Submitted by thierry debels on 17 January, 2008 - 09:53.
Waar is de economische logica van ontwikkelingsngo’s?Jaarlijks, in het midden van deze maand, voeren de jongens en meisjes van ontwikkelingsngo Vredeseilanden opnieuw campagne voor een leefbare en milieuvriendelijke landbouw in het zuiden. Dat klinkt goed – althans als het zo algemeen gesteld wordt. Maar dat plaatje verandert als we dit actieplan in detail analyseren – vanuit een economische benadering.Laten we het illustratieve voorbeeld nemen van de Togolese tomaten. Tomatenkwekers in het noorden van Togo hebben de voorbije jaren volgens ngo’s goed geboerd. In sommige delen van dat land werden zelfs tomaten geïntroduceerd als nieuw gewas. Essentieel is aan te stippen dat op dat ogenblik reeds tomatenpuree uit Italië en Nederland werd ingevoerd. Goedkope puree. Op de plaatselijke markten kon toen al vastgesteld worden dat de Togolese vrouwen vooral deze concentree kochten omdat dit product een betere prijs/kwaliteitsverhouding heeft dan verse tomaten.Nu vragen ontwikkelingsngo’s zoals Vredeseilanden dat de Togolese markt afgeschermd wordt zodat Italiaanse en Nederlandse tomatenpuree niet meer op de markt verkocht mag worden. Bedoeling is immers de onverkochte Togolese tomaten te verwerken tot Togolese tomatenpuree. En nu is er natuurlijk (Westers) geld nodig om machines aan te kopen die deze tomaten kunnen verwerken. Ontwikkelingsngo’s vinden dus dat Togo zijn markt moet kunnen afschermen tegen de invoer van Italiaanse tomaat in blik. Vanuit economisch oogpunt gezien is deze redenering evenwel je reinste onzin. De reden hiervoor is dat je niet enkel het nut van de boer in beschouwing mag nemen maar het nut van alle Togolese consumenten.Vanuit de welfare economics of welvaartseconomie is het eenvoudig aan te tonen dat een dergelijk protectionisme welvaartsvenietigend zou werken. Studenten economie moeten dit zelfs grafisch kunnen aantonen. Ook intuïtief is dit niet eens zo moeilijk om te begrijpen. Een ander – even sprekend – voorbeeld. In het jeugdjournaal Karrewiet op KetNet, de jongerenzender van de openbare omroep, wordt enkele weken geleden een Afrikaanse boer gevolgd. Hij heeft een aantal zakken maïs geoogst die opgeslagen liggen in zijn schuur. Elke dag gaat de boer – met de brommer – naar de plaatselijke markt om de prijs van dit gewas te controleren. Als de prijs te laag ligt naar zijn gevoel, wil hij niet verkopen.De redenering van deze boer is fout. De kostprijs van dit gewas is immers een sunk cost. De kosten zijn immers in het verleden gemaakt. Elke prijs die hoger is dan nul, is economisch interessant voor deze boer. Wellicht speculeert hij op een prijsverhoging van het gewas. Misschien terecht. Niemand kent de prijsevolutie op de plaatselijke markt van dit specifieke gewas beter dan deze boer. Maar de kans is veel groter dat zijn hoop ijdel is. Daarom kan hij beter zijn gewassen voor een lagere prijs (dan verhoopt) verkopen dan deze te laten rotten of beschimmelen in zijn voorraadschuur.In de reportage wordt de houding van de boer verdedigd en ook aangehaald dat de boer niet met verlies wil verkopen. Hoezo, met verlies? Varkenskwekers verkopen vandaag biggen met verlies. Dat komt door de hoge graanprijs. Je kan een economische berekening (direct costing) maken van hoeveel het kost om een big te voeden. Dat zet je tegenover de verkoopprijs van een varkentje. Hoe je het ‘verlies’ van de maïsboer uit Togo berekent is minder duidelijk. Eigenlijk gaat het hier zelfs niet eens over een verlies. Dat is alleen zo als de totale opbrengst van deze boer – een ton maïs – lager zou zijn dan de kostprijs van het zaaigoed. De houding van deze Togolese boer is des te frappant aangezien de man een micro-krediet lopen heeft. Met het toestaan van een dergelijk krediet zou dus tegelijk een basiscursus economie gekoppeld moeten zijn. Vraag is alleen wie deze boer de economische principes zal uitleggen. De Westerse ontwikkelingsngo?Ontwikkelingsngo’s zoals Vredeseilanden onderschrijven de Millenniumdoelstellingen. Tegen 2015 moet het aantal mensen dat honger lijdt gehalveerd zijn. Een concrete aanbeveling van deze ngo’s is dat boeren in het zuiden hun lokale landbouwmarkten moeten kunnen afschermen. Misschien is het toch zinvoller dat de werknemers van deze ngo’s eerst een basiscursus economie volgen.
Waar is de economische logica van ontwikkelingsngo’s?
Waar is de economische logica van ontwikkelingsngo’s?Jaarlijks, in het midden van deze maand, voeren de jongens en meisjes van ontwikkelingsngo Vredeseilanden opnieuw campagne voor een leefbare en milieuvriendelijke landbouw in het zuiden. Dat klinkt goed – althans als het zo algemeen gesteld wordt. Maar dat plaatje verandert als we dit actieplan in detail analyseren – vanuit een economische benadering.Laten we het illustratieve voorbeeld nemen van de Togolese tomaten. Tomatenkwekers in het noorden van Togo hebben de voorbije jaren volgens ngo’s goed geboerd. In sommige delen van dat land werden zelfs tomaten geïntroduceerd als nieuw gewas. Essentieel is aan te stippen dat op dat ogenblik reeds tomatenpuree uit Italië en Nederland werd ingevoerd. Goedkope puree. Op de plaatselijke markten kon toen al vastgesteld worden dat de Togolese vrouwen vooral deze concentree kochten omdat dit product een betere prijs/kwaliteitsverhouding heeft dan verse tomaten.Nu vragen ontwikkelingsngo’s zoals Vredeseilanden dat de Togolese markt afgeschermd wordt zodat Italiaanse en Nederlandse tomatenpuree niet meer op de markt verkocht mag worden. Bedoeling is immers de onverkochte Togolese tomaten te verwerken tot Togolese tomatenpuree. En nu is er natuurlijk (Westers) geld nodig om machines aan te kopen die deze tomaten kunnen verwerken. Ontwikkelingsngo’s vinden dus dat Togo zijn markt moet kunnen afschermen tegen de invoer van Italiaanse tomaat in blik. Vanuit economisch oogpunt gezien is deze redenering evenwel je reinste onzin. De reden hiervoor is dat je niet enkel het nut van de boer in beschouwing mag nemen maar het nut van alle Togolese consumenten.Vanuit de welfare economics of welvaartseconomie is het eenvoudig aan te tonen dat een dergelijk protectionisme welvaartsvenietigend zou werken. Studenten economie moeten dit zelfs grafisch kunnen aantonen. Ook intuïtief is dit niet eens zo moeilijk om te begrijpen. Een ander – even sprekend – voorbeeld. In het jeugdjournaal Karrewiet op KetNet, de jongerenzender van de openbare omroep, wordt enkele weken geleden een Afrikaanse boer gevolgd. Hij heeft een aantal zakken maïs geoogst die opgeslagen liggen in zijn schuur. Elke dag gaat de boer – met de brommer – naar de plaatselijke markt om de prijs van dit gewas te controleren. Als de prijs te laag ligt naar zijn gevoel, wil hij niet verkopen.De redenering van deze boer is fout. De kostprijs van dit gewas is immers een sunk cost. De kosten zijn immers in het verleden gemaakt. Elke prijs die hoger is dan nul, is economisch interessant voor deze boer. Wellicht speculeert hij op een prijsverhoging van het gewas. Misschien terecht. Niemand kent de prijsevolutie op de plaatselijke markt van dit specifieke gewas beter dan deze boer. Maar de kans is veel groter dat zijn hoop ijdel is. Daarom kan hij beter zijn gewassen voor een lagere prijs (dan verhoopt) verkopen dan deze te laten rotten of beschimmelen in zijn voorraadschuur.In de reportage wordt de houding van de boer verdedigd en ook aangehaald dat de boer niet met verlies wil verkopen. Hoezo, met verlies? Varkenskwekers verkopen vandaag biggen met verlies. Dat komt door de hoge graanprijs. Je kan een economische berekening (direct costing) maken van hoeveel het kost om een big te voeden. Dat zet je tegenover de verkoopprijs van een varkentje. Hoe je het ‘verlies’ van de maïsboer uit Togo berekent is minder duidelijk. Eigenlijk gaat het hier zelfs niet eens over een verlies. Dat is alleen zo als de totale opbrengst van deze boer – een ton maïs – lager zou zijn dan de kostprijs van het zaaigoed. De houding van deze Togolese boer is des te frappant aangezien de man een micro-krediet lopen heeft. Met het toestaan van een dergelijk krediet zou dus tegelijk een basiscursus economie gekoppeld moeten zijn. Vraag is alleen wie deze boer de economische principes zal uitleggen. De Westerse ontwikkelingsngo?Ontwikkelingsngo’s zoals Vredeseilanden onderschrijven de Millenniumdoelstellingen. Tegen 2015 moet het aantal mensen dat honger lijdt gehalveerd zijn. Een concrete aanbeveling van deze ngo’s is dat boeren in het zuiden hun lokale landbouwmarkten moeten kunnen afschermen. Misschien is het toch zinvoller dat de werknemers van deze ngo’s eerst een basiscursus economie volgen.