoe nog niet opgeleverd. Het economisch herstel is sedert november zelfs afgezwakt en de Amerikaanse huizenmarkt blijft in een diep dal en ook de werkloosheid blijft hoog. Eind juni loopt die tweede ronde (QE2) af en Bernanke (voorzitter van de FED) heeft verklaard dat er geen hernieuwing komt. Men ziet echter niet in hoe Obama dan verder de tekorten zal financieren, als er geen kandidaten zijn om de overheidsobligaties te kopen.
Het echte grote gevaar van die massale geldcreatie is inflatie en zelfs hyperinflatie. Als Bernanke verklaart dat de inflatie onder controle is, dan is dit wellicht een vrome wens. De producentenprijsindex stijgt aan een jaarlijks ritme van 19 % en de voedselprijzen zelfs met 47 %. Ook de meeste grondstoffenprijzen zijn het laatste jaar fors gestegen. Hyperinflatie zou de dollar gewoon waardeloos maken en het hele financiële systeem doen crashen. Dat die vrees werkelijk heerst bij heel wat beleggers bewijst de sterke stijging van goud en zilver, die een bescherming bieden tegen hyperinflatie.
De tweede mogelijkheid is de belastingen verhogen. Ook dit is een slechte oplossing. Belastingverhogingen remmen de economie af, omdat zij geld uit de privé-economie wegtrekken, waar het absoluut nodig is voor investeringen. Vooral tijdens een recessie (depressie) is het dodelijk de belastingdruk nog te verhogen. In de jaren '80 in volle crisis deed toenmalig president Reagan het omgekeerde, hij verlaagde drastisch de belastingtarieven, waarmee hij weliswaar heel het economisch establishment over zich heen kreeg en smalend verweten werd, dat hij als gewezen filmacteur van economie geen jota verstond. Maar Reagan hield voet bij stuk. Het economisch herstel dat volgde was spectaculair en de langste en sterkste heropleving sedert de tweede wereldoorlog was een feit. Op 8 jaar tijd slaagde Reagan erin 18 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen te creëren. Misschien kan Obama bij zijn illustere voorganger wat inspiratie opdoen.
Waarom houdt Obama blijkbaar meer van "spending" dan van "besparen"?
Meer dan waarschijnlijk heeft dit te maken met de ideologie van de economische raadgevers, die het nu voor het zeggen hebben. Vooral Timothy Geithner, minister van Financiën en Nobelprijswinnaar Paul Krugman hebben veel invloed. Van beide economen is bekend dat zij een sterke voorliefde hebben voor de Keynesiaanse economische leer. Een van de beroemde (in feite beruchte) uitspraken van Keynes was : "sparen is een individuele deugd, maar een collectieve zonde". En inderdaad, Keynes heeft nooit echt de functie en economische betekenis van "sparen" begrepen. Hij was de grote voorstander en fervent verdediger van "spending". Voor de verklaring van Obama's houding moeten we dus niet ver zoeken. Alleen kunnen we ten zeerste verwonderd zijn, dat de Keynesiaanse leer nog steeds zo sterk is ingeburgerd, daar waar de feiten deze leer keer op keer voor schut hebben gezet. De indoctrinatie van de Keynesiaanse ideologie is blijkbaar zo sterk, dat feiten geen rol meer spelen. De prijs die wij allen daarvoor al jaren moeten betalen is wel bijzonder hoog.
Willy De Wit
Medewerker bij de onafhankelijke economische denktank "WorkForAll" (www.workforall.org)
23 mei 2011

Hartelijk bedankt voor het
Hartelijk bedankt voor het schrijven van deze artikel.
Met vriendelijke groet.
Linda