Doortastende voorstellen voor een effectieve activering

| | | |

Open brief aan Joëlle Milquet.

Al jaren probeert men de werkloosheid tegen te gaan met micromaatregeltjes. Het laatste in de rij is een premie van 75 euro om vanuit een regio met hoge werkloosheid een job aan te nemen in een regio waar er vraag naar is. Hoe wereldvreemd kan men wel zijn? De werkelijke kloof is eerder zo'n 500 euro/maand. De enige jobs die men gecreëerd heeft, werden stelselmatig zwaar gesubsidieerd. Tijd om eens echt economisch te gaan denken.

Welvaart = investeren en arbeid

Een fundamenteel probleem die de werkloosheid structureel in stand houdt, is de perceptie dat de wereld nog steeds enkel bestaat uit werkgevers en werknemers. Dit is een concept uit de tijd van de klassestrijd. Een klassestrijd die zich vandaag herhaalt in een schrijnende ongelijke sociale behandeling tussen ambtenaren, werknemers, zelfstandigen en jawel werklozen. Elk van deze klasses heeft zijn priviléges, maar is vooral een hokje waarin men met regeltjes gevangen zit. De zelfstandige die op eigen risiko een initiatief neemt wordt hierbij zwaar op de proef gesteld. Hij mag het hardst werken en als het goed afloopt kan hij van een welverdiende rust genieten. Heeft hij onderweg pech, dan wachten hem schandpaal en leefloon. Een RVAer daarentegen mag zelfs niet werken en moet ofwel actief worden langs de zijlijn of langzaam zijn levenslust verliezen. Dit is moreel en sociaal onaanvaardbaar.

Deze situatie recht trekken vereist dat men het hokjes denken verlaat. Welvaart wordt gecreëerd door alle mensen die investeren en ervoor werken. Zij doen dit omdat ze opportuniteiten zien om er zelf beter van te worden. In dit proces is het persoonlijk initiatief doorslaggevend. Dergelijk initatief kan men niet afdwingen met subsidies en innovatiebeleid. Men kan het wel smoren in de kiem door een resem van administratieve verplichtingen en vergunningen, afgetopt met een loodzware belasting op loon en bijdrage tot de Sociale Zekerheid. De samenleving ziet hierdoor veel economische waarde verloren gaan. Wie de cijfers van de RVA bekijkt en er de bruggepensioneerden bijtelt, komt tot de vaststelling dat een vierde van de beroepsbevolking niet bjdraagt. Meer zelfs, telt men de ambtenaren en de overheidscontractuelen erbij, dan leeft de helft van de actieve bevolking van een overheidsinkomen. Dit is niet alleen de grondoorzaak van de hoge belastinsgdruk, het is ook de oorzaak van de hoge werkdruk. Een kleine berekening leert ook dat de 1,2 miljoen RVAers aan een kostprijs van 9 miljard een ongebruikt economisch potentieel vertegenwoordigen van zo'n 50 miljard aan welvaartscreatie. Waar wachten we op om dit menselijk potentieel te laten openbloeien?

Eerste voorstel: laat RVAers werken aan een nettoloon

Er is vandaag een enorme kloof tussen de loonkost en hetgeen de werknemer als netto besteedbaar inkomen naar huis kan nemen. De arbeidsmarkt is dan ook scheefgetrokken. Bedrijven schreeuwen om medewerkers maar kunnen ze ofwel niet marktconform betalen ofwel vinden ze geen kandidaten omdat het marktconforme loon te laag is. Dit is de les uit de dienstencheques. Maak de kostprijs van arbeid marktconform en de vraag overstijgt het aanbod. Alleen kost dit systeem nu zo'n miljard voor een 50000 jobs, een sitatie die niet vatbaar is voor schaalvergroting en onrechtstreeks elders echte jobs gaat vernietigen. De oplossing ligt dus voor de hand: in plaats van te subsidieren via belastingen op andermans arbeid, laat de RVAers aan het werk tegen een onbelast nettoloon met behoud van de SZ dekking. Het terugverdieneffect hiervan is meervoudig: de kosten van de RVA dalen, het begrotingstekort daalt, de RVAers dragen nu economisch bij maar geraken ook uit de vergeetput waarin ze langzaam wegkwijnden of marginaliseerden. De vorming van een nieuwe onderklasse wordt aldus teniet gedaan en alleen daarom is dergelijke maatregel al te verrechtvaardigen. Het mooie van de zaak is dat dit voorstel volledig gratis is. Het zal de productiviteit van de bedrijven ten goede komen waardoor er terug een positieve groeispriaal ontstaat. De werkdruk kan terug verdeeld worden over meer mensen en men kan ook verwachten dat de lonen spontaan zullen stijgen.

Tegenstanders zullen hierbij opwerpen dat deze maatregel het bestaande systeem ondermijnt. Dat klopt en dit is niet te betreuren want het huidige systeem is zelfvernietigend. Overheid en Sociale Zekerheid moeten ook dringend gesaneerd worden om het in bedrijfstermen te zeggen. Dit voorstel ondermijnt de Sociale Zekerheid niet. Integendeel, het versterkt de Sociale Zekerheid en het versterkt de welvaartscreatie. De consequenties ervan zijn dat men er best aan doet van bv. gespreid over een periode van zeg maar 5 jaar de loonbelasting drastisch te verlagen voor iedereen. De RVA wordt dan wellicht overbodig.

Tweede voorstel: een statuut voor de Economische Initiatiefnemer

Zoals we hierboven aantoonden, welvaart onstaat uit het nemen van initatieven en risiko nemen. Hoe sterk die drang wel moge zijn blijkt ut het feit dat alhoewel zelfstandigen en ondernemers met een bedenkelijk sociaal statuut bedeeld worden, er toch nog steeds mensen zijn die doorzetten. De samenleving mag hen dankbaar is. Dat belet niet dat ons land een van de laagste scores haalt op gebied van ondernemingszin. Dat hoeft ons niet te verwonderen want de sprong vanuit een comfortabel maar niet altijd begeesterend ambtenaren of werknemersstatuut is groot. Daarenboven zijn beginnende initiatieven in bijberoep of voltijds niet direct in staat van het risiko in een aparte rechtsvorm onder te brengen. Daarom stellen we een nieuw statuut voor dat het huidige zelfstandigenstatuut volledig vervangt. De voornaamste regels zijn als volgt:

  • Op te richten met statuten, alleen of met meerdere initiatiefnemers.
  • Een Economisch Initiatiefnemer kan alle kosten inbrengen en is BTW plichtig.
  • Eenvoudig kasboekhouding, dus geen kapitaal vereist maar ook geen afschrijvingen.
  • Geen recht op subsidies of tegemoetkomingen.
  • Bij jaarwinst is de belasting 19% met een vrijstelling van 12000 euro/jaar.
  • De winstuitkering kan onbelast als inkomen uitgekeerd worden of hergeinvesteerd.
  • Verliezen zijn onbeperkt overdraagbaar.
  • Kan naast een job als werknemer, ambtenaar, RVAer of gepensioneerde uitgeoefend worden met behoud van de SZ dekking.
  • Indien de activiteit voltijds uitgevoerd wordt, dan garandeert de overheid een minimumleefloon van 500 euro maand en basis SZ.
  • Beperkt tot 1 miljoen euro/jaar aan omzet of 20 medewerkers

Men kan dit statuut vergelijken met dit van een micro-onderneming. Het risiko is hierbij beperkt terwijl de meerwaarde voor de economie veel omvangrijker kan zijn. Zelfs bij verlies, is de economische bijdrage minstens gelijk aan de omzet van dergelijke mini-ondeneming. Het kan de latente ondernemingszin terug aanwakkeren en de kiem leggen van heel wat toekomstige economische activieit. Het kan ook bijdragen de kleine en grote latente behoeftes in de samenleving in te vullen, zonder de uitgaven van de overheid te verhogen. Combineer deze twee voorstellen en het werkloosheidsprobleem is van de baan.

Eric Verhulst,

Voorzitter, www.WorkForAll.org, een onafhankelijke socio-economische denktank

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.
More information about formatting options