De zoveelste paradox van de werkgelegenheid is de logica zelf

| |

De ondernemingen zien hun inspanningen om te groeien gefnuikt door een gebrek aan arbeidskrachten op de markt. Vooral de KMO’s hebben het moeilijk en die zijn niet noodzakelijk op zoek naar top ingenieurs. Nochtans, er zijn officieel nog 475000 werklozen uit een totaal van 1,2 miljoen mensen die van een RVA uitkering leven. Men kan dus niet echt spreken van een oververhitting van de arbeidsmarkt. De overheid daartegen heeft geen enkel probleem om arbeidskrachten aan te trekken. Integendeel, haar gelederen zijn de laatste jaren blijven aanzwellen. Ogenschijnlijk zitten we dus met een paradox. Maar zoals gewoonlijk, een paradox bestaat maar omdat men niet echt ziet wat er werkelijk aan de hand is.
Nochtans het is simpel.Dit is de wet van de vrije markt die zich ook manifesteert als men via interventies die vrije markt wil "bijsturen". In het huidige geval gaat het niet meer over één bijsturing maar over een resem van bijsturingen die elkaar opgevolgd en overlapt hebben. Situaties veranderen echter en men vergeet dat elke bijsturing neven effecten heeft op langere termijn

1. De inkomsten belasting.

Het is al in den treure herhaald, maar werken loont niet meer. Vooral de lagere inkomens zitten geplaagd met de inactiviteitsval. Van het (hoge) bruto loon wordt zoveel afgehouden dat er netto te weinig overschiet.. Dit was ook het verhaal dat ik onlangs te horen kreeg op een lunchgesprek georganiseerd door de GRAM vzw, een vereniging die verontwaardigd opkomt tegen de beknotting van de werklust door de overheid. Vooral kleine KMO’s stellen vast dat de arbeidsmotivatie laag is en dat het aartsmoeilijk is geworden zelfs personeel te vinden voor de meest triviale jobs. Een activeringsbeleid kan daar weinig aan helpen, zelfs als het over jongeren gaat waarbij het immoreel is dat men ze na hun school periode in de inactiviteitsval laat ronddwalen. Het kan hun tekenen voor het leven. De werkelijke loonkost (d.i. nettoloon + fiscale lasten + SZ) ligt hoog en maakt de bedrijven nauwelijks competitief op de internationale markt. Grotendeels is dat opgevangen door een hogere productiviteit, lees meer automatisering met uitstoot van tewerkstelling en hogere werkdruk. Burn-outs op 35 jaar zijn geen uitzondering meer. Het probleem is nu evenwel doorgestoten tot bij de nettoloon zijde. De loonkost wordt begrensd door de noodzaak internationaal competitief te blijven en door de vaststelling dat nog verdere verhogingen van de productiviteit niet meer evident zijn. De loonbelasting drukt hierdoor op de nettolonen. De koopkracht evenwel wordt bepaald door de marktprijs waarvan dikwijls nog eens allerlei belastingen zoals BTW en accijnzen en doorgerekende arbeidskosten de helft gaan uitmaken. Grosso modo komt het erop dat de reële koopkracht dikwijls maar een zesde bedraagt van de totale loonkost. Dat dergelijke verhouding niet bepaald motiverend werkt voor werkgevers én werknemers is duidelijk. Het gevolg is dat de bereidheid tot werken slinkt en werkgevers door een tekort aan personeel hun economisch potentieel niet kunnen bereiken. Dit is geen falen van de vrije markt, maar de naakte toepassing ervan. Wie niet meer gemotiveerd is om voor degelijk loon nog te gaan werken, is geen werkschuwe maar iemand die een rationele beoordeling heeft gemaakt.

2. Subsidiëring van inactiviteit en jobs met een lage productiviteit.

Als dit nog niet genoeg was, de overheid heeft er nog een tweede schep bovenop gedaan. Met het idee van "we gaan jobs scheppen" is men inactief worden gaan subsidiëren. Sluitingen of herstructureringen van meestal grote bedrijven hebben de brugpensioenen in het leven geroepen. Gecombineerd met een forse ontslagvergoeding was het dikwijls een vrij rationele keuze om op het aanbod in te gaan. Hoewel dit stelsel nu afgebouwd wordt kan men zich afvragen waarom men het in het leven geroepen heeft. Hoe kan men aan de hardwerkende landgenoot vragen tot 65 te werken als men sommige mensen nog voor hun vijftigste wandelen gestuurd heeft met een flinke spaarpot in de hand?

Wanneer we vandaag naar de uitkeringen van de RVA kijken, dan zien we dat er zelfs meer mensen een uitkering krijgen om niet te werken dan er werklozen zijn. Zo zijn er een massa maatregelen voor loopbaanonderbreking en zijn er de welbekende dienstencheques om "werk" te verzetten aan een kwart van de werkelijke kost met het verschil bij te passen door de argeloze belastingsbetaler. Dergelijke maatregelen zouden strikt beperkt moeten worden tot de sukkelaars op de arbeidsmarkt en beperkt zijn in duur. Economisch betekenen deze maatregelen immers dat de bedrijven en werknemers weer eens het gelag gaan betalen. Deze maatregelen worden ergens betaald met belasting op iemand zijn loon. Globaal daalt de productiviteit en stijgt de belastingsdruk. Het budget van de RVA bedraagt dan ook zo'n 9 miljard euro of grosso modo een kwart van de inkomstenbelasting. Ook de Belgische overheid gebruikt 250 000 mensen uit de private sector als werknemers. Het hoeft geen betoog om in te zien dat dit ergens anders productieve arbeidsplaatsen en economische groei vernietigt. Aangezien de productiviteit per werknemer in de industrie en de formele dienstensector veel hoger ligt dan in de gesubsidieerde sector en bij de overheid, is het duidelijk dat deze 9 miljard van de RVA een veelvoud in economische groei vertegenwoordigt die we moeten missen.

3. Arbeidsvernietigende loonvorming bij wet

Een ander zeer punt is de loonvorming zelf. Globale regels zelfs met betrekking tot toegelaten loonsverhoging worden met de arm der wet achter de deur globaal doorgedrukt, zonder rekening te houden met regionale en sectoriële verschillen. Dit is vooral nefast voor de kleinere bedrijven die meestal veel arbeidsintensiever zijn dan de grotere industriële bedrijven. Het belet zelfs bedrijven de meer productieve werknemers financieel meer te motiveren, tenzij men ze ogenschijnlijk van functie verandert. Dat er grote verschillen kunnen zijn tussen de bedrijven onderling wordt daarbij ook niet in rekening genomen. Dan zijn er nog de exuberante ontslagregelingen en de loonnormen die gebonden zijn aan leeftijd en anciënniteit. Het resultaat is dat de bedrijven zich hoeden om mensen op langere termijn in dienst te nemen en vijftig jarigen kunnen het zonder steunmaatregelen wel vergeten. Nochtans hier gaat ook veel kennis verloren. Dergelijk systeem wekt totaal averechts en leidt tot een nieuwe duale samenleving. Men kan dat ook in het buitenland verifiëren. In Italië bijvoorbeeld kan men ook niet wettelijk ontslaan met als gevolg dat de helft van de mensen in dienst zelfstandigen zijn. Dat was nooit de bedoeling maar het is wel het logische gevolg.

4. Te royale sociale statuten voor ambtenaren.

Het toppunt is evenwel het recente rapport dat aantoonde dat de overheid zelf nu veel van de bekwame en nog werkwillige krachten aantrekt, of liever gezegd wegzuigt, uit de private sector. Sommigen zullen dan wel beweren dat dit allemaal valabele jobs zijn bij de overheid, maar daar zijn een paar kantekeningen bij te maken. Vooreerst zijn dit weer eens gesubsideerde jobs die met andermans belastingen betaald moeten worden. Ten tweede is de vraag wat de economische meerwaarde ervan is, zeker als men weet dat de overheid hetzelfde zou kunnen bereiken met bijna de helft van de middelen (ECB 2003). Het schrijnende is evenwel dat de jongere generatie het blijkbaar van langsom minder ziet zitten om in de private sector nog te gaan werken. Met andere woorden, het probleem is zich gaan nestelen in de hoofden der mensen. Een belangrijke oorzaak is niet alleen de te geringe koopkracht dat werken oplevert, maar ook dat het statuut van de ambtenaar discriminerend te gunstig is. Ontslag is zo goed als onmogelijk, de verloning is meer gestegen dan in de private sector en het pensioen is dubbel zo royaal. Maar, als iedereen voor de overheid zou werken, wie gaat dan nog de nodige inkomsten genereren voor diezelfde overheid?

5. De vergeten factor: de marginale nutsfunktie

Ook al is de gemiddelde belastingsdruk "maar" zo'n 50%, wat mensen motiveert is wat een extra inspanning oplevert. De maximale officiële marginale belasting op inkomen bedraagt zo'n 50% vanaf een inkomen van 31700 euro (lees de bijlage van uw belastingsaangifte). Dat is maar zo'n 2642 euro/maand. Niet echt iets voor de "rijken" maar voor Jan en alleman. Nog erger, al vanaf een inkomen van 865 euro/maand betaalt men 40% belasting. Veel aftrekposten kunnen dergelijke verdieners niet inbrengen. Een van de oorzaken is de perverse en quasi onzichtbare belastingsverhoging door de inflatie die men jaren stilzwijgend niet doorgerekend heeft in de belastingsschalen. Waar is de tijd dat een brood 10 frank kostte? Maar er is meer. De effectieve belastingsvoet is dikwijls 80% en hoger. De oorzaak hiervan is de perverse complexiteit van onze belastingswetgeving. Complexiteit is hier niet het juiste woord. De aftrekposten en nevenvoorwaarden scheppen niet alleen een barrière voor de lage inkomens, ze maken zelfs het hele systeem eerder regressief en ondoorzichtig. Lage inkomens worden helemaal niet aangemoedigd om te gaan werken, hogere inkomens kunnen geen gebruik meer maken van al die aftrekposten en kunnen beter niet harder gaan werken en hun inkomen anders besteden. Een vlaktaks met vrijstelling zelfs aan marginale belastingsvoet van 38% zoals Professor Decoster onlangs berekende is zelfs niet alleen veel eerlijker en gunstiger, het zal een gemiddelde belastingsdruk opleveren die veel lager ligt en die terug aanzet tot werken. Die 38% is trouwens een overschatting omdat de berekening geen rekening houdt met mogelijke besparingen en lange termijn terugverdieneffecten.

6. De echte boosdoener: een overheid met Stuff-It proporties, een piramide op zijn kop.

Dat hervormingen dringend en onvermijdelijk zijn, begint stilaan door te dringen. Maar het dringt nog niet voldoende door dat men aan de oorzaak moet werken om de symptomen te doen verdwijnen. Een efficiëntere en sterk afgeslankte overheid is zeker een eerste stap om de belastingsdruk te kunnen verlagen. Maar dit is niet voldoende. We moeten terug naar een samenleving waarin de burger zijn lot meer in eigen handen heeft en er ook de verantwoordelijkheid voor draagt. Dat is pas echte democratie. Het systeem moet simpel en doeltreffend zijn en men moet verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor zijn eigen daden. We moeten daarvoor niet ver zoeken. De bedrijfswereld moet zich elke dag aan dergelijke gedragscode houden. Veel overheidsdiensten zijn nu zo slecht georganiseerd dat ze het geen jaar in de competitieve vrije markt zouden volhouden. Waarom hebben we ze dan wel? Verantwoordelijkheid nemen is één zaak, er voor beloond worden is het correlaat. De principes zijn eenvoudig maar is men ze niet vergeten? Maar ook hier werkt de vrije markt. De uitdaging is heel simpel: aanpassen of verdwijnen. Ook Staten kunnen failliet gaan.

Eric Verhulst,

Voorzitter www.workforall.org <http://www.workforall.org/> , een onafhankelijke socio-economische denktank.

Loonkost versus netto loon

Goede middag, LS Het is niet zo verwonderlijk dat de vakbonden nog steeds ijveren voor meer loon. Hun leden ontvangen - zowat iedereen lijkt het er althans over eens te zijn - te weinig netto loon. Vandaag de dag kennelijk liefst als rot-op premie. Er is immers de beperkte marge voor opslag via de afgesproken loonmatiging. Het bedrijf ziet daardoor precies zijn beste krachten verdwijnen. Zij zoeken snel ander werk, en incasseren vervolgens de premie. In die volgorde. Degenen die absoluut niet voldoen worden ontslagen, wat overblijft is de middelmaat. De werknemers weten niet hoeveel zij kosten. Wat ze wel weten is hoeveel zij netto per betaalperiode krijgen. Misschien weten ze ook nog hoeveel het bruto loon is dat zij per uur of per maand toegekend krijgen. Ik vrees zelfs dat vele werkgevers niet precies weten hoeveel hun personeel kost. Een foutieve berekening/inschatting van de extra-legale voordelen is daar dan wellicht de oorzaak van. Het Brutoloon is slechts een fictief getal. Het wordt slecht gebruikt om er allerlei berekeningen op los te laten, waarna de werkgever weet hoeveel hij mag betalen aan het personeel en hoeveel aan de Staat "toekomt". Hoog tijd dat de volksverlakkerij een einde neemt. En dat op de loonbrief die maandelijks aan de werknemers moet overhandigd worden vermeld word wat de loonkost is (=1/12de van de jaarloonkost)die dan vervolgens telkens verminderd wordt met - de rsz-werkgever verschil = bruto loon - de rsz-werknemer - de bedrijfsvoorheffing saldo = netto loon - het detail van de andere afhoudingen (waaronder de betaalde Voordelen) en eventueel vermeerderd wordt met toelagen of terugbetaalde kosten. Het resultaat van die opsomming geeft dan het te betalen loonsaldo. Zo zal elke werknemer ten minste weten wij hij aan zijn werkgever kost, en wat hij daarvan krijgt. De jaarloonkost dient niet alleen de directe loonkosten, vakantiegeld, premie's, te omvatten, maar ook de uitgaven gedaan voor de firmawagen (= factuurbedrag van de leasing maatschappij) en de indirecte loonkosten, m.n. en o.m. een deel van de kosten van de ondernemingsraad, van .... indirect uiteraard slechts voor de persoon in kwestie. De kosten van (bvb) de kantoorruimte van de bediende worden hier niet bedoeld. In echt grote bedrijven, waar vaak (nog) grote getallen als zijnde de winst in de jaarrekening vermeld worden, zal dit misschien een iets minder groot effect hebben, in de KMO's kan men verwachten dat de werknemers wel een zullen nadenken en zal de nijging om opslag te vragen snel verminderen. Dit zou ook een eerste aanzet kunnen zijn opdat de sociale partners (en vooral dan de vakbonden) met de juiste maar vooral meer accurate gegevens kunnen (moeten) discussiëren over de loonkosten en al wat daar betrekking op heeft. Uiteindelijk zou het onderscheid tussen bedienden en arbeiders volledig moeten verdwijnen. Door deze voorstelling van zaken worden de verschillen tussen arbeiders en bedienden al iets minder uitgesproken in beeld gebracht. Maar niet alleen dit onderscheid, ook voor de ambtenaren zou het loon en alle voordelen op dezelfde wijze moeten bepaald (én voorgesteld) worden als voor de werkneers in de privé. Ook hier is een juiste voorstelling van zaken cruciaal om tot een juiste vergelijking tussen stelsels te kunnen komen. Als het bovenstaande slechts een eerste aanzet is, dan blijft er nog genoeg stof voor discussie over. mvg Bert Verdonck Accountant-Belastingconsulent AAB Accounting bvba Lier

Proficiat. Het artikel

Proficiat. Het artikel illustreert perfect de probeemsituatie waarin we momenteel verkeren.Wij zijn een kleine KMO en ons ervaren personeel wordt weggekaapt door de grote firma's vanwege hun veelzijdigheid. Zelf vinden we geen personeel meer.We hebben werk genoeg,doch zullen het waarschijnlijk niet kunnen uitvoeren vanwege personeelsgebrek. Aangezien ons produkt een unicum is dat wereldwijd verkocht wordt,zullen we misschien zelfs gedwongen worden om het elders te produceren,willen we overleven.
Trieste situatie. Van motivatie gesproken.
Bedankt voor de steun,we proberen verder te strijden!

Verhellen Ghislain - Busschaert Engineering

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.
More information about formatting options