Staatshervormend en democratisch Vlaanderen schaakmat?

| |

Superieure Strategie van Franstaligen zorgt voor Begrafenis Staatshervorming

De franstaligen wisten het van in het begin. Met Yves Leterme zouden zij nooit een deal sluiten. De koppige West-Vlaming (met Waalse roots) hield vast aan zijn principes en aan de beloften, die hij plechtig gedaan had aan de Vlaamse kiezers. De Brusselaars en Walen hadden zoiets nog nooit meegemaakt: een Vlaming die niet toegeeft. Daar kan je als franstalige toch geen zaken mee doen, of toch ...?

Zij wisten trouwens van in het begin dat zij het langer konden volhouden dan de Vlaamse politici en wel om verschillende redenen, waarvan wij er de drie voornaamste opnoemen. Ten eerste: de franstalige media stonden als één man pal achter hun politici. Daar deze media blijkbaar de economische en democratische logica van een verregaande regionalisering niet willen begrijpen, hebben zij met allerlei drogredenen, leugens en fictie de franstalige publieke opinie zodanig opgejut dat de franstalige politici zich ijzersterk gesteund voelden door hun kiezers. De tweede reden even belangrijke reden was dat de franstaligen zich gesteund wisten door niet minder dan drie belangrijke instanties: de Monarchie, de vakbonden en het Belgisch establishment (waar ook vermogende Vlamingen en Brusselaars van deel uitmaken). Zoals bekend zijn inderdaad ook de vakbonden gekant tegen een vergaande regionalisering van bevoegdheden, omdat zij vrezen dat dit zou kunnen leiden tot een splitsing van de sociale zekerheid. Alhoewel dit economisch en democratisch uiterst wenselijk zou zijn, vrezen de bonden hierdoor aan macht en financiële slagkracht in te zullen boeten. En vermits het hemd nader is dan de rok, ... Wat goed is voor de bevolking is daarom nog niet goed voor de bonden zoals de 1,2 miljoen RVA-trekkers kunnen getuigen. Hoe kan het anders? De ledenbijdragen worden vooral betaald door de overheid zelf en de werkgevers.

De derde, maar daarom niet minder belangrijke reden, is puur financieel . Hoe langer men de regionalisering en de ermee gepaarde gaande verantwoordelijkheid kan afhouden, hoe langer men in de federale pot kan meegraaien om vooral een links kiespubliek voor zich te winnen. Die kiezer is daarbij niet hun eerste zorg, wel de mogelijkheid om vooral zichzelf in een sfeer van corruptie te kunnen verrijken.

De Vlaamse media lieten het afweten

In tegenstelling tot de franstalige media waren de Vlaamse media helemaal niet strijdvaardig. Op enkele uitzonderingen na, hebben zij nooit met overtuiging de Vlaamse standpunten verdedigd. Ook hebben zij naar onze overtuiging onvoldoende de economische en democratische noodzaak van een ver doorgedreven regionalisatie (lees: decentralisatie) aan de bevolking uitgelegd. Zelfs onze zogenaamde kwaliteitskranten (waarvan sommige in handen zijn van Franstalige aandeelhouders) waren erg lauw in hun commentaren. Sommigen slaagden er zelfs in te verbroederen met het Vlaamshatende dagblad "Le Soir". De Vlaamse politici voelden zich dan ook onvoldoende gesteund door hun eigen media en moesten het alleen zien te redden. De redenen van die lauwheid van de meeste Vlaamse media zijn moeilijk te achterhalen. Wij denken in de eerste plaats aan de invloed van de vakbonden. Die mag zeker niet onderschat worden. Maar ook de Monarchie en het Belgisch establishment hebben lange armen. Een telefoontje naar de hoofdredacteur volstaat. Verder is het bizar dat de Vlaamse media bang zijn Vlaamse standpunten te vertolken omdat dit misschien in de kaart zou kunnen spelen van typisch Vlaamse partijen zoals VB, NVA en LDD. Het lijkt in ons land bijna een doodzonde dat men als Vlaamse partij Vlaamse standpunten verdedigt ook al zijn ze niet meer dan een nuchter pragmatisme. Want wat de modale Vlaming wil is niet zozeer het einde van België maar eerder een België waarin hij zichzelf kan ontplooien. Dit geldt trouwens ook voor de modale Waal of Brusselaar die liever niet van afhankelijk is van een overheidsaalmoes.

Wat ook de redenen mogen zijn, die lauwheid van de Vlaamse media straalde af op de Vlaamse bevolking. Deze begon geloof te hechten aan de franstalige slogans dat België dringend een regering nodig had en dat we ons belachelijk maakten in het buitenland. Zelfs Vlaamse politici als Mieke Vogels kwamen op de Vlaamse televisie verklaren, dat er dringend een regering moest komen, omdat we nu een belachelijk figuur sloegen in het buitenland. De buitenlandse media vonden het meestal eerder bizar dat een staatshervorming geen evidentie was. Zij schreven zelfs dat België zijn niveau van overbodigheid heeft bereikt. Het is dan ook de vraag of de vaudeville van de laatste weken wel zo positief zal werken voor het buitenlandse imago.

Capitulatie

Onze moedige Vlaamse politici waren dan wel genoodzaakt de strijd te staken, onvoldoende gesteund door de eigen media en tegengewerkt door de vakbonden, het establishment en de Monarchie, en zelfs door bepaalde Vlaamse politici. Zelfs voor een koppige en moedige West-Vlaming was dit tekort aan steun (van Vlaamstalige zijde dan nog wel) teveel om dragen. De Vlaamse publieke opinie was om de tuin geleid en werd klaar gestoomd voor een capitulatie. De franstaligen roken hun kans en zij wisten dat zij hun slag zouden thuis halen, zonder een duimbreed te moeten toegeven. De Vlaamse media hadden er mee voor gezorgd, dat de rijpe appel zomaar in hun schoot viel.

De meesterzet van de Monarchie

De Vlaamse bevolking was uitgeteld en murw geslagen, op het randje van de onverschilligheid. Het geschikte ogenblik was aangebroken voor een meesterzet van de Monarchie, nl. Verhofstadt in de arena sturen. Na 8 jaar bewind wisten de franstaligen dat deze man nooit werk heeft willen maken van een staatshervorming en Wallonië haast altijd op zijn wenken werd bediend. Het was voor Verhofstadt veel gemakkelijker het been stijf te houden tegenover de Vlaamse verzuchtingen, en toe te geven aan de franstaligen, dan omgekeerd. Indien hij aan deze laatsten niet toegaf, dan was het gedaan met zijn regering, want hij kon erop kon rekenen dat de Vlamingen uiteindelijk toch meestal toe zouden geven.

Die aanduiding van Verhofstadt was het verlossende moment waarop de franstaligen, met zoveel geduld op hadden gewacht. Nu konden zij in een regering stappen met quasi zekerheid dat een staatshervorming terug op de lange baan werd geschoven. Het was dan ook met gejuich en bazuingeschal dat Verhofstadt door de franstaligen werd verwelkomd bij zijn aanstelling door de Koning. Het was een triomf van het zelfgenoegzame conservatisme. Of dit voldoende zal zijn om ook de echte uitdagingen, economisch, sociaal en democratisch aan te gaan, valt zeer te betwijfelen.

De absurde Paradox

Een eerste paradox: de verliezers van de verkiezingen zijn de winnaars geworden en het zijn zij die de touwtjes stevig in handen nemen. De winnaars zijn de verliezers en zij worden gewoonweg aan de kant geschoven. De stem van de kiezer telt niet meer mee tenzij als legitimatie van de macht. Een kleine tweeduizend km naar het oosten houdt men er precies dezelfde opinies op na en staatsgrepen verlopen zelfs daar meestal geweldloos.

Een tweede paradox: de Vlamingen hebben in dit land een overgrote meerderheid maar zij worden door een minderheid opzij gezet. Onder het mom van een bescherming van de minderheden heeft een Waalse stem 20% meer gewicht dan een Vlaamse en geniet ze daarenboven van een vetorecht. Dat men daarmee vele andere minderheden hun bescherming ontnomen heeft, wordt hierbij vergeten. Historisch gezien is dit de kiem leggen voor een onafwendbaar conflict waarin een dialoog op basis van gelijkheid onmogelijk wordt gemaakt. Een conflict dat perfect te vermijden is, tenminste als men als redelijke en moreel ontvoogde mensen door het leven gaat.

Vendelzwaaien

Alsof dit alles nog niet genoeg is, wordt er nog een comité van 12 wijzen gevormd om de begrafenis van de staatshervorming met de nodige plechtigheid te laten verlopen. Aan de namen te oordelen die thans circuleren, kan men al vooraf zeker zijn, dat er van een echte staatshervorming niets in huis zal komen. De nomenclatura heeft nog steeds de touwtjes in handen en roept luidkeels "Après nous le déluge!" (et à moi le fric).

Joëlle Milquet is er in elk geval zeer gerust in. In De Standaard van 21/12 op blz 7 kan men volgende verklaring lezen, die zij aflegde : "Ze moeten niet denken dat we ons nu soepeler gaan opstellen. CDH blijft gaan voor een unionistisch federalisme en een versterking van België..... Ik heb de indruk dat de Vlamingen niet langer verder willen gaan dan wat wij verantwoord vinden. Ze hebben ingezien dat wij dan neen zullen zeggen".

Wat rest ons Vlamingen nog: misschien nog wat vendelzwaaien op de volgende 11 juli viering? Die dag in 1302 was wellicht de laatste overwinning die de Vlamingen hebben behaald, maar die is dan wel al 705 jaar geleden. Wat de meeste Vlamingen niet weten is dat het wapenfeit van 1302 niet echt ging over taal maar over de belasting die de Franssprekende heersers eisten. Het ging toen over zo'n 10% (de fameuze tienden), even veel als de Noord-Zuid transfers, maar wel maar een fraktie van de 70 à 80% die de hardwerkende Belg mag ophoesten. Maar in tegenstelling tot de dappere strijders van toen, zijn we nu makke lammetjes geworden.

Willy De Wit

Medewerker bij de onafhankelijke socio-economische denkgroep "WorkForAll"

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.
More information about formatting options