De vlaktaks raakt de kern van de zaak
Prof Decoster (KUL) heeft het duidelijk niet voor de vlaktaks (zie o.a. DS 10 November). De basis hypothese hierbij is dat alles bij het oude moet blijven. Als zuivere politieke indicator is de GINI-coefficient daarbij een verdacht criterium. En daar schuilt juist de methodologische fout. Het vervangen van het huidige hyper complexe systeem door een vlaktaks systeem is veel meer dan het vervangen van een manier van belasten door een andere. De steriele onaantastbaarheid van de cijfertjes raakt de kern van de zaak waarom dit land al een paar decennia de berg afgaat niet .
Vooreerst, wat zou er dan zo goed zijn aan het huidige systeem? Dat men er niet meer in slaagt om het op een deftige manier te organiseren? Rechtstreeks werken zo'n 20000 ambtenaren en evenveel boekhouders in de privésector voor het Ministerie van Financiën. Dit creëert geen enkele toegevoegde waarde. Ondanks 700 miljoen aan kosten blijft de informatica op Financiën een puinhoop Computers kunnen nu eenmaal niet goed overweg met contradicties. Voer een vlaktaks in en alvast dit probleem verdwijnt. De vrijgekomen ambtenaren en boekhouders kunnen dan productiever aangewend worden om de overheid van een operationele en analytische boekhouding te voorzien.
Ten tweede, hoe sociaal is de inkomstenbelasting dan wel als het resulteert in 1,2 miljoen mensen die van een RVA-uitkering leven? Als we daar de vroegtijdig gepensioneerden bijtellen, dan komen we eerder aan 1,5 miljoen mensen die grotendeels omwille van de hoge inkomstenbelasting niet meer productief bijdragen aan de economie. Het budget van de RVA zelf vergt al 9 miljard euro aan belastingen. De reden dat deze mensen uitgesloten zijn van het arbeidscircuit is complex maar vooral terug te brengen tot het fenomeen van de marginale belastingsvoeten. Wie van een RVA-uitkering leeft en zou gaan werken, houdt dikwijls netto minder over. Hoe sociaal is dat? En hoe sociaal is het dat door de stilzwijgende belastingsverhoging van de inflatie, bijna iedereen in de schijf van 40% of 50% terecht gekomen is? Wie hieraan twijfelt moet maar even naar het perverse miljardensysteem van de dienstencheques kijken. Grosso modo kost een dienstenchequer op de markt vier maal meer dan wat de gebruiker ervan wil en moet betalen, zo erg is de distorsie die de huidige inkomstenbelasting veroorzaakt op de arbeidsmarkt. Heel de polemiek over de juiste hoogte van de vrijstelling is derhalve vrij steriel als men niet terzelfdertijd het gehele Sociale Zekerheidssysteem in rekening brengt. In het verleden heeft bv Carl Devlies de scheeftrekkingen ervan meermaals aan de kaak gesteld.
Gemiddelde versus Effectieve Marginale Belastingsvoet
Alhoewel het cijferwerk van Prof. Decoster correct is, blijft het aan de oppervlakte. In elk deciel worden gemiddeldes gebruikt en de vraag is of dit een correcte weerspiegeling is van de meer dan 600 vakjes die nu op een belastingsbrief staan. De individuele uitschieters worden daardoor weg gefilterd, zeker wat betreft de effectieve marginale belastingsvoet. Nochtans in zijn vorige studie kwam hij daarbij zelf tot verrassingen staan en werden er waarden van 80% gevonden. In de vorige studie komt hij tot een inkomsten neutrale vlaktaks van 38% (zonder rekening te houden met structurele besparingen) en komt hij tot een terugverdieneffect van minstens 4000 jobs. In elk geval is een vlaktaks van 38% dan al beter dan het huidige systeem waar het tarief van 50% domineert.
Het sociale, niet-discriminerende karakter van de huidige inkomstenbelasting blijven verdedigen is ook in conflict met het gezond verstand. Studiebeurzen hangen bv. af van het inkomen en of men al dan niet een tweede woonst bezit. Mensen die meer verdienen, werken okk meer, en maken hun capaciteiten ten nutte maken van de samenleving. Als ze dan iets overhebben, beleggen ze dit bv. in een tweede woonst in plaats van het hedonistisch te gaan uitgeven. Zijn hun kinderen dan minder waard? Moeten ze gestraft worden omdat ze meer bijdragen aan de samenleving? Of is hedonisme een fiscaal te stimuleren leefwijze geworden? Bij een vlaktaks met vrijstelling is dit alles veel eenvoudiger en rechtvaardiger. Wie weinig verdient betaalt weinig of niets en dat is dan ook echte solidariteit. Eens men meer verdient dan de armoede drempel wordt elk bijkomende inspanning met hetzelfde percentage belast. Dat dergelijke eenvoud het systeem veel doorzichtiger maakt en fraude bestendig lijkt Decoster ook graag te vergeten.
Kernprobleem
De kern van het probleem zit dieper. Achter elk aftrekpostje en elke subsidie zit een belangengroep die electoraal belangrijk is voor de privé nevenactiviteiten of investeringen van de machtselite. Elk van die aftrekpostjes heeft een bijhorend overheidsorganisme die over de wetmatigheid van die aftrekken beslist en de subsidies toekent. Niemand heeft dit al in kaart gebracht, maar het gaat hier eens te meer over tienduizenden aan ambtenaren en evenveel mensen die in de privésector werken zonder veel toegevoegde waarde. Veel van de aftrekposten en subsidies zijn ook marktverstorend maar dit is ook wat de lobby-groepen op het oog hadden. Een klein voorbeeld. Foto-voltaische zonnepanelen worden nu zo stevig fiscaal in de markt geholpen dat het financieel rendement hoger is dan een spaarboekje. Het gevolg is dat men dergelijke panelen zelfs op niet-geïsoleerde daken gaat plaatsen. Dezelfde investering in isolatie heeft evenwel een tien maal hoger rendement qua energiebesparing. Het is zelfs niet nodig om dit te subsidiëren en er dus belastingen voor te innen. Laat ons dan even de zaak omdraaien en vragen of Prof. Decoster eens wil uitrekenen hoeveel het huidige systeem aan werkelijke kosten meebrengt? Wil hij even de efficiëntie van al die aftrekpostjes en subsidies in kaart brengen? Wat is hun economische kost? En nog belangrijker, wat is de gemiste opportunity cost? Hij zal zich wellicht niet bevoegd verklaren in deze materies maar dan is de vraag in hoeverre zijn studie relevant is. Nochtans, dit is de kern van de zaak. Hoe efficiënt springen wij als samenleving om met de ons beschikbare middelen (mensen en kapitaal)?
Prof. Decoster schiet ook graag op het boekje over de vlaktaks van Niemegeers en Pompen. Het is inderdaad geen wetenschappelijke hoogvlieger. Dat belet niet dat het boekje aan de modale lezer wel een idee geeft van hoe de vlaktaks in mekaar zit en wat de voordelen ervan kunnen zijn. Men mag zelfs twijfelen of de 36 miljard besparingen die de auteurs voorop stellen haalbaar zijn. Zeg wel, politiek haalbaar, want voor een econoom zou dit geen beletsel mogen zijn, bedrijven doen dikwijls beter. Hij zou kunnen beamen met Jan Hertogen dat 42,1 % van de Belgische loontrekkenden van belastingsgeld leven en dat cijfer op zich verklaart al waarom onze belastingdruk een van de hoogste ter wereld is gekoppeld aan de laagste drempel voor een marginale belastingsvoet van 50%.. Hij zou kunnen beamen dat de borgstelling van de spaartegoeden de impliciete openbare schuld met 300 miljard heeft doen toenemen. Dat alles laten ophoesten door de volgende generatie via inkomstenbelasting bovenop de pensioenlast en de begrotingsschuld zal niet kunnen door het huidige systeem met man en macht overeind te houden. Tegen dan is de Titanic al lang gezonken.
Het voordeel van de vlaktaks zit dan ook niet zozeer in het feit dat men op een andere, weliswaar veel doorzichtiger en eerlijker, manier gaat belasten. Het voordeel van een vlaktaks zit vooral in het doortrekken van de consequenties ervan en het opheffen van niet in kaart gebrachte neven-effecten in het aftrekjes systeem. Deze consequenties leveren diepgaande structurele besparingen op die ons als samenleving ook verplichten grondig na te denken over de basishypotheses die onze samenleving doen draaien. Op alle vlakken is de impasse structureel. Niet alleen het communautaire dossier maar ook het sociaal overleg zit muurvast terwijl de economie structureel verstrikt zit in een hedonistisch financieel wanbeleid. De uitdaging is niet via een bepaald rekenkundig model een verschuiving van de inkomsten met een paar percentjes te vinden (die conclusie was evident, ook zonder berekening) maar of onze huidige samenleving nog een toekomst heeft in de mondiale context van vandaag.
In bijlage: LEUVENSE ECONOMISCHE STANDPUNTEN 2008/125. TWEE BELGISCHE VLAKTAKSVOORSTELLEN DOORGELICHT. André Decoster en Kris De Swerdt. K.U.Leuven Oktober 2008
| Attachment | Size |
|---|---|
| LES125.pdf | 160.52 KB |
