Boodschap voor Yves Leterme en Joëlle Milquet : De Nieuwe Economische Theorie voor dringende belastingverlagingen

|

Tijdens het formatieberaad op Hertoginnendal voerde de franstalige politica Joëlle Milquet (cdh) een sterke oppositie tegen de voorstellen tot verlaging van de tarieven in de personenbelasting. Maar dit was niet het enige negatieve nieuws. Erger nog was het gesteld toen bleek dat belangrijke politici blijkbaar niet voldoende de economische logica begrijpen voor een dergelijke verlaging.

Op woensdag 25 juli, tijdens de uitzending “Terzake” op VRT CANVAS stelde Kathleen Cools de volgende vraag aan Bart Somers : “Waarom willen jullie de tarieven in de personenbelasting verlagen?”. Spijtig genoeg en zeer verwonderlijk gaf Bart Somers het verkeerde antwoord, toen hij stelde dat een dergelijke verlaging de koopkracht van de bevolking zou verhogen en dat aldus de consumptie zou toenemen, wat (volgens hem) de economie ten goede zou komen.

Dit was erg jammer, ten eerste omdat dit niet juist is, en ten tweede omdat er een andere en zeer belangrijke reden is, waarom onze belastingtarieven sterk naar omlaag moeten en wel zeer dringend. Het interview op Canvas was voor Bart Somers een unieke gelegenheid geweest, om de juiste toedracht uit de doeken te doen. Kathleen Cools is inderdaad iemand die de geïnterviewde doorgaans de gelegenheid geeft tot een voldoende uitgebreid antwoord. In die zin is zij alleszins een aanwinst voor VRT, omdat vroeger die kans meestal niet gegeven werd. Laat ons nu eens verder ingaan op de economische achtergrond.

1. De oude (verkeerde) theorie

Het antwoord van Bart Somers was duidelijk geïnspireerd door de voorbijgestreefde leer van de Engelse econoom John Maynard Keynes (1883-1946). Deze leer werd de voorbije eeuw aan haast alle West-Europese universiteiten als de echte economische waarheid onderwezen en door de strot geduwd van de studenten economie. Het grootste deel van onze huidige generatie politici en journalisten is door deze leer economisch gevormd (misvormd). (Vandaar wellicht het verkeerde antwoord van Bart Somers en heel wat onjuiste commentaren in de media). Wat zegt deze leer in een notedop samengevat?

Heel eenvoudig, dat de economie kan groeien en de werkloosheid kan worden bestreden, met het stimuleren van de consumptie. Of anders uitgedrukt door het stimuleren van de vraag naar goederen en diensten. Die stimulering kon volgens deze leer gebeuren, hetzij door de verlaging van de belastingtarieven, hetzij door een verhoging van de overheidsuitgaven. Deze leer ging er uitsluitend van uit dat men de economie van een land kon aanzwengelen door maatregelen te treffen, die de consumptie verhogen. In economisch jargon noemt men dit de theorie van “de vraag”. Dit wil zeggen : de vraag naar goederen en diensten moet groeien. Door een belastingverlaging verhoogt het beschikbaar inkomen van de gezinnen, zodat die in staat zijn meer de consumeren. Door een verhoging van de overheidsuitgaven wordt er meer geld in de economie gepompt, waardoor er een grotere vraag naar goederen en/of diensten zou ontstaan. Op die manier zal volgens deze denkwijze de economie uit het slop geraken en de werkloosheid zal verdwijnen. Aan de “aanbodzijde” (de productie) werd blijkbaar geen aandacht besteed. Het was alleen de “vraagzijde” die belangrijk leek.

Vooral vanaf de jaren ’70 van vorige eeuw bleek dat de konsekwente toepassing van deze theorie desastreuse gevolgen had, niet alleen in België, maar ook elders. Toen in 1974 een eind kwam aan de economische boom van de jaren ’50 en ’60 is men volop het Keynesiaans recept gaan toepassen. De overheid in ons land is toen stelselmatig de overheidsuitgaven gaan verhogen, om de stijgende werkloosheid te bestrijden (volgens Keynesiaans recept). Maar hierdoor steeg het overheidstekort op een dramatische wijze. In 1980 was dit tekort opgelopen tot het astronomische cijfer van 13 % van het BBP. (BBP = Bruto Binnenlands Product) Daardoor werd het noodzakelijk de belastingen te verhogen. Maar hierdoor steeg de werkloosheid nog meer. Maar er was nog erger : de inflatie steeg in lijn met de verhoging van de overheidsuitgaven. Om die stijgende inflatie te bestrijden, moesten dan de intresten verhoogd worden. Maar hierdoor werd de crisis nog erger met een cocktail van stijgende overheidsschuld, stijgende werkloosheid en oplopende inflatie. De werkloosheid die in de jaren ’50 en ’60 meestal schommelde rond de 2 % was opgelopen tot 11.1 % in 1987. De totale uitstaande overheidsschuld steeg van 93.3 % van het BBP in 1981 naar 132.9 % in 1991. Nu nog altijd moeten wij als belastingbetaler boeten voor dit dramatisch mismanagement.

Die desastreuse toestand was mede tot stand gekomen door het Keynesiaans beleid dat de Belgische regering heeft gevoerd voornamelijk tijdens het bewind van toenmalig premier Wilfried Martens (premier gedurende het grootste deel van de periode 1979 tot 1992) die door de sterke verhoging van de overheidsuitgaven België had gemanoeuvreerd tot op de rand van de afgrond. Martens werd toen bijgestaan door voormalig kabinetsmedewerker en later Gouverneur van de Nationale Bank, de Heer Alfons Verplaetse, die zich erop beroemde Martens de Keynesiaanse economie te hebben onderwezen. De Heer Verplaetse werd wegens zijn verdienste door de Koning in de adelstand verheven. Twee vragen dringen zich op : ten eerste : moet men beide Heren volledig verantwoordelijk stellen? In elk geval zijn er verzachtende omstandigheden. eenvoudigweg omdat de leer die zij toepasten onderwezen werd aan de universiteiten. Toch een klein voorbehoud: in het begin van de jaren ’80 verscheen er zeer uitgebreide informatie over de nieuwe leer, die wij hierna zeer kort zullen behandelen. Een tweede vraag : waarom werd niet het tweede luik van de Keynesiaanse leer toegepast, nl. de verlaging van de belastingdruk, in plaats van het eerste luik, zijnde de verhoging van de overheidsuitgaven? Het antwoord kennen wij niet. Toch is het bijna zeker, dat dit te maken heeft met de inmenging in het beleid door de vakbonden. Zowel Martens als Verplaetse zijn van ACV- strekking. Nu weet iedereen dat de vakbonden sterke tegenstanders zijn van een verlaging van de belastingdruk, om diverse redenen, waarvan weliswaar geen enkele steek houdt. Dit belette niet dat de vakbonden hun wil konden doordrukken.

2. De Nieuwe Theorie inzake belastingverlagingen

De nieuwe theorie is ontstaan in de jaren ’70 en is voor een groot deel gebaseerd op de leer van Nobelprijswinnaar Hayek (Nobelprijs economie 1974). Een ander winnaar van de Nobelprijs economie Robert Mundell (Nobelprijs in 1999) heeft een grote bijdrage geleverd tot de verantwoording en het bekend maken van de nieuwe leer.

Wat zegt die nieuwe theorie? (weerom zeer sterk samengevat en dus ongenuanceerd)

Zij leert ons dat de hoogte van belastingtarieven een rechtstreekse en onmiddellijke weerslag heeft op de productie van goederen en diensten. De belastingtarieven beïnvloeden in zeer sterke mate de aanmoediging (lage tarieven) of de ontmoediging (hoge tarieven) tot werken, tot investeren en tot sparen. Te hoge belastingtarieven (zoals in ons land) ontmoedigen het ondernemersinitiatief en de investeringen en leiden alzo tot hogere werkloosheid. Nog erger : te hoge tarieven brengen mee, dat werken niet meer loont, omdat er van het bruto loon zoveel aan belasting wordt afgehouden, dat het netto loon te laag is om mensen nog aan te moedigen tot werken. Indien het netto loon niet veel hoger is dan de werkloosheidsuitkering verdwijnt de stimulans tot werken. Dit is de eenvoudige verklaring, waarom er in ons land 1.2 miljoen mensen in de volle kracht van hun leven van een uitkering van de RVA leven en dus bestaan op kosten van de belastingbetalers. Zij zitten gevangen in de werkloosheidsval. Dit is natuurlijk een regelrechte schande. In heel deze theorie komt het woord “consumptie” niet eenmaal voor. Een tweede luik van deze nieuwe theorie zegt trouwens, dat men de consumptie absoluut niet mag stimuleren, maar wel de productie, door het stimuleren van het ondernemersinitiatief, van het investeren en van het werken. Empirisch heeft men wonder genoeg vastgesteld, dat een sterke verlaging van de belastingtarieven de consumptie niet verhoogt, maar wel de productie. De consumptie zal pas achteraf volgen en de méérproductie moeiteloos opnemen door het mechanisme van de wet, die men “de wet van Say” noemt. Spijtig genoeg ontbreekt hier de ruimte om hier verder op in te gaan. Volgens die nieuwe leer moet de consumptie zelfs ontmoedigd worden. Waarom? Het inkomen van de bevolking wordt besteed aan consumptie en aan sparen. Er is nu een economische wet die zegt : “Het sparen = de investeringen”. Indien er teveel geconsumeerd wordt, schiet er te weinig van het inkomen over om te sparen. Maar dan is er geen geld om te investeren en kan de economie niet groeien. Een economie kan alleen maar groeien als er voldoende gespaard wordt om te kunnen investeren. Maar dan moet de consumptie worden beperkt. Zeer kort samengevat : volgens deze nieuwe theorie moet men dringend overschakelen op veel lagere belastingtarieven. (niet rommelen in de marge, zoals men nu gaat doen.) De economie zal exploderen niet door de consumptie, maar door de groei van het ondernemerssinitiatief, het investeren, het sparen en het werken. De werkloosheid zal verdwijnen. Dit is alles en het is doodeenvoudig.

Die nieuwe theorie staat dus in schril kontrast met de leer van Keynes. De landen die de nieuwe leer hebben toegepast hebben vastgesteld dat het mechanisme prachtig en verbazingwekkend heeft gewerkt. In een volgende nieuwsbrief zullen wij hierop terugkomen.

3. Budgettaire ruimte

Vele journalisten waarschuwen nu, dat er goed moet op toegezien worden of er wel “de budgettaire ruimte” is voor een belastingverlaging. Ook de politici maken dit voorbehoud. Zij maken een verkeerde veronderstelling. Zij gaan er blijkbaar van uit dat de economie een statisch geheel vormt en dat een belastingverlaging automatisch zal leiden tot lagere overheidsontvangsten. In deze statische denkwijze zou een daling van een tarief in de personenbelasting met bv. 20 % automatisch leiden tot een daling van de inkomsten uit deze belasting met 20 % . Dit is absoluut onjuist. Het tegendeel is zelfs waar. De economie is geen statisch, maar een dynamisch gegeven. In de meeste landen die de nieuwe theorie hebben toegepast, is gebleken dat na een sterke verlaging van belastingtarieven, de inkomsten niet daalden, maar stegen, dikwijls zelfs zeer sterk. In onze economische nieuwsbrief van 16.09.05 hebben wij het voorbeeld gegeven van Ierland, waar na een zeer sterke tariefverlaging, de belastinginkomsten stegen met een onwaarschijnlijke 73.6 %. De verklaring was niet zo moeilijk te vinden. De explosieve groei van de economie en het verdwijnen van de werkloosheid brachten een sterke verbreding van de belastbare basis. Een lager tarief op een bredere basis kan méér opbrengen, dan een hoog tarief op een (te) smalle basis. De voorwaarde is wel dat de verlaging van de tarieven aanzienlijk moet zijn. Wij vrezen, dat de nieuwe regering slechts een symbolische kleine verlaging zal toepassen. Er is reeds zoveel tegenstand alleen al over het principe. Het wordt hoog tijd dat onze politici een opleiding krijgen in de moderne ontwikkelingen in economisch beleid. Levenslang leren zou niet alleen mogen gelden in het bedrijfsleven, maar ook in de politiek. Het is zoals wij hierboven hebben gezien enorm belangrijk dat onze politici op de hoogte blijven van de nieuwe ontwikkelingen in het economisch denken. In de volgende nieuwsbrief zullen wij hett wondere fenomeen van stijgende inkomsten bij dalende belastingtarieven verder behandelen, nl. “ Een sterke verlaging van belastingtarieven leidt dikwijls tot hogere staatsinkomsten”.

Voor diegenen die verder geïnteresseerd zijn in dit onderwerp, voegen wij hierna een korte bibliografie, die verband houdt met ons onderwerp.

Willy De Wit

Medewerker bij de onafhankelijke economische denkgroep “WorkForAll”

Bibliografie

Boeken

Barro J.R. (1997) Macroeconomics, Cambridge, The MIT Press, 867 p.

Bartley R. (1992) The Seven Fat Years and how to do it again, New York, Free Press, 347 p.

De Coninck D. (1993) Blijvende Blunders: De grote nutteloze werken, Leuven, Uitgeverij Kritak, 243 p.

De Grauwe P. & Alcantara G. (1990) De Vennootschap en de Fiscus, Tielt, Lannoo, 82 p.

De Grauwe P. (1986) De Zichtbare Hand, Tielt, Lannoo, 222 p.

De Vlieghere M. (1996) Wij verkiezen een Führer: De economische oorzaken van racisme en oorlog in de twintigste eeuw, Leuven, Uitgeverij van Halewyck, 206 p.

Hayek F.A. (1975) Monetary Theory and the Trade cycle, New Jersey, M. Kelley Publishers, 244 p.

Keynes J. M. (1935) The General Theory of Employment, Interest and Money, New York, Macmillan St Martin’s Press, 403 p.

Laffer A. (1981) De Fiscus onder het mes, Amstelveen, Uitgeverij Acropolis, 58 p.

Lawrence L. (1990) The Growth Experiment: How the new tax policy is transforming the U.S. economy, New York, Basic Books Inc., 260 p.

Moesen W. en V. Van Rompuy (1991) Handboek openbare financiën, Leuven/Amersfoort, Acco, 340 p.

Niskanen A. N. (1988) Reaganomics: An Insider’s Account of the Policies and the People, New York, Oxford University Press, 362 p.

Roberts Craig P. (1984) The Supply-Side Revolution, London, Harvard University Press, 327 p.

Smith A. (1991) The Wealth of Nations, New York, Penguin Books, 590 p.

Sweeney P. (2000) The Celtic Tiger: Ireland's Continuing Economic Miracle, Dublin, Oak Tree Press, 270 p.

Vandekerckhove I. (1993) De Miljarden van KS, Antwerpen, Coda, 364 p.

Statistische Publicaties

IMF (2001), World Economic Outlook 2000, Washington, IMF Publication Services

OESO (1985) Revenue Statistics of OECD Member Countries 1965-1984, Parijs, OECD Publications

OESO (1989) Economic Outlook 46, Parijs, OECD Publications

OESO (1991) Economic Outlook 49, Parijs, OECD Publications

OESO (1991) Revenue Statistics of OECD Member Countries 1965-1990, Parijs, OECD Publications

OESO (1992) Economic Outlook 51, Parijs, OECD Publications

OESO (1992) Revenue Statistics of OECD Member Countries 1965-1991, Parijs, OECD Publications

OESO (1997) Economic Outlook 62, Parijs, OECD Publications

OESO (2002) Economic Studies 35, Parijs, OECD Publications

OESO (2005) Revenue Statistics of OECD Member Countries 1965-2004, Parijs, OECD Publications

Elektronische Bronnen

Anderson J. (2004) Tax Misery indexes over the world, http://pdf.forbes.com/media/pdfs/TaxMisery.pdf, 40 p., 09/01/2006

Canadian Tax Foundation, (2000) International tax comparisons, http://www.ctf.ca/pdf/ctjpdf/2000ctj2_ff.pdf, 12 p., 11/02/2006

David S. (2001) Public Spending and Economic Performance, http://www.cf.ac.uk/carbs/econ/matthewsk/pubspendnew.pdf, 45 p., 24/10/2005

Euronext, (2006) http://www.euronext.com/home/0,3766,1732,00.html, 06/03/2006

Europese Centrale Bank, (2003) Public sector efficiency: An international comparison, http://www.ecb.int/pub/pdf/scpwps/ecbwp242.pdf, 25 p., 11/01/2006

Grecu A. (2004) Flat Tax – The British Case, http://www.adamsmith.org/pdf/flattax.pdf, 23 p., 16/12/2005

Gwartney J. (1998) The size and functions of government and economic growth, http://www.house.gov/jec/growth/function/function.htm, 9 p., 14/03/2006

Het Federaal Planbureau, (2006) http://www.plan.be/nl/welcome.stm, 14/02/2006

Harvard International Review (2004) Caging the Tiger: Ireland's Economy Roars On, http://hir.harvard.edu/articles/1246, 2 p., 26/04/2006

IMF, (2004) The Impact of Government size and the Composition of Revenue and Expenditure on Growth, http://www.fma.gv.at/de/pdf/selected.PDF, 19 p., 05/04/2006

International Labour Organisation, (2004) Highlights of current labour market trends, http://www.ilo.org/public/english/employment/strat/kilm/trends.htm, 4 p., 14/12/2005

Mitchell D. (2004) Tax Competition And Fiscal Reform: Rewarding Pro-Growth Tax Policy, http://www.cato.org/events/russianconf2004/papers/mitchell.pdf, 17 p., 17/09/2005

Nationale Bank België, (2003) The labour market and fiscal impact of labour tax reduction, http://www.bnb.be/Sg/En/Produits/publication/working/WP36.pdf, 53 p., 13/02/2006

Nationale Bank Estland, (2005) http://www.bankofestonia.info/frontpage/en, 17/01/2006

OESO, (2002) Tax Ratios On Labour And Capital Income And On Consumption,
http://www.oecd.org/dataoecd/42/37/22027720.pdf, 46p., 09/12/2005

OESO, (2006) http://www.oecd.org/statsportal/0,2639,en_2825_293564_1_1_1_1_1,00.html, 09/09/2005

Sjoberg P. (2003) Government Expenditures Effect on Economic Growth - the case of Sweden, http://epubl.luth.se/1404-5508/2003/130/LTU-SHU-EX-03130-SE.pdf, 31 p., 04/11/2005

The Economist (2005) The Economist Intelligence Unit’s quality-of-life index, http://www.economist.com/media/pdf/QUALITY_OF_LIFE.pdf, 4 p., 29/03/2006

Workforall, (2005) Een vernieuwde welvaartsgroei voor België, http://www.workforall.org/assets/Study%20Stagnation%20WFA%2021Nov2004.pdf, 54 p., 19/03/2006

World Resource Institute (2006) http://earthtrends.wri.org/, 14/03/2006

Tijdschriften/Kranten

Barro J. R. (1992) Keynes is still dead, The Wall Street Journal, 03/04/1992, p. 4

Deroose S. (1982) Aanbodeconomie: het “klassieke” middel om de economische crisis te bestrijden, Tijdschrift voor economie en management, 27/01/1982, p. 29-53

De Wit W. (2004) Ronald Reagan: Een knap econoom, De TIJD, 08/06/2004, p.2

Laffer A. (1992) California Flubs the Laffer test, The Wall Street Journal 10/07/92, p.4

Marsden K. (1992) Low taxes are still the best Economic Cure, The Wall Street Journal, 26/02/92, p. x

Novak M. (1986) De rijken, de armen en de Reagan-administratie, De Standaard, 08/08/1986, p. x

Roberts Craig P. (1989) A Tale of two Countries: Why Chile booms as Peru Swoons, Business Week, 29/05/89, p. 17

Van Mechelen D. (2005) Inkomsten schenkingsrechten verdubbelen bijna, De TIJD, 18/07/2005, p. 3

Van Overtveldt J. (1994) 1 op 4 Belgen werkloos, Trends, 20/01/94, p. 34

Vedder R. (1985) Soaking the Rich through Tax Cuts, The Wall Street Journal 27/03/85, p. 12

Roberts Craig P. (1991) Higher taxes boost Deficits, not Revenues, Business Week, 15/04/91, p. 47

X (2006) Begroting wint bij verlaging vennootschapsbelasting uit 2002, De TIJD, 08/03/2006, p.1

Reply

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.
More information about formatting options