Zwitserse meta-democratie, een beter alternatief voor een toekomstig democratisch België en Europa
Dat ons land op een keerpunt staat zal voor iedereen zelfs voor de hardnekkigste Belgicisten stilaan duidelijk zijn. Na meer dan een jaar palaveren is het duidelijk dat de politieke macht verstrikt is geraakt in zijn eigen loodzware constructies om de macht voor zichzelf en de erop parasiterende organisaties te behouden. Taal heeft weinig te maken met de impasse veeleer een historisch gegroeid cultureel verschil in inzicht in hoe politieke macht op lange termijn samenhangt met economische macht en sociale welvaart. De bron van de welvaart ligt echter niet bij de politici of bij de overheid maar bij de burger zelf. De koning heeft nu drie wijzen aangeduid die voor de zoveelste keer op de koffie zullen gaan bij diegenen die de oorzaak zijn. Men kan net zogoed bij de duivel te biechten gaan. Het ware veel beter indien ze eens op consultatieronde gingen in Zwitserland. Dit kleine zeer heterogene landje bewijst al eeuwen dat enkel als de macht bij het Volk ligt en niet bij de Natie, dat welvaart stand houdt. De centrale planners van de Europese Commissie zouden best eens meereizen.
Welvaart en belastingsdruk
Behoud van welvaart en dus van welzijn is alleen mogelijk als er economische groei is. Die groei komt voort uit de inzet van economische middelen, lees mensen en kapitaal. Uiteindelijk gaat het over mensen want kapitaal is maar productief als het door de juiste mensen productief aangewend wordt. Wat de burger produceert, zij het via zijn arbeid of via zijn investering, komt dus in eerste plaats aan hem toe. Niemand leeft evenwel op zichzelf en de samenleving doet ook zijn bijdrage bv. onder de vorm van opleiding en infrastructuur. De producerende burgers verwerven die gemeenschappelijke goederen en diensten via het betalen van een bijdrage die men doorgaans veelbetekenend "belastingen" noemt. Vele economische studies hebben dan ook aangetoond dat teveel belastingsdruk, lees te groot overheidsbeslag, remmend werkt op de creatie van welvaart. Een beetje gezond verstand en een correcte ethiek met betrekking tot eigendomsrechten leert ons dat ook. Arbeid en kapitaal kunnen niet ongeremd afgenomen worden onder de vorm van belastingen zonder ervaren te worden als een aanslag op die eigendom. Dikwijls zal men zich dan onttrekken aan het economische proces. Het gevolg is dat de samenleving economische slagkracht verliest en de welvaart begint te tanen. Overmatige belastingsdruk leidt ook tot opportunistische, lees overbodige of betwistbare overheidsuitgaven en dat is een tweede reden waarom de samenleving in zijn geheel verliezende partij is. Dat is trouwens geen voorrecht van de nationale overheden. Iedereen kan vaststellen dat ook op gemeentelijk en stedelijk vlak men soms nogal kwistig en ondoordacht met het belastingsgeld omspringt.
Dit alles wil niet zeggen dat een vorm van overheid, als een emanatie van het mandaat dat de burger aan zijn vertegenwoordigers geeft, volstrekt overbodig zou zijn. Het zou moeten het resultaat zijn van een rijp overleg waarbij de samenleving op verschillende niveaus realiseert wat de burger en zijn lokale gemeenschap niet aankunnen of om efficiëntie redenen beter laat realiseren op een gemeenschappelijk niveau. De overheid mag echter niet in de plaats treden van zijn burgers en het overheidsapparaat moet zich van zijn opdracht kwijten op de meest efficiënte manier. Dat is een morele verplichting als men met gelden van de samenleving werkt. Het overheidsapparaat met al zijn aanhangsels mag ook zichzelf niet tot doel verheffen en moet steeds geconfronteerd worden met de vraag of wat zij doet wel moet gebeuren en of dit niet anders en beter kan. Dit is ook een uitvloeisel van het feit dat de overheid werkt met de middelen van de samenleving. De betrokkenheid van de burger in dit proces is essentieel om het overheidsapparaat binnen zijn voegen te houden en aldus de belastingsdruk op de productieve burger te minimaliseren. Hoe meer middelen hij van zijn arbeid of investering overhoudt, hoe meer hij deze kan inzetten voor creatie van welvaart en welzijn.
Welvaart en overheidsefficiëntie
Ook al lijkt dit de logica zelf, veel variabelen spelen mee in het proces van welvaartscreatie, niet in het minst het individuele gedrag van de burger en zelfs de culturele historiek van een regio. Ook wordt soms gesteld dat de samenleving andere doelstellingen zou moeten hebben buiten welvaartscreatie. Sommigen stellen het verminderen van de inkomensongelijkheid als egalitair doel, anderen dan weer menen dat Sociale Zekerheid een absolute doelstelling moet zijn. Men vergeet daarbij in beide gevallen dat deze doelstellingen afhankelijk zijn van welvaartscreatie. Recente studies (o.a. van de OESO [1a][1b] maar ook studies van prof. Heylen op Europees vlak [2a][2b]) hebben aangetoond dat er op zijn minst een verband bestaat met hoe de overheid met de belastingsgelden omgaat. Een overheidsuitgave hoeft niet noodzakelijk welvaartsvernietigend te zijn maar als in de jaarlijkse begroting de consumptieve uitgaven doorwegen, dan wordt de tewerkstelling en de welvaartsgroei aangetast. Ook studies van de ECB en andere instanties maken duidelijk dat de overheid niet altijd zeer efficiënt met de belastingsgelden omspringt. Zo kwam de ECB via vergelijkingen met andere landen op een output-efficiëntie van 66% voor België.[3].
In ons land is die structurele misgroei zodanig dat er ternauwernood nog ruimte is voor investeringen. Het gros bestaat uit het afbetalen van de overheidsschuld, lonen en uitkeringen. De facto betekent dit dat nagenoeg de helft van het BBP productiever kon aangewend worden. Meer overheidsefficiëntie betekent dus niet zomaar dat de ambtenaren sneller en harder moeten werken, maar eerder of dat de overheid wel de juiste dingen doet en vooral welke dingen ze beter niet zou doen.
Wat geldt voor de overheid in zijn geheel geldt ook voor de belastingstructuur. Vermits belasting op arbeid en op investeren welvaartscreatie afremt, moet ook deze afgebouwd worden en verschoven worden naar belasting op consumptie. In economische termen heet dit dat men de creatie van meerwaarde moet nastreven. Dit is de essentie van arbeid en investeren. Nochtans, consumptie is uiteindelijk het doel van elke economische activiteit. De oplossing voor deze paradox is wat men productiviteit noemt, m.a.w. hoe kan men met zo weinig mogelijk middelen (arbeid, kapitaal, energie of grondstoffen) een maximale output genereren. Wat velen niet zien is dat dit op het niveau van een land inhoudt dat ook de overheid efficiënt met alle middelen omspringt. Bij een te hoge belastingsdruk betekent dit echter ook dat het overheidsbeslag binnen redelijke proporties moet gehouden worden. Sommigen zien dit als een ideologische stellingname. Ze vergeten dat rendementsmetingen meestal gepaard gaan met het vinden van een optimum. Onder dit optimum stijgt het resultaat naarmate de input verhoogt, maar daarboven neemt de output af. Efficiënt gebruik maken van de beschikbare middelen is ook de basis van een gezonde en duurzame samenleving, of het nu over mensen, kapitaal, energie of grondstoffen gaat. En wat een overheidsapparaat verbruikt heeft kan niet meer aangewend worden door de productieve burgers voor creatie van toegevoegde waarde.
Overheidsefficiëntie en directe democratie
Rest nu nog de vraag hoe men dit kan bereiken? Het simplistische antwoord hierop is dat dit onmogelijk is want dan gaat de Sociale Zekerheid eraan. Dit is de redenering die ervan uitgaat dat alles opgelost wordt door steeds opnieuw de belastingen te verhogen. Zoals we hierboven geschetst hebben vernietigt dit de onderbouw van het hele stelsel. Deze redenering gaat ook uit van een centraal planningsdogma terwijl de problematiek er vooral een is die op het vlak van de individuele burger en zijn naaste omgeving ligt. Deze redenering stelt dan ook dat een zogenaamde representatieve democratie de enige echte democratie is terwijl deze juist de essentie van een echte democratie negeert. In een echte democratie heeft elke burger maximale zeggenschap over zichzelf maar ook maximale verantwoordelijkheid ten opzichte van zichzelf en ten opzichte van zijn medeburgers. Wie hierover nadenkt, komt dan ook snel tot de conclusie dat dergelijke echte democratie sterk gedecentraliseerd moet zijn en maximale beslissingsrecht aan de lokale burger geeft. Dit vermindert ook sterk de afstand tussen burger en zijn overheden waarbij de overheid en haar mandatarissen zich ook constant moeten verantwoorden.
Men kan hier de parallel trekken met de wijze waarop vennootschappen georganiseerd zijn. Hoewel de bestuurders een mandaat hebben van de aandeelhouders, is de wetgeving voor vennootschappen heel wat veeleisender dan voor onze overheidsinstellingen. Bij beursgenoteerde bedrijven moeten deze zelfs elke 3 maand gedetailleerde rapporten publiek maken en kunnen de bestuurders bij elke jaarlijkse algemene vergadering vervangen worden. In dringende gevallen kan de aandeelhouder zelfs een bijzonder algemene vergadering bijeen roepen. Doorzichtigheid en deugdelijk bestuur zijn in principe de norm. In onze representatieve democratie is de verkiezing van de politieke bestuurders vooral een mediakwestie geworden en wordt de rechtstreekse vertegenwoordiging ondergraven door allerlei kunstgrepen in de kieswetgeving en afspraken binnen de machtshebbende partijen. Zelfs het parlement speelt ternauwernood nog zijn rol en de facto wordt alles gedirigeerd vanuit de partijhoofdkwartieren. Zelden moeten politici zich verantwoorden voor hun beslissingen. Integendeel veelal wordt de burger als onwetend voorgesteld en is zijn kiesmandaat eerder een blanco cheque waarvoor hij wel de rekening moet betalen. Dergelijk systeem duiden we beter aan als een gedegenereerde democratie. Het heeft zelfs een naam, particratie. De macht zit bij allerlei belangengroepen die via het politieke mandaat de samenleving naar hun hand zetten. In dergelijke context is het dan ook niet verwonderlijk dat de overheidsefficiëntie laag is en de burger minder diensten krijgt dan waarvoor hij belasting betaalt. Een Directere Democratie komt daaraan tegemoet door het beslissingsniveau zo dicht mogelijk bij de burger te leggen. Dit resulteert in een veel grotere beleidstransparantie en in een veel bredere maatschappelijke discussie. Deze veel sterkere terugkoppeling staat er garant voor dat dan dikwijls beleidsbeslissingen genomen worden die niet a posteriori via de media gecommuniceerd worden maar wel a priori met behulp van de media langs alle kanten bekeken worden. Subsidiariteit ontstaat vrijwel vanzelf omdat enkel de relevante zaken ter discussie gesteld worden.
Zwitserland, een confederaal laboratorium als Europees cultureel erfgoed
Een land dat dit al eeuwen met succes in zijn cultuur ingeschreven heeft is Zwitserland. Het land is klein (7,5 miljoen inwoners) en nog veel heterogener dan België. Nochtans telt het een 26tal regio's (kantons genoemd) die vrijwel autonoom over het merendeel van de zaken beslissen. Deze kantons krijgen hun macht niet van het centrale gezag maar staan eerder een deel van hun macht af. Ze hebben dan ook elk een eigen grondwet. Elke kanton heeft grotendeels zijn eigen vorm van democratie, gaande van bijna zuivere representatieve democratie tot een vergaande directe democratie. Zie [4] voor een omstandige uiteenzetting over Directe democratie en met name de toepassing ervan in Zwitserland en andere landen. Dit gaat zover dat onlangs het kanton Obwalden met slechts 31000 inwoners, autonoom bij referendum beslist heeft een vlaktaks in te voeren. Referenda in verschillende vormen zijn dan ook aanwezig op elk niveau en men beslist zelfs bij referendum over elke uitgave die een bepaald bedrag overschrijdt. Deze vorm van directe democratie wordt buiten Zwitserland bijna zo goed als doodgezwegen, ook al was die in sommige kantons al aanwezig sinds 1291. Men kan dus gerust spreken van een Europees erfgoed dat tot vandaag zijn deugdelijkheid bewezen heeft.
Er zijn nu verschillende economische studies (o.a. van professor Feld en Matsusaka [5]) die aantonen dat zelfs binnen Zwitserland directe democratie niet alleen veel democratischer werkt, het levert ook economisch en sociaal veel voordelen op. Zo leren vergelijkende studies tussen de Zwitserse kantons dat in de kantons met meer directe democratische instrumenten (zoals referenda) de inkomensongelijkheid afneemt maar ook dat de overheidsuitgaven en derhalve de belastingsdruk er tot 19% lager liggen [6]. De openbare schuld is er beduidend ook lager (ongeveer 23%) [6] Een andere studie die de invloed van de ontvankelijkheidsdrempel voor referenda in de V.S.A. bestudeerd heeft, komt ook tot de conclusie, dat hoe lager de drempel is, hoe proportioneel minder belastingen de overheid, hoe proportioneel nog lager de overheidsuitgaven zijn en derhalve de schuldgraad [8]. Het effect is minder uitgesproken dan in Zwitserland omdat de Amerikaanse staten heel wat groter zijn dan het gemiddelde Zwitserse kanton. M.a.w. decentralisatie en directe democratie werken wederzijds versterkend en al de kwalen die veel Europese landen, waaronder ons eigen België, aantasten, zijn tot beheersbare proporties terug gebracht. Ander onderzoek heeft zelfs uitgewezen dat de Zwitsers er ook gelukkiger bij zijn dan in andere landen het geval is [zie http://www.workforall.org/drupal/en/node/162 ] Als men dus recepten zoekt voor een toekomstig Europa of een op sterven na toekomstig België dan is Zwitserland het laboratorium dat men als maatstaf moet nemen. Er is zelfs meer, Zwitserland is al lang het stadium van de experimenten voorbij. Sommige van de democratische instrumenten zoals de stemming met handopsteking op het dorpsplein hebben hun oorsprong in een eeuwenoud Germaans recht. Zwitserland kent dan ook al meer dan 150 jaar vrede en welvaart. Gezien de heterogeniteit die de Zwitserse democratie toelaat binnen zijn eigen grenzen, meen ik dan ook dat men beter kan spreken van een "meta-democratie". Het Zwitsers model levert een kader, eerder dan een reeks vastgelegde structuren waarin de burger zelf bepaalt wat hij de beste democratische organisatievorm vindt. Dit komt geleidelijk aan tot stand maar kan ook telkens bijgeschaafd worden.
Dit levert soms verassende resultaten op. Zo werd bij referendum de werkweek van 40 op 42 uur gebracht, een maatregel die hier op het veto van de sociale belangengroepen tegen de wil in van een meerderheid van de bevolking zou geblokkeerd worden, ook al is de facto werkduur eerder 42 uur en niet de wettelijke 38 uur/week. Een ander opmerkelijk resultaat was de oprichting van een nieuw kanton, nl. Jura. De situatie daar heeft zijn oorsprong in het verdrag van Wenen van 1815 dat de Franstalige en katholieke Jura streek met Bazel als voornaamste stad toevoegde aan het Duits sprekende en protestante Bern. Het conflict dat ontstond door deze eerder artificiële grensindeling is een gegeven dat zich overal in Europa voorgedaan heeft, denk maar aan Noord-Ierland, het Baskenland of zelfs België. Veelal bleef het conflict een goede eeuw smeulen maar gaandeweg werd het een sociaal-economisch conflict al dan niet samenvallend met een cultureel gegeven van taal of godsdienst. Terwijl deze conflicten dikwijls met militair geweld gepaard gingen, is dit in Zwitserland beperkt gebleven en werd op democratische weg de Jura verzelfstandigd via een reeks van kantonale en lokale referenda in 1974 en in 1975 waarna het via nationaal referendum aanvaard werd als een nieuw Zwitsers kanton. Cruciaal in het hele proces was dat de Zwitserse kantonnale grondwet van Bern in deze situatie voorzag via een amendement in 1970. [9] Verzelfstandiging is in Zwitserland mogelijk niet zozeer op basis van een nationalistische etniciteit maar op basis van het hebben van een gemeenschappelijk belang binnen de regio. De verzelfstandiging zelf hoeft daarbij niet in conflict te zijn met het behoren tot de Zwitserse federatie en het gevoel van een Zwitser te zijn. De reden hiervoor is dat de democratische ethiek van zelfbeschikking doorweegt ten opzichte van de nationalistische visie. In een directe democratie beslist noch de meerderheid noch de minderheid voor al de rest maar beslist elke lokale meerderheid voor zichzelf, wat de weg opent om dan conflictloos samen te werken voor de materies waar de schaalvoordelen doorwegen.
Corridors en minderheden
De autonomie van Obwalden en de wijze waarop men de verzelfstandiging van de Jura aangepakt heeft staat in schril contrast met de wijze waarop men in Europa en België met "minderheden" omgaat. Het laatste in de rij is het voorstel om een "corridor" te voorzien tussen Wallonië en Brussel. Een absurdere eis kan men zich binnen de Europese constellatie niet voorstellen. Hier denkt men minderheden te beschermen door ze priviléges te moeten toekennen ten koste van alle anderen. Veelal zijn deze priviléges ronduit in tegenspraak met de grondregels van de democratie zoals niet numerieke vertegenwoordiging en blokkeringsmechanismes die elke normale besluitvorming in de weg staan. Ze werden ook dikwijls afgedwongen in een conflictcontext. De zogenaamde "check and balances" die men daarbij hanteert hebben dikwijls meer weg van chantage dan van een degelijke conflictvrije overeenkomst. Telkens komt het erop neer dat men ten alle koste de schijn van een virtuele nationale eenheid in stand wil houden. In werkelijkheid zijn het overeenkomsten die het conflict een tijdje bevriezen maar in zich al de kiem dragen van het volgende conflict. Dikwijls lijken ze op een taal of cultureel conflict maar overwegend is de werkelijkheid dat het een conflict betreft met betrekking tot het zich eigen maken van economische middelen die de andere partij toebehoren. Reden waarom men zijn toevlucht moet nemen tot emotionele argumenten zoals solidariteit en faciliteiten voor diegenen die zich gediscrimineerd verklaren.
In deze eenheidsaanpak zit echter geen toekomst. Minderheden zijn bij definitie bijna altijd lokale entiteiten. Zij zijn geen statische gegevens. Zij evolueren onder invloed van sociale en economische evoluties en binnen een minderheid kan er telkens een nieuwe minderheid ontstaan. De enige manier om dergelijk proces vreedzaam te laten verlopen is met deze heterogeniteit rekening te houden en ze binnen een groter geheel te erkennen. In een democratisch bestel zijn heterogeniteit en minderheid geen probleem maar een gegeven waaraan men tegemoet komt door het zelfbeschikkingsrecht op een lokale manier in te vullen. De enige manier om minderheden te beschermen is door ze lokaal de meerderheid te geven die hen toekomt en ze autonoom voor zichzelf te laten beslissen. In dergelijk gedecentraliseerd staatsbestel is er nog plaats voor vreedzame enclaves binnen enclaves en wordt de solidariteit tot haar juiste proporties terug gebracht. Het Zwitsers democratische systeem brengt hiermee het principe van subsidiariteit op de juiste manier in de praktijk.
Voor ons land is ondertussen de impasse compleet. De opeenvolgende staatshervormingen hebben een tijdje de schijn van een verzelfstandiging van de gewesten kunnen hoog houden maar de facto bleef het een eenheidssysteem met een asymmetrische machtsdeling. Het resultaat is een ongelooflijk complex kluwen van overheidsinstellingen en politieke organen waarvan geen enkel nog in staat is doortastende herstructureringen door te voeren. Het gevolg hiervan is dat fundamentele samenlevingsmechanismes zoals het rechtsysteem de burger in de kou laten staan. Zelfs het vullen van de schatkist is een bureaucratische nachtmerrie geworden. Fundamenteler is nog dat de grondswetsherziening die een rationelere decentralisatie van de bevoegdheden mogelijk moest maken dode letter blijft. Wellicht omdat men nooit de intentie had van deze concreet te maken.
Het moge duidelijk zijn dat het Zwitserse model van directe democratie heel wat minder problemen zou hebben om dergelijke impasses op te lossen. Dit wil evenwel niet zeggen dat dit model hier van vandaag op morgen kan ingevoerd worden. België heeft net zoals de meeste Europese landen een historisch gegroeid democratisch deficit dat steeds gepaard gegaan is met een centralisatie van de macht. Mensen hebben steeds de neiging van oplossingen te zoeken in termen van hetgeen ze kennen en daarom is voor een overschakeling naar een gedecentraliseerde samenleving er een culturele omwenteling nodig. Afgaande op het schouwspel dat de politici het laatste jaar opgevoerd hebben en waarbij ze zelfs meer dan eens niet nagelaten hebben van zelfs de laatste overblijfselen van onze democratische instellingen te negeren, lijkt het er eerder op dat de burger hier vooruit kijkt op de politici. De vraag die zich hierbij stelt is hoe men van deze zelfverklaarde politieke elite kan verwachten dat ze zichzelf hervormt temeer daar ze de laatste overblijfselen van democratische oppositie gewoon negeert en voortdurend bij zichzelf te rade gaat. Men lijkt de illusie te hebben dat een oplossing zich wel vanzelf zal aanbieden. De geschiedenis leert dat dit meestal gebeurt na een langzaam degeneratie proces tenzij er zich eerder een revolutie aanbiedt.
Geen staatshervorming maar een democratiseringsproces
Laat ons evenwel positief denken en even nagaan hoe een Belgische staatshervorming mogelijk zou zijn. Vooreerst moge het duidelijk zijn dat dit geen eenvoudige opgave is. Er zijn drie domeinen waarmee men rekening moet houden.
Vooreerst, het invoeren van een gedecentraliseerde directe democratie komt er ten dele op neer dat men het huidige staatsbestel op zijn kop zet. De burger beslist lokaal en delegeert met mondjesmaat naar boven. Dit betekent dat we naar analogie met het Zwitserse model kantons moeten invoeren. Dit veronderstelt ook dat er grosso modo een consensus bereikt werd over welke bevoegdheden men naar een hoger niveau zal delegeren. Let wel, een directe democratie veronderstelt ook dat alle niveaus, van het laagste tot het hoogste rechtstreeks aan de burger inspraak geven. Een verschil met Zwitserland is ook dat we reeds over drie gewesten beschikken, men kan deze bv. in eerste benadering als eerste kantons nemen en dan via een proces van referenda verder splitsen in kleinere kantons. De facto bestaan de kernen hier al van. Ook vandaag zijn er geïdentificeerde regio's met een eigen identiteit (Westhoek, Haspengouw, Condroz,...).
Ten tweede heeft het geen zin van de huidige complexe staatsstructuur, instellingen en wetgeving over te nemen op lokaal vlak. De complexiteit en de eermee gepaard gaande ondoorzichtigheid maken deel uit van de huidige impasse. In het bijzonder zal men de fiscaliteit en het sociale zekerheidssysteem te gronde moeten vereenvoudigen als men ze op kantonaal niveau terug invoert. Het positieve eraan is dat een degelijke grondige vereenvoudiging zich sowieso opdringt en deze staatshervorming is daarom een goede aanleiding. Men kan zich zelfs afvragen of dergelijke operatie niet een voorwaarde is om een staatshervorming op een praktische en relatief pijnloze manier te kunnen doorvoeren. De paradox is ook dat het heel wat van de oorzaken aan de basis van de huidige impasse zou kunnen wegnemen.
Ten derde is er het probleem dat ons land binnen een Europese context zich verbonden heeft aan het uitvoeren van de complexe Europese regelgeving. Deze verplichting is vandaag al goed voor 80% van alle nieuwe wetten en draagt bij tot de complexiteit van de huidige wetgeving. Als we kijken naar de druk die de Commissie uitoefent op landen die het referendum zelfs in hun grondwet ingeschreven hebben, om dat referendum te laten voor wat het is, dan kan men toch wel vragen stellen bij de democratische ingesteldheid van de Europese instellingen. Infeite hoeft ons dat niet te verwonderen. De Europese Commissie is zelf een verzameling van aangestelde nationale politici die hun particratische mechanisimes dikwijls gewoon over planten op het Europees niveau. De vraag rijst dan ook of men niet dringend aan bezinning toe is. Het risico is namelijk groot dat dit gebrek aan democratie de Europese eenheid ernstig ondermijnt, een fenomeen dat ook aan de basis ligt van het uiteenvallen van België. Ook Europa moet leren dat een gedecentraliseerde democratische werking veel meer welvaart en welzijn zal opleveren. Europa is geen homogeen geheel en men kan op verschillende verschillende wjzen lid zijn van de diverse Europese associatie verdragen. Landen zoals Zwitserland en Noorwegen bewijzen dat dit geen enkel probleem oplevert. Men kan zelfs lid zijn van de euro en Shengen zonder officieel lid te zijn van de officiële Europese Unie. Europa moet beseffen dat een sterk Europa alleen sterk hoeft te zijn waar het nodig is. Dit kan het best door elke lidstaat en zijn burgers sterk te laten zijn in wat men het best kan en niet door hem te bestoken met allerlei harmoniserende en gedetailleerde reglementeringen. Europa kan ook maar sterk zijn als het zijn eigen heterogeniteit erkent en gebruikt.
Zoals reeds gezegd, we mogen niet verwachten dat de huidige dienstdoende politici deze noodzakelijke ingrijpende veranderingen kunnen bewerkstelligen binnen hun huidig politiek kader. Daarvoor is de afstand tussen hen en de burger te groot geworden en zijn ze ook te zeer doordrongen van het conceptueel kader waarin ze zich opgewerkt hebben. Zelfs het Parlement heeft zijn rol van wetgevende macht grotendeels opgegeven. Er moet dus een overgangsstructuur bedacht worden waarbij een technisch bestuur met een welbepaald tijdschema het noodzakelijk wetgevend werk voorbereid. Men moet hierbij systematisch tewerk gaan. Enerzijds dienen materies zoals de fiscaliteit en de Sociale Zekerheid grondig vereenvoudigt, anderzijds dienen terzelfdertijd de nieuwe instrumenten van directe democratie in plaats gesteld te worden. De grondwetsherziening dient ook voltooid. We denken hierbij in het bijzonder aan Artikels 33 en artikels 35. De staatshervorming zelf dient dan met een reeks referenda door de burger bekrachtigd. Eens de hervorming doorgevoerd kan het normale politieke spel terug aanvatten. Blokkeringsminderheden zijn dan overbodig want men beslist via het lokale meerderheidsprincipe.
Het moge evenwel duidelijk zijn dat dit alles een proces van lange duur kan worden. Het moge ook duidelijk zijn dat men de burger hier vanaf het begin bij moet betrekken. Dit democratiseringsproject, een term die te verkiezen valt boven die van staatshervorming, kan maar lukken als het volledig door de burger gedragen wordt. Communicatie, debat en raadpleging zijn dus essentiële ingrediënten. Dit geldt voor België, Vlaanderen, Wallonië en Brussel maar evenzeer voor Europa zoals het débacle en de impasse rond het verdrag van Lissabon aangetoond hebben. Op lange termijn kunnen de vruchten evenwel zeer waardevol zijn: duurzame vrede en welvaart voor vele generaties.
Eric Verhulst, voorzitter www.WorkForAll.org, een onafhankelijke socio-economische denktank
Referenties:
[1a] Asa Johansson, Chirstopher Heady, Jens Arnold, Bert Brys, Layra Vartia. Tax and Economic growth. OECD Economics Department. Working Paper 620. July 2008.
[1b] The importance of public expenditure reform for economic growth and stability. ECB Monthlmy Bulletin, April 2006.
[2a] Tine Dhont, Freddy Heylen. Why do Europeans work (much) less? It is Taxes and government spending. Economic Inquiry. Vol. 46. No2, April 2008, 197-20
[2b] Employment and growth in Europe and the US - The role of fiscal policy composition. Tine Dhont, Freddy Heylen. Forthcoming Oxford Economic Papers
[3] Antonio Afonso, Ludger Schuknecht and Vito Tanzi, Public Sector efficiency: an international comparison. ECB Working Paper 242. July 2003.
[4] Jos Verhulst & Arjen Nijeboer, Directe democratie, Feiten, argumenten en ervaringen
omtrent van het referendum, Democracy International Brussel 2007, ISBN 9789078820017
[5] Lars. P. Feld, John G. Matsusaka. Budget referendums and government spending: evidence from Swiss cantons.
[6] Lars. P. Feld, Justina A.V. Fischer, Gebhard Kirchgaessner. The effect of direct democracy on income redistribution: evidence for Switzerland. CESIFO Working Papers 1837. October 2006.
[7] Lars P. Feld, Gebhard Kirchgaessner. Does Direct Democracy reduce public debt? Evidence from Swiss munipalities. Kluwer, Public Choice 109, P. 347 - 370, 2001.
[8] John Matsusaka: For the Many or the Few, University of Chicago Press, 2004
[9] " Initiative & Referendum Institute Europe - Guidebook to Direct Democracy" 2007 p. 57 - 63. "Jura: democracy, not nationalism"
