België heeft nu ook een eerste vlaktaks (voor artiesten)
Submitted by eric.verhulst on 6 July, 2008 - 14:19. discriminaie | Nederlands | none | VlaktaksWorkForAll pleit sinds lang voor een sociale vlaktaks met vrijstelling. Zo'n 30% zou volstaan. Een vlaktaks is eerlijk en doorzichtig en kost heel wat minder. Belangerijk daarbij is de marginale aanslagvoet. Nu bedraagt die al snel 50%. Over dit soort voorstellen wordt meestal in een bocht omgereden. Vrij vreemd, want dit is net wat de regering onlangs doorgedrukt heeft: een vlaktaks van 15% die na aftrek van beroepskosten neer kan komen op slechts 7,5%. Echt eenvoudig is de taks wel niet, want boven 50000 euro, wordt het inkomen uit auteursrechten niet langer als een roerend inkomen maar als een gewoon inkomen belast. Dit is dus wellicht ook de eerste hybride inkomstentaks in de geschiedenis. Het is dan ook geen schoolvoorbeeld van duidelijke wetgeving. Dat dit tot geschillen met de fiscus zal leiden, is bijna zeker.
De complexe inkomstenbelasting
U heeft hem wellicht nu al ingevuld, uw jaarlijks belastingsaangifte. Een toonbeeld van verambtelijking. Er is het iets eenvoudigere Deel 1 voor wie de inkomsten en uitgaven zowieso al gekend zijn. Eenvoudig betekent nog steeds niet dat de meeste gewone mensen dit zelf kunnen invullen. Er is ook Deel 2, weggelegd voor diegenen die niet als gewone werknemer of gepensioneerde een inkomen verdienen. Beide delen tesamen bevatten mee dan 600 vakjes. Een hele klus om dat in te vullen. Het hoogste tarief, en elk middenklasse inkomen heeft er mee te maken, bedraagt zo'n 50%. Wie genoeg verdient, kan ook wat fiskaal begunstigde uitgaven aftrekken. Wie niet genoeg vedient kan dat niet en betaalt de volle pot. Dat alles wordt wel nog gecompliceerder als men rekening moet houden met bv. de gezinssituatie. Het verderfelijke van de situatie is niet alleen dat het officiële maximum belastingstarief an sich hoog is, maar dat door de combinatie van al deze belastingsregels het marginale belastingstarief vele malen hoger kan zijn. Soms loopt dit op tot 80%, soms zelfs meer. Wie vanuit een vervangingsinkomen een job gaat zoeken komt uit op een oneindig hoge marginale belastingsvoet, want hij/zij houdt dikwijls netto minder over. Maar ook wie werkt, wordt getracteerd op een steeds grotere afroming. De marginale belastingsvoet mag dan wel maar 50% bedragen, de extra loonkost voor de bedrijven is met de sociale zekerheidsheffing een veelvoud van wat men netto overhoudt. Een vlaktaks zou dit alles veel eenvoudiger en eerlijker maken. Het zou ook de administratie overlast met een paar miljard kunnen verminderen.
Een vlaktaks van 15%, ja zelfs 7,5% voor kunstenaars en auteurs
De regering heeft blijkbaar ingezien dat dergelijke belastingswetgeving zeer demotiverend werkt en het werken in de grijze zone aanmoedigt. Daarom is er nu een nieuwe wet die wellicht noor het zomerrecess in voege zal treden. Kunstenaars en auteurs genieten op het inkomen dat ze uit hun creatieve en geestelijke arbeid verwerven nu van een vlaktakstarief van 15%, zoals dit geldt voor roerende inkomsten. Er is zelfs meer. Ze mogen tot 10 000 euro 50% van deze inkomsten forfaitair beschouwen als kosten, zodat het eigenlijke tarief maar 7,5% bedraagt. Voor de schijf tot 20 000 euro bedraagt het forfait 25%. Let wel dit geldt tot een inkomen van 50 000 euro. Daarboven wordt de bijkomende inkomsten als normale inkomsten belast en zijn er geen forfaitaire kosten in te brengen, maar men kan natuurlijk de werkelijke kosten inbrengen. Voorwaar, de regering is hier wijs tewerk gegaan. Heel wat auteurs en kunstenaars hebben namelijk al een "gewoon" inkomen als werknemer of ambtenaar. Schrijven ze dan tussendoor een boek of maken ze een beeldend kunstwerk, dan komen de inkomsten hieruit bovenop hun normale inkomen. Belast aan een maginale belastingsvoet van 50% en met de beperkingen van aftrek van beroepskosten, blijft daar dus dikwijls weinig van over, reden wellicht waarom sommige auteurs zelfs de hun toegekende prijzen weigeren omdat het prijzenbedrag niet hoog genoeg is. Het sop is de kool niet waard, niewaar. Willen we dus onze kunstenaars en auteurs nijverig en creatief aan het werk houden, dan moet de inkomstenbelasting aangepast worden. Een de facto vlaktaks van 7,5%, wie zou daar zijn bed niet voor uitkomen? We mogen ons dus nu verwachten aan een bloeiperiode van de letteren en kunsten in onze lage landen. Natuurlijk, laat ons eerlijk zijn, het zullen wel meestal kunstenaars zijn die minder succesvol zijn want met 50000 euro inkomen, komt men niet ver.
Ja, maar wat nu met iedereen van ons?
Men kan zich nu afvragen wat de uiteindelijke bedoeling is van deze specifieke vlaktaks van 15%? Is dit een voorbode van een algemene vlaktaks? Tenslotte gaan we naar een periode met zware besparingsrondes voor de begroting en een vlaktaks zal niet alleen ettelijke miljarden kunnen besparen aan innings- en aangiftekosten, het zal wellicht ook de inkomsten verhogen zowel voor de overheid als voor de belastingsbetaler. De koopkracht is dus beter beschermd. Het is ook zo dat indien deze inkomstenbelastinsgregeling voor iedereen zou gelden, er wellicht snel geen RVA-trekkers (waaronder veel werklozen en loopbaanonderbrekers) meer zouden zijn. Dit zou weer enkele miljarden aan besparingen opleveren. De ondernemingsgeest zou weer opleven. Creativiteit en risiko nemen is niet alleen voor kunstenaars een belangerijk gegeven maar ook voor de ondernemende creatieveling. Beide geloven in een idee waarvan ze niet zeker zijn maar ze willen er vroeg of laat wel wat aan over houden. Pure l'art pour l'art is dan ook alleen maar mogelijk als iemand anders het kostenplaatje gaat invullen. Zoals bij de dienstencheques, bijvoorbeeld.
De regering zal trouwens ook om andere redenen snel de lat voor iedereen gelijk moeten leggen. Vooreerst is het sociale statuut al lang een bron van ongelijkheid. Men kan dan wel argumenteren dat dit door contractuele negotiaties tot stand is gekomen maar dat argument gaat niet op. Contracten zijn steeds beperkt in duur en specifiek wat betreft hun voorwerp. Als men de materie ervan wettelijk gaat bestendigen, ook voor toekomstige contractanten, dan is hier eerder sprake van wettelijke discriminatie of priviléges. En dat is in strijd met het grondwettelijk beginsel van gelijkheid van alle burgers. Met de vlaktaksregeling voor inkomsten uit kunst en auteurschap gaat men zelfs een stap verder. Men maakt hiermee een discriminerend onderscheid naargelang de arbeid die aan de basis lag van het verworven inkomen. Is het werk van een kasseilegger dan minder waard dan dat van een schrijver die over diezelfde kasseien loopt? Is er een reden te verzinnen waarom een lasser 50 euro zou moeten afgeven op een inkomen van 100 euro terwijl hetzelfde inkomen op laswerk als kunst bedreven maar belast moet worden aan 7,5 euro? Dit is zelfs des te verwondelijk als men bedenkt dat een gewone auto niet mag uiteen vallen omwille van een slechte lasnaad, terwijl een kunstwerk dat eruit ziet als een auto zelfs geen auto hoeft te zijn. Integendeel, hij mag zelfs gerust uiteen vallen, het is wellicht onderdeel van de kunsthappening.
Conclusie: een lage vlaktaks werkt
Het was wellicht niet de bedoeling vcan dit wetgevend voorstel, maar de overheid heeft met deze wet impliciet te kennen gegeven dat een lage vlaktaks werkt om de activiteit, in het bijzonder van de lage inkomens, te herstellen. Wat geldt voor artiesten geldt voor alle RVAers en geldt voor iedereen die een extra inspanning wil leveren. Het is ook de enige manier om de koopkracht daadwerkelijk te vrijwaren. Het huidige herverdelingsysteem mag dan wel electoraal gunstig lijken, in werkelijkheid fnuikt het de activiteitsgraad, het kost meer dan het opbrengt en het zit vol met ongewenste aberraties. Laat ons allemaal kunstenaar worden en het probleem is van de baan.
Eric Verhulst
Voorzitter www.WorkForAll.org, een onafhankelijke socio-economische denktank
