De vakbonden vergissen zich van tegenstander.

| | | |

Rudy De Leeuw van de socialistische vakbond heeft een nationale actiedag met stakingen aangezegd voor maandag 6 oktober om meer koopkracht af te dwingen. De andere vakbonden zijn schoorvoetend gevolgd.  Zij wensen die koopkracht af te dwingen van de bedrijven.   Maar  dit is de verkeerde tegenstander. Bedrijven kunnen de koopkracht niet verhogen. Wie dit naar onze overtuiging wel kan,  is de overheid en de vakbonden zelf.

De bedrijven kunnen niet zorgen voor méér koopkracht, terwijl stakingen de  koopkracht zullen doen dalen.

Hiervoor zijn er drie redenen :

1. In onze sterk competitieve geglobaliseerde economie zullen loonsverhogen, die niet gepaard gaan met productiviteitsverhogingen, de concurrentiepositie van de ondernemingen aantasten. De ondernemingen kunnen dan niet anders dan kostenbesparingen doorvoeren, waardoor de werkgelegenheid in gevaar komt. Werkloosheid creëren geeft minder koopkracht, niet meer.

2. De kosten veroorzaakt door stakingen en de eventuele onder stakingsdwang afgedwongen loonsverhogingen, kunnen niet anders dan doorgerekend worden in de verkoopprijs van de producten, die de onderneming op de markt brengt. Maar duurdere producten betekent minder koopkracht.

3. Stakingen tasten de winsten aan. Maar winsten zijn een absolute noodzaak voor de bedrijven om te kunnen overleven:

(i) ze zijn noodzakelijk voor het bedrijf om de nodige investeringen te kunnen verwezenlijken. Een bedrijf dat onvoldoende kan investeren wordt van de kaart geveegd.

(ii) een deel van de winst is tevens nodig om de investeerders te vergoeden, die  kapitaal aan de onderneming hebben toevertrouwd. Een bedrijf dat geen normale  vergoeding kan uitbetalen aan de investeerders, zal geen investeerders meer vinden en gaat in faling. Dit hebben de laatste weken zelfs heel wat banken  aan den lijve ondervonden. De overheid is in enkele gevallen noodgedwongen als investeerder moeten bijspringen, ondermeer omdat een bepaalde bank aankondigde een dividenduitkering op te schorten,  omdat haar winsten waren aangetast.  De investeerders haakten af.     

Wie kan er dan wel voor meer koopkracht zorgen? Antwoord : De overheid en de vakbonden.

Indien de overheid zou willen kan zij enorme besparingen doorvoeren, waardoor de belasting op arbeid aanzienlijk kan verlaagd worden. (Zie onze vorige nieuwsbrief dd 28 september ll. )

Minder belastingen betekent minder afhoudingen op het loon en dus  een hoger netto-loon, dus méér koopkracht. Dit is de enige en de juiste manier om te zorgen dat onze werkende bevolking terug over meer koopkracht zal beschikken.

De vakbonden zouden er dan ook goed aan doen hun verzet tegen besparingen in onze overheidsbureaucratie stop te zetten en met de politici mee te helpen om de nodige bezuinigingen door te voeren.

Het is in die te zware en te dure overheidsbureaucratie waar het varkentje ligt gebonden. De belastingdruk die nodig is om die logge overheidsstructuur te betalen maakt dat onze netto-lonen (dus onze koopkracht) veel te laag zijn

Wij moeten daarbij beseffen, dat dit niet louter een kwestie is van minder ambtenaren. Veel heeft te maken met de complexe reglementitis en wetgeving, die overbodige reglementen en overbodige instellingen in leven houdt. Niet zo direct omdat er een behoefte hiervoor zou bestaan bij de burger, maar omdat belangengroepen denken dat ze er belang bij hebben (o.m. postjes en vakbondslidgelden).  Hun voordeel is evenwel ten koste van een gezonde economie, zoals de 1.2 miljoen RVA-steuntrekkers illustreren. De financiële crisis toont aan, dat het hier 10 na 12 is. De regering mag nu inderhaast 7.4 miljard euro gaan zoeken, terwijl dit een jaar geleden nog maar een fractie hiervan was. Er is hier maar één enkele remedie, dat is grondig saneren in eigen rangen. Alleen dat kan op termijn de koopkracht behouden. Als politici en vakbonden blijven weigeren dit te doen, dan staat ons een grote depressie te wachten.

Men moet niet vechten "tegen" bedrijven, men moet  vechten "voor" bedrijven.

Onze bedrijven zijn de basis van onze welvaart en van onze werkgelegenheid. Het zijn zij die zorgen voor onze toekomst en deze van onze kinderen. Het is gewoon onbegrijpelijk, dat vakbonden, die zelf samen met de politici aan de basis liggen van onze te lage koopkracht,  nu het gevaarlijk spel gaan spelen om die toekomstige welvaart in gevaar te brengen. Bedrijven moet men niet aanvallen, neen, bedrijven moet men koesteren, moet men bewonderen voor hun creatieve prestaties en men moet er alles aan doen , om onze ondernemingen in ons land te houden en ze niet naar het buitenland te jagen.

Het slechte voorbeeld van Wallonië toont aan hoe katastrofaal de gevolgen kunnen zijn, om bedrijven als vijanden te beschouwen. Enkele jaren geleden verklaarde een hooggeplaatste vakbondsvrouw in de Waalse vleugel van de socialistische vakbond (FGTB) : "le patron c'est l'ennemi" (de ondernemer is de vijand).

Die jarenlange vijandige Waalse houding tegenover de ondernemingen heeft in Wallonië geen koopkracht gebracht, wel integendeel. De werkloosheid ligt er dubbel zo hoog als in Vlaanderen en er is geen uitzicht op beterschap. Daarenboven is in Wallonië 40 % van de beroepsbevolking "tewerkgesteld"(?) in een of andere overheidsdienst, eveneens dubbel zoveel als in Vlaanderen. Dit geeft nog eens een zeer belangrijke verdoken werkloosheid, die bij het officiële cijfer dient gevoegd.  Het moge duidelijk zijn : vechten tegen ondernemingen creëert armoede en uitzichtloze werkloosheid. Rudy De Leeuw van de socialistische vakbond zou dit toch moeten weten.

Onze Media (vooral VRT en CANVAS): waar blijven zij?

De media zouden een belangrijke rol kunnen spelen om een positief imago ten opzichte van onze ondernemingen te creëren. Vooral onze belangrijkste medium, onze VRT met CANVAS (Terzake) zou hier erg nuttig werk kunnen presteren. Helaas is hiervan tot hiertoe niet veel te merken. Wanneer wij woensdagavond 1/10 om 20 u het duidingsprogramma Terzake van CANVAS bekeken, zagen wij een interview met Rudy De Leeuw over de aangekondigde staking van maandag a.s.  De vraagstelling van de journalist van dienst, ging er vanuit dat de bal in het kamp lag van de bedrijven om meer koopkracht te creëren. Geen enkele maal werd aan Rudy De Leeuw de vraag gesteld of er geen rol is weggelegd voor overheid en vakbonden (besparingen en lastenverlagingen). De kern van het probleem werd dus angstvallig vermeden. Waarom in TERZAKE de echte problemen meestal niet ter sprake komen, weten wij niet. Is het economische onwetendheid? Wij geloven het niet. Het is inderdaad de voorbije twee jaar al tot in den treure  van de daken geschreeuwd dat de overheid haar overheidsbureaucratie drastisch moet afslanken en de belasting op arbeid moet verlagen. Dit luide geschreeuw moet toch al zijn doorgedrongen tot binnen de muren van het VRT-gebouw. Wellicht moet de negering van de echte problematiek  dan ook een andere reden hebben. Wij hebben zo onze vermoedens.

Met vriendelijke groet,

Willy De Wit

Medewerker bij de onafhankelijke socio-economische denkgroep "Workforall" (www.workforall.org)